Defensie weet zich (nog) geen raad met steeds kleinere drones

Het was de grootste verstoring van de luchtvaart in Europa sinds een vulkaan op IJsland in 2010 het vliegverkeer lam legde: het drone-incident in december op Gatwick Airport waardoor 140.000 passagiers strandden en duizend vluchten werden geannuleerd. Urenlang wist een consumentendrone, voor iedereen te koop en simpel te bedienen, het vliegveld in de greep te houden, waarop de politie radeloos het leger inschakelde.




Het incident in Groot-Brittannië staat niet op zich. Steeds vaker vliegen consumentendrones in gebieden waar ze niet mogen komen. En ook steeds vaker worden drones gebruikt door kwaadwillenden. Maar wie bel je eigenlijk als zo’n drone uit de lucht moet worden gehaald? De ogen zijn in het uiterste geval gericht op het leger.

De Nederlandse Defensie merkt dat de vraag vanuit diverse organisaties in Nederland toeneemt en heeft daarom sinds kort een Counter Drone Unit opgericht. Samen met een werkgroep wordt er gekeken naar middelen om drones uit de lucht te halen. Want ook Defensie staat voor een grote uitdaging.

Met de huidige middelen kunnen ze alleen grote drones uitschakelen, terwijl de trend is dat ze steeds kleiner worden. Die kunnen ze nog niet uit de lucht halen. “Drones met een uitlaat waar warmte uitkomt, dat zijn objecten die bijvoorbeeld een Stinger kan uitschakelen”, zegt ritmeester Mark Feenstra. Dat zijn vaak drones met een spanwijdte van bijna twee meter. “Kleiner wordt een probleem. Wat je dan doet? Goede vraag. Het is voor Defensie hard rennen om die ontwikkeling bij te benen.”

Voor Defensie is de noodzaak groot om middelen te hebben om drones uit de lucht te halen. Want behalve dat consumentendrones gevoelige objecten kunnen filmen en vliegvelden platleggen, worden ze door terroristen in oorlogsgebieden ook ingezet als vliegend explosief om aanslagen mee te plegen en gebruiken milities en legers ze om stellingen van de vijand te vinden en bespioneren. Dat gebeurt met simpele huis-tuin-en-keuken-drones.

De drone-technologie ontwikkelt zich nu zo snel, dat zelfs dronezwermen met nanodrones harmonieus een gezamenlijk doel kunnen aanvallen. De volgende stap is dat ze dat zelfs autonoom doen, zonder bediening. Hoe schakel je dat kleine grut uit als ze snel en hoog in de lucht vliegen? Defensie gaf samen met de NCTV, het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de politie een opdracht aan het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) om een lasersysteem te onderzoeken dat in staat is om kleine doelen uit de lucht te schieten.

De eerste resultaten zijn bemoedigend. Met een onzichtbare maar krachtige straal schiet de laser in een mum van tijd kleine drones uit de lucht. Het grote voordeel: je kan exact richten op de zwakke plekken, zegt onderzoeker Jacco Dominicus van het NLR. “Uit onderzoek dat we hebben gedaan blijkt dat een specifiek type drone heel kwetsbaar is bij de ophanging van de propellers. Die hangen aan vier pootjes. Door twee van die pootjes gaat bedrading. Als je die pootjes met de laser doorsnijdt, stopt de motor en heb je deze drone heel snel uitgeschakeld.”

Bron: Nieuwsuur / Defensie

Landmacht zet in op slimme systemen: Robot op weg naar frontlinie

Geen grootschalige terugkeer van de tank, maar slimme kanonnen die aangestuurd door drones op honderden kilometers afstand hun doelwit kunnen uitschakelen. Dat is de toekomst van de Koninklijke Landmacht.
Generaal Leo Beulen, commandant van het grootste krijgsmachtdeel, presenteert vandaag de plannen voor de komende vijftien jaar aan de Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer.
In het document pleit Beulen ervoor het krijgsmachtsdeel om te vormen tot een organisatie waarin autonome systemen en kunstmatige intelligentie een deel van het werk gaan overnemen van de mannen in het veld. En waar minder materieel tegelijk wordt gekocht zodat het snel op de situatie kan worden aangepast.




Omdat de bedreigingen razendsnel veranderen, kan de Koninklijke Landmacht bij het op sterkte komen niet volstaan met voorraden aanvullen, alle jeeps weer rijdend krijgen en een blik tanks opentrekken. Het krijgsmachtsdeel moet zichzelf opnieuw uitvinden.
Het is een YouTube filmpje dat militairen buikpijn bezorgt. Een Oekraïense infanterie-eenheid die stilhoudt in het terrein om te bepalen hoe ze verder moet optrekken. De militairen nemen er de tijd voor. Er is geen vijand in zicht, dus er lijkt geen reden voor haast. Waar de troepen aan voorbij gaan, is een drone hoog in de lucht.

Voorbeeld
Die rapporteert hun positie waardoor zwaar geschut van de rebellen vele kilometers verderop de regeringstroepen in het vizier kan nemen. Met militaire precisie wordt de eenheid met de grond gelijk gemaakt. De mannen hebben nooit geweten wat ze overkwam. Generaal Leo Beulen haalt dit filmpje aan als het voorbeeld van het totaal veranderde slagveld.
„Wat je kan zien, kun je raken”, legt hij uit. „Door de komst van drones en steeds gevoeliger sensoren kan onze tegenstander steeds beter en verder kijken en ons sneller treffen. Dat moeten wij ook kunnen. Sterker nog, we moeten er beter in worden”, vat de Commandant Landstrijdkrachten zijn toekomstplan samen.

Om dit te bereiken zijn volgens de topmilitair andere manieren van opereren en wapens nodig dan de landmacht nu heeft. Helemaal omdat het slagveld van morgen eerder verstedelijkt gebied is dan de Noord-Duitse laagvlakte. Om op de toekomst voorbereid te zijn, kijkt het grootste krijgsmachtsdeel niet naar klassieke oplossingen – zoals de tank – maar eerder naar licht bepantserde voertuigen voor personeel dat verder van het front opereert. En autonoom rijdende wapens die geen zwaar pantser nodig hebben.

“’Samenspel van mens en techniek’”
„Dat klinkt een beetje futuristisch”, erkent de generaal. „Veel van die systemen zijn er nog niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat de markt ermee gaat komen. Nu is de landmacht vooral mensenwerk met ondersteuning van de techniek. De mens blijft centraal staan, maar het wordt wel veel meer een samenspel van mens en techniek. Waarbij kunstmatige intelligentie informatie weegt en een veel scherper beeld aan de militair presenteert. We zullen veel minder systemen tegelijk kopen. Zo kunnen we flexibeler zijn in het aanpassen van materieel op veranderende behoeften.”

De denkrichting van Beulen is bedoeld voor de komende vijftien jaar. Hij lanceert het terwijl de landmacht kampt met basale problemen zoals het niet tijdig winterkleding kunnen leveren voor oefenende collega’s. Is het niet vreemd een grote visie te ontvouwen, voor dit allemaal is opgelost? Beulen vindt van niet.

Visie
„We hebben acute problemen”, geeft hij toe. „Als je die hebt opgelost, maar niet over een visie beschikt, valt alles stil. Je moet daarom nu nadenken over de vraag: waar wil je heen”, vindt de generaal. Hij hoopt door het verder automatiseren van de landstrijdkrachten met hetzelfde aantal mensen meer vuurkracht op de been te brengen.

Voor Beulen en zijn collega-commandanten worden de komende twee jaar spannend. In 2020 bepalen kabinet en Tweede Kamer of het defensiebudget verder omhoog gaat. Uit het Haagse komen signalen dat het weleens niet het geval zou kunnen zijn. Ook in dat geval gaat het landmachtplan verder. „We kunnen het ons niet veroorloven deze lijn niet te volgen.”

Bron: Telegraaf / Milrem Robotics (foto illustratief)