Superdrones kunnen gewonden van slagveld halen

Bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum NLR wordt getest met reuzendrones waarmee gewonde soldaten van het slagveld kunnen worden gehaald en wapens, brandstof en munitie naar het front kan worden gebracht.

De superdrones zijn een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo in samenwerking met hogeschool Saxion.
De Koninklijke Landmacht ziet potentie in de ’brancarddrones’. „We zitten volop in de fase van verkennen en experimenteren met verschillende typen drones. Dit doen we samen met kennisinstituten als NLR. We kijken naar kleine tot grote drones en naar meerdere toepassingen”, aldus woordvoerster Belinda van den Berg. Over de mogelijke aanschaf houdt Defensie zich evenwel nog op de vlakte.

De landmacht denkt dat op afstand bestuurde vliegtuigen voor extra veiligheid in het veld en meer effectiviteit kunnen zorgen.




De bouw van deze zelfvliegende superdrones is een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo, die voor het praktijkonderzoek nauw samenwerkt met Saxion Hogeschool. „De toepassingen gaan veel verder dan alleen het leger. Je kunt er ook in rampgebieden snel hulp mee bieden of bijvoorbeeld donororganen in gekoelde kisten rondbrengen. Ook is er belangstelling uit de hoek van pakjesbezorgers”, zegt topman Eelco Osse.

De bouw van deze zelfvliegende superdrones is een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo, die voor het praktijkonderzoek nauw samenwerkt met Saxion Hogeschool. „De toepassingen gaan veel verder dan alleen het leger. Je kunt er ook in rampgebieden snel hulp mee bieden of bijvoorbeeld donororganen in gekoelde kisten rondbrengen. Ook is er belangstelling uit de hoek van pakjesbezorgers”, zegt topman Eelco Osse.

Potentie
De Koninklijke Landmacht houdt de kaarten nog tegen de borst als het gaat om mogelijke aanschaf van de ’brancarddrones’, zoals ze ook worden genoemd. Het krijgsmachtsdeel vindt dat drones veel potentie hebben. Niet alleen in de logistiek, maar ook om informatie te vergaren en zelfs als wapen.

De landmacht denkt dat op afstand bestuurde vliegtuigen voor extra veiligheid in het veld en meer effectiviteit kunnen zorgen. „We zitten volop in de fase van verkennen en experimenteren met verschillende typen drones. Dit doen we samen met kennisinstituten als NLR. We kijken naar kleine tot grote drones en naar meerdere toepassingen”, aldus woordvoerster Belinda van den Berg.

“Voor onbereikbare of gevaarlijke plekken”
Volgens Osse zou Defensie interesse hebben getoond in een tiental van deze brancarddrones, zodra de certificering rond is. „De Amerikaanse militairen willen er mogelijk honderd bestellen, blijkt uit de contacten die wij met ze hebben. De regelgeving voor zulke grote drones is nog een struikelblok. Daarom hebben we ook een kleiner prototype gebouwd, dat bijna honderd kilo kan dragen”, vertelt hij aan De Telegraaf.

Chef-lector Abeje Mersha van het Saxion-researchteam stelt vast dat balansproeven met deze drone voor het transport van mensen en materiaal over relatief korte afstand zijn geslaagd. „Ze moeten stabiel en autonoom van A naar B kunnen vliegen, ook zonder direct toezicht vanaf de grond. Het is een intelligent en duur apparaat. Nee, bedragen noem ik niet.”

Volgens Mersha kan de machine ook worden ingezet ten behoeve van brandbestrijding en evacuaties. „Onbereikbare plekken en precisielandingen zijn voor dit toestel geen probleem. Voor zover wij weten is zo’n complexe drone nog nergens anders gemaakt.”

Door het gebruik van dit soort onbemande vervoermiddelen in gevaarlijke situaties kunnen volgens Defensie levens worden gespaard. „De testdrone van drie bij vier meter, als het ware een vliegende jeep, kan ruim een halfuur in de lucht blijven en heeft een actieradius van zo’n 60 km. Eind dit jaar gaan we alle proefresultaten evalueren”, aldus Osse.

Bron: Telegraaf / Defensie_KL Ruud Mol

Defensie zoekt antwoord op dreigingen van vliegende onbemande systemen zoals drones

Het Counter Unmanned Aircraft Systems (C-UAS) Test Center heeft tegenwoordig een eigen plek bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando. Het centrum vestigde zich deze week in gebouw 195 op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Venray. Daarmee is een grote stap gezet bij het zoeken naar antwoorden tegen aanvallen van vliegende onbemande systemen.

Het Kernteam C-UAS is september vorig jaar opgericht. Dat is niet te vroeg, want dreiging met onbemande systemen zoals drones komt steeds vaker voor. Internationaal groeit dan ook het belang om infrastructuur en evenementen te kunnen beschermen tegen aanvallen met onbemande systemen.




Deur open voor veiligheidspartners
Het C-UAS Test Center biedt mogelijkheden allerlei vormen van beschermingsmiddelen te testen en ermee te experimenteren. Niet alleen de Operationele Commando’s kunnen er gebruik van maken. Desgewenst staat de deur ook open voor veiligheidspartners, zoals de Nationale Politie, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Dienst Speciale Interventies.

Het Kernteam C-UAS verzette afgelopen maanden veel werk om kennis te borgen en te delen, maar ook bij het coördineren van activiteiten. Inmiddels zet het Kernteam stappen om partners op het gebied van C-UAS te ondersteunen, adviseren, informeren, stimuleren en faciliteren.

Op zoek naar kennis
Om effectief iets te kunnen doen tegen aanvallen van bijvoorbeeld drones zoekt Defensie naar kennis binnen en buiten de krijgsmacht. Om informatie te delen en te krijgen organiseert het kernteam daarom het eerste krijgsmachtbrede C-UAS Symposium. Dit is 28 mei op de Generaal-Majoor Kootkazerne in Stroe. Belangrijke partners krijgen een uitnodiging.

Bron: Defensie