Defensie neemt aanbevelingen Dutchbat-commissie over

Minister Ank Bijleveld-Schouten neemt de aanbevelingen over van de commissie Borstlap, zo laat ze de Kamer vandaag weten. De adviezen gaan over zorg, erkenning en waardering voor Dutchbat III-veteranen.




De commissie adviseerde de minister naar aanleiding van een onderzoek naar deze groep. Hieruit bleek dat veel veteranen na 25 jaar nog steeds problemen ondervinden als gevolg van hun uitzending naar Srebrenica.

Iedere Dutchbat III-veteraan krijgt een eenmalig bedrag van €5.000 belastingvrij. Dit symbolische bedrag is niet alleen een blijk van erkenning voor de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de militairen 25 jaar geleden moesten opereren. Maar ook voor de periode daarna, waarin zij onterecht en jarenlang veel kritiek en negatieve media-aandacht over zich heen kregen. Het geld is daarom ook bedoeld voor het door hen ervaren gebrek aan steun, erkenning en waardering.

Terugkeerreizen
Defensie gaat voor deze groep veteranen ook terugkeerreizen naar Srebrenica organiseren. Daarbij zorgt ze voor passende begeleiding en neemt ze de financiering voor haar rekening. Uit onderzoek blijkt dat zo’n reis het best in kleine groepen kan worden uitgevoerd. De minister wil de terugkeerreizen vanaf 2022 laten plaatsvinden.

Ook ontvangen alle Dutchbat III-veteranen en hun thuisfront binnenkort een brief met daarin een uitnodiging aan hen die nog professionele hulp nodig hebben, maar dit nog niet (voldoende) hebben gekregen. Naast deze tastbare aanbevelingen onderschrijft de minister ook alle andere adviezen, zo liet ze de Kamer vandaag weten. Daarin geeft ze ook aan hoe Defensie hiermee aan de slag gaat.

Defensie wil de €5.000 zo spoedig mogelijk betalen. Dutchbat III-veteranen krijgen hierover binnenkort verdere informatie.

Bron: Defensie

Onderzoek: “Dutchbat III veteranen voelen zich te weinig erkend en gewaardeerd”

Dutchbat III-veteranen vinden erkenning en waardering heel belangrijk, maar voelen zich vaak onvoldoende erkend en gewaardeerd.

De meeste veteranen voelen zich onvoldoende gewaardeerd door de overheid en het ministerie van Defensie en door de samenleving. De veteranen geven in ruime meerder – heid aan wél waardering te krijgen van deeigen directe omgeving en collega-veteranen.

De berichtgeving in de media heeft een grotenegatieve invloed op de veteranen en hun omgeving gehad. Vrijwel niemand voelt zich daardoor gewaardeerd, terwijl ze dit wel belangrijk vinden. De mediaberichtgeving heeft er volgens de veteranen in belangrijke mate aan bijgedragen dat er een negatief beeld over Dutchbat III bestaat. Driekwart van de veteranen voelt zich in de berichtgeving vooral gekenschetst als dader of schuldige.

Een minderheid (vier op de tien) van de veteranen heeft last van de berichtgeving; anderen kunnen het naast zich neerleggen en zeggen dat het hen niet veel heeft gedaan.
Sommige geïnterviewde veteranen benoemen dat de negatieve berichtgeving heeft bijgedragen aan het niet willen uitdragen van het veteraan-zijn, aan gevoelens van machteloosheid, depressie en boosheid.

Veteranen geven aan zich te hebben moeten verdedigen – op verjaardagen, tijdens het uitgaan of op het werk – tegen negatieveoordelen over en verwijten aan Dutchbat III.
Twee derde van de veteranen heeft behoefte aan aanvullende initiatieven op het gebiedvan erkenning en waardering. Om het negatieve beeld over Dutchbat III te doen
kantelen, pleiten sommige veteranen voor het vertellen van het ‘echte verhaal’ van de missie in de media en in het onderwijs:
het verhaal dat feitelijk juist is en waarin de politieke besluitvorming, historische context en de ervaringen van Dutchbatters aan bod komen.

Het zou volgens sommige veteranen ook helpen als de overheid en/of het ministerie van Defensie zich achter hen opstelt, bijvoorbeeld door publiekelijk te verklaren dat Dutchbat III-veteranen tijdens de missie alles hebben gedaan wat ze konden doen en door onjuiste berichtgeving te weerspreken.

Andere initiatieven die de veteranen aandragen zijn financiële compensatie, militaire decoratie, psychische hulp en/of maatschappelijke begeleiding.

Uit: ARQ099_ARQ_Publiekssamenvatting_Dutchbat_III