Duitse luchtverdedigingseenheid onder bevel Nederland

Nederland en Duitsland zetten een volgende stap op het gebied van militaire samenwerking. Onder toeziend oog van de Duitse en Nederlandse ministers van Defensie, wordt op woensdag 4 april de Duitse luchtverdedigingseenheid Flugabwehrraketengruppe 61 onder bevel gesteld bij het Nederlandse Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando (DGLC). Ook gaan Duitse militairen deel uitmaken van de staf van het DGLC. Hiermee integreren Nederland en Duitsland een deel van hun luchtverdedigingscapaciteiten.




De militaire ceremonie vindt plaats op de Luitenant-generaal Bestkazerne te Vredepeel. De Duitse minister van Defensie, Ursula von der Leyen en de Nederlandse minister Ank Bijleveld-Schouten zullen de ceremonie bijwonen, evenals de Duitse en Nederlandse plaatsvervangend commandant der Strijdkrachten. Beide ministers zullen de aanwezige troepen toespreken. Flubabwehrraketengruppe 61 bestaat uit ongeveer 300 militairen en beschikt over radargeleide kanon- en raketsystemen voor de bestrijding van vliegtuigen en projectielen op de korte afstand. De Duitse eenheid blijft gehuisvest in Todendorf, Duitsland. Wel krijgen de staf, het kenniscentrum en de opleidingseenheid van het DGLC versterking van Duitse collega’s.

Duitsland en Nederland werken al langer samen op het gebied van luchtverdediging. Dit concentreerde zich tot nu toe op de Patriot-raketsystemen waarover beide landen beschikken. De Patriot is geschikt voor de luchtverdediging op de lange afstand en verdediging tegen ballistische raketten. Sinds najaar 2016 is een gezamenlijke Duits-Nederlandse Patrioteenheid operationeel, die geschikt is voor uitzendingen. Naast de integratie van eenheden wordt ook onderzocht hoe de verschillende Duitse en Nederlandse luchtverdedigingseenheden nog intensiever met elkaar kunnen samenwerken op het gebied van doctrinevorming, opleidingen en het delen van kennis. Daarom is nu binnen het DGLC een binationaal kenniscentrum opgezet om de kennis en kunde van beide landen bij de bestrijding van bemande en onbemande vliegende toestellen en ballistische raketten te verbeteren. Meer militaire samenwerking tussen Europese partners is een belangrijk speerpunt van het kabinet. Om deze reden staat het Nederland-Duitse samenwerkingsverband op termijn open voor andere Europese landen om hieraan deel te nemen.

Duitsland is één van de strategische partners van Nederland. Het DGLC is de vijfde eenheid die geïntegreerd samenwerkt met Duitsland. Eerder al werd de Nederlandse Luchtmobiele Brigade onder bevel gesteld bij de Duitse Division Schnelle Kräfte en kreeg de Nederlandse 43e Gemechaniseerde Brigade een Duits tankbataljon onder bevel, terwijl de brigade zelf bij de Duitse Eerste Pantserdivisie werd ondergebracht. In 2016 kwamen de twee landen overeen dat het Duitse ‘Seebataillon’ wordt geïntegreerd in de Koninklijke Marine. Sinds 1995 werken Duitsland en Nederland nauw samen binnen het gezamenlijke Duits-Nederlands legerkorps in Münster.

Bron: Peel en Maas / Defensie: Wapensystemen DGLC. (persfoto)

Duitse luchtafweer komt onder Nederlands bevel

Defensie De Nederlandse en Duitse strijdkrachten werken steeds nauwer samen. De systemen voor luchtafweer worden geïntegreerd
Nederland en Duitsland gaan een verregaande militaire samenwerking aan op het gebied van luchtverdediging. De Nederlandse commandant der strijdkrachten Tom Middendorp ondertekent vandaag samen met zijn Duitse collega Volker Wiekel een overeenkomst om de luchtafweersystemen van beide landen samen te voegen.

Daardoor komt de Duitse afweer onder bevel te staan van de Nederlanders. Beide landen gaan daarnaast onderzoek doen naar de bestrijding van drones en raketten in een nieuw op te richten kenniscentrum. Ook moeten kennis en regelgeving samengevoegd worden. De Duitse eenheid, bestaande uit driehonderd militairen, blijft in Duitsland gevestigd, maar gaat Defensie wel met manschappen ondersteunen.



De integratie van luchtafweersystemen is een volgende stap in de steeds nauwer wordende militaire samenwerking tussen beide landen. Zo heeft een Nederlandse brigade het bevel over een Duits tankbataljon, terwijl de brigade zelf is ondergebracht bij een Duitse pantserdivisie. Daarnaast werken tweeduizend Nederlandse soldaten samen met Duitse soldaten in een speciaal daarvoor opgerichte interventie-eenheid. En sinds 2016 wordt de Duitse marine ondergebracht bij haar Nederlandse collega’s.

Verouderde luchtmacht
Begin 2016 ondertekenden de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) en Ursula von der Leyen (CDU) een overeenkomst die de samenwerken verder intensiveert. Voor Hennis is militaire samenwerking binnen Europa een belangrijk speerpunt.
Volgens het Nederlandse ministerie van Defensie zijn de samenwerkingen nodig vanwege „uitdagende missies, bezuinigingen en reorganisaties” in beide landen. Zo is de Duitse luchtmacht verouderd, terwijl Nederland zijn tanks niet meer kan onderhouden.
Bovendien zouden de kosten van een luchtafweersysteem te hoog zijn om door één land in stand gehouden te worden. Middendorp: „Het gaat immers om een dure en technologische hoogwaardige capaciteit.”

Ook met andere Europese landen werkt Nederland steeds nauwer militair samen. Zo wordt samen met de Belgische en Luxemburgse strijdkrachten het luchtruim van de Benelux beveiligd. Tevens wordt de Belgische marine, net als de Duitse, volledig geïntegreerd in de Nederlandse marine.

Samen met Noorwegen en Duitsland zijn bovendien transportvliegtuigen voor tanks aangekocht. En zondag vertrok vanuit Den Helder nog het Nederlandse marineschip Zr.Ms. Rotterdam richting Somalië voor een anti-piraterijmissie. Aan boord van dit transportschip werken Nederlandse en Zweedse mariniers samen. Ook zijn er Zweedse gevechtsboten aan boord.

Bron: NRC / Defensie (illustratief)