Integratie Defensie Duitsland en Nederland als een Matroesjkapop

“De wereld verandert. En we zoeken allemaal naar manieren om onze militaire capaciteit te maximaliseren, zonder soevereiniteit te verliezen. Eén van de manieren is diepe integratie.” Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer was vandaag 1 van de Nederlandse sprekers op de Berlin Security Conference. Het thema van de jaarlijkse bijeenkomst was ‘Europese veiligheid en Defensie – trans-Atlantisch blijven, meer Europees acteren’.
De 2-daagse conferentie is toonaangevend. Het ongeveer 1000-koppige publiek bestaat uit ministers, directeuren-generaal, topfunctionarissen van krijgsmachten, ambassadeurs en directeuren van denktanks en de defensie-industrie.




Mede-organisator
Omdat Nederland de bijeenkomst mede organiseerde, was Defensie uitgebreid vertegenwoordigd. Naast de CDS en de commandanten van alle krijgsmachtdelen was ook staatssecretaris Barbara Visser aanwezig. “Je moet gewoon beginnen met samenwerken en resultaten laten zien. Dan volgen andere landen vanzelf. Het MRTT- project voor militair strategisch luchttransport heeft dat laten zien. Voor succes is het volgende nodig: overeenstemming over doel, kosten en tijdspad. En vooral 1 land dat de leiding neemt.”

Vertrouwen
Diepe integratie. Wat bedoelde Bauer daar precies mee? “Misschien vinden sommigen het eng klinken. Alsof je de controle kwijtraakt. Maar je wordt juist sterker. Het is een vorm van slimme internationale defensie. Daarmee is niet gezegd dat het makkelijk is. Het vraagt om diepte-investeringen. Niet alleen in termen van geld, maar in relaties. En bovenal vraagt het om vertrouwen.”
Het Duits-Nederlandse militaire partnerschap wordt gezien als een blauwdruk in Europa voor effectieve samenwerking en integratie. Om te laten zien hoe diepe integratie de Nederlandse krijgsmacht heeft geholpen, deelde Bauer een aantal voorbeelden met zijn publiek.

Culturele integratie
Bauer: “De structuur van 414 Tankbataljon, een gemixt Duits-Nederlands tankbataljon, is eigenlijk die van een Matroesjkapop. Een Nederlandse compagnie met Duitse Leopard 2-gevechtstanks, is onderdeel van een Duits tankbataljon. Die is weer deel van een Nederlandse brigade die onder het commando van een Duitse divisie valt.”
Bij deze vorm van integratie zijn procedures en techniek volledig op elkaar afgestemd. Bauer: “Maar wat deze integratie echt compleet maakt is het bereiken van het niveau van culturele integratie. Dat is dus iets anders dan streven naar een Europees leger. Besluiten over de inzet van militairen blijven voorbehouden aan de regering en de Tweede Kamer.”

Beste van 2 werelden
Dat culturele integratie zelfs bij buurlanden niet vanzelfsprekend is, legde Bauer uit aan de hand van een voorbeeld: “Als een Duitse commandant besluit om rechts te gaan, dan volgt iedereen hem. Als een Nederlandse commandant diezelfde beslissing maakt, dan is dat het startpunt voor een discussie over de voor- en nadelen tussen links en rechts. 414 Tankbataljon heeft beide culturen weten te integreren. Je kan wel stellen dat zij het beste van beide werelden combineren.”

Bron: Defensie

Koopt Nederland Duitse onderzeeboten?

Het gerucht gaat dat Nederland zich voor de ontwikkeling van een nieuwe onderzeeboot wil aansluiten bij Duitsland en Noorwegen.
Vorig jaar kozen Duitsland en Noorwegen al ervoor om een partnerschap aan te gaan en gezamenlijk één type onderzeeboot aan te kopen. Noorwegen wil er vier, Duitsland twee. Na een felle concurrentiestrijd tussen de twee overgebleven bieders versloeg het Duitse ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS) de Franse DCNS. En nu wil Nederland zich mogelijk ook bij dat samenwerkingsverband aansluiten.

212-klasse
Het ontwerp wordt gebaseerd op de elektrisch aangedreven onderzeeboten van de 212-klasse (foto hierboven) die al sinds 2005 in gebruik zijn bij de Duitse en Italiaanse marine. Nederland heeft vier onderzeeboten die een paar jaar geleden een upgrade kregen. Dat Instandhoudingsprogramma Walrusklasse (IP-W) moest ervoor zorgen dat de boten minstens tot 2025 hun taken kunnen uitvoeren. Maar als de vervangers van de Walrusklasse nog ontworpen en gebouwd moeten worden, begint de tijd wel te dringen. Instappen in een bestaand project kan dan een voordeel zijn.




Fases
Bovendien zorgt de keuze voor één type onderzeeboot voor meer mogelijkheden tot samenwerking. Denk daarbij aan training, oefeningen, reserveonderdelen en onderhoud van de nieuwe onderzeeboten. Het identieke ontwerp zou bovendien uitwisseling van bemanningen mogelijk maken.

Druk
De Duitsers en de Noren zetten intussen druk op de ketel. De landen bepalen binnenkort hoe de onderzeeboten er precies uit gaan zien, zodat TKMS in juli van dit jaar een bindende offerte kan maken. Als Nederland nog invloed uit wil oefenen op dat ontwerp, lijkt enige haast dus geboden.

Fases
Peter Valstar, woordvoerder van het Nederlandse Ministerie van Defensie zegt in een reactie: “In de onlangs verschenen Defensienota valt te lezen dat er in ieder geval wordt gekozen voor bemande onderzeeboten. De vervanging van de onderzeeboten bevindt zich momenteel in de onderzoeksfase (B-fase) van het Defensie Materieel Proces (DMP). In de voorafgaande A-fase is gekeken naar de behoeftestelling. Er volgt nog vervolgonderzoeksfase (C-fase) en in het jaar 2021 een verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase). In de D-fase kiest Defensie pas een product en een leverancier. Iedere samenwerking die nu wordt genoemd is prematuur.”

Voorlopig lijkt het gerucht dus een onderzeeboot in een glas water.

Bron: Kijk / Defensie