Eindloonregeling Defensie: Uitspraak Hoger Beroep 9 juli

Het gerechtshof in Den Haag heeft zich maandag 13 mei gebogen over het hoger beroep dat door de defensiebonden tegen de staat is aangespannen over de eindloonregeling. Dit hoger beroep is een vervolg op de uitspraak die de rechter in kort geding eerder heeft gedaan over de vraag of in 2019 nog een eindloonregeling geldt voor militairen of niet.

Het hof heeft daarbij kenbaar gemaakt dat het de bedoeling is om 9 juli uitspraak te doen.




De aanwezigen troffen drie goed ingelezen rechters aan die als eerste de pleidooien van de advocaten van de defensiebonden en de landsadvocaat aanhoorden.

Na een schorsing werden er door de rechters de nodige kritische vragen gesteld aan zowel onze advocaten als aan de landsadvocaat.

De landsadvocaat probeerde opnieuw stelselmatig terug te keren naar het pensioenreglement. Volgens de vrije uitleg van dit reglement door de landsadvocaat staat daarin dat er vanaf januari 2019 sprake is van een middelloonregeling voor militairen. Een opmerkelijke pleidooi gezien de recente publiekelijke bevestiging door de staatssecretaris dat militairen eigenlijk nog steeds een eindloonregeling hebben. Die uitspraak werd door haar gedaan tijdens de uitzending van WNL op zondag 10 maart jl., maar werd door de landsadvocaat tijdens de zitting afgedaan als niet meer dan een verspreking.

Wij blijven vooral vasthouden aan de pensioenafspraken die we in 2017 met de werkgever hebben gemaakt. Daarbij is namens ons in de richting van de rechters betoogd dat, zolang er niet definitief een nieuwe, uitgewerkte en door de leden geaccepteerde pensioenregeling is overeengekomen, de eindloonregeling voor militairen in stand blijft.

Bron: VBM

Eindloonregeling militairen blijft nog een probleem

Onderhandelingen om de eindloonregeling voor pensioenen van beroepsmilitairen aan te passen naar een middelloonregeling liggen stil. Ambtenarenpensioenfonds ABP had aangedrongen op aanpassing voor de zomer, dat gaat niet meer lukken nu de bonden een eindbod hebben afgewezen.
In tegenstelling tot het pensioen van andere ambtenaren – en de meeste Nederlanders – is het pensioen van beroepsmilitairen nog gebaseerd op hun laatst verdiende salaris en niet op het gemiddelde inkomen over hun loopbaan. Dit soort uitzonderingen maakt volgens het ABP de uitvoerbaarheid van pensioenregelingen te complex. Voor het ministerie van Defensie en de bonden is de snellere stijging van de premies bij een eindloonregeling ook een reden om naar middelloon te willen gaan.

Noodklok over uitvoerbaarheid
ABP luidde onlangs de noodklok over de toegenomen complexiteit van de diverse pensioenregelingen van ambtenarenpensioenfonds. Die zijn zo ingewikkeld geworden dat het grootste pensioenfonds van Nederland, met circa €400 mrd onder beheer, moeite heeft de regelingen administratief nog goed uit te voeren. ‘De grenzen van uitvoerbaarheid zijn bereikt of soms al overschreden’, zo stelde het ABP in het jaarverslag over 2016. Het risico op incidenten neemt daardoor toe volgens het ambtenarenfonds.
ABP drong er daarom bij de sociale partners op aan, die over het pensioen gaan, de regelingen drastisch te versimpelen. De wijziging van de eindloonregeling voor beroepsmilitairen bij Defensie, goed voor een pensioenvermogen van €10 mrd, in een middelloonregeling noemde ABP ‘in dit verband essentieel’. Andere belangrijke pijnpunten waren het nabestaandenpensioen, pensioenopbouw tijdens WW en arbeidsongeschiktheidspensioen.




Haast bij vereenvoudiging
Er is haast bij de vereenvoudiging, volgens ABP. Want de verhoging volgend jaar van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar zet de zaak op scherp. Aanpassingen moeten daardoor per 1 januari 2018 doorgevoerd zijn, ‘om de druk op de operationele processen naar een aanvaardbaar niveau te brengen.’ Dat betekent dat er weinig tijd is om alsnog tot een vergelijk te komen. Het ministerie van Defensie wil wel graag de beroepsmilitairen overzetten naar een middelloonregeling, ook omdat de premie voor eindloon stijgt sneller dan voor middelloon. ‘Dat is niet wenselijk voor Defensie, maar ook niet voor de deelnemers’, aldus een woordvoerder van het ministerie.

Maar de bonden hebben na maanden onderhandelen eind juni een eindbod van het ministerie afgewezen en sindsdien liggen de onderhandelingen stil. De effecten op het pensioenresultaat en de premie van militairen waren te groot, volgens defensiebond ProDef. De hoogste rangen zagen hun pensioen met soms wel tientallen procenten dalen, terwijl jonge medewerkers een extreem hoge premie moesten gaan betalen voor hun juist hogere pensioen. Daar moet een oplossing voor komen. Wanneer de bonden en Defensie de gesprekken hervatten, kon de woordvoerder van het ministerie niet zeggen.

ministerie van Defensie in Den haag

Premie hoeft minder te stijgen
Sociale partners hebben vorige week wel een akkoord bereikt om een aantal van de andere pijnpunten op te lossen: de vereenvoudiging van het nabestaandenpensioen, pensioenopbouw tijdens WW en arbeidsongeschiktheidspensioen. Daarnaast is besloten dat de pensioenrekenleeftijd bij het ABP van 67 naar 68 gaat. Deze veranderingen gaan in per 1 januari 2018.

Positief effect van deze afspraken is dat de pensioenpremie bij het ABP in 2018 minder hard hoeft te stijgen, dan verwacht. Dat is vooral te danken aan de verhoging van de pensioenrekenleeftijd naar 68. Een deel van deze premiedaling wordt gebruikt voor de kosten van het vereenvoudigen en verbeteren van de regelingen. Het restant wordt gebruikt om de premiestijging komend jaar te beperken. Met hoeveel de premie uiteindelijk stijgt, stelt ABP pas eind november vast.

Bron: FD / Defensie