Defensie detecteert drones door opvangen geluid

Defensie heeft een methode gevonden om door het opvangen van geluid zogenoemde Unmanned Aircraft Systems, oftewel drones op te sporen. Gisteren is dat succesvol getest. Drones die geen radiofrequenties gebruiken voor navigatie en besturing zijn nu niet te detecteren. Via akoestische detectie lukt dat wel.

Het opsporen van onbemande vliegende systemen gebeurt nu met radiofrequenties en radartechniek, aangevuld met ElektroOptics en camerasystemen. Deze detectiesystemen zijn echter beperkt bij het vinden van drones in verstedelijkt gebied. De akoestische mogelijkheid is een interessante aanvulling op de middelen om drones te vinden.

Dreigingen vanuit de lucht
Komende tijd volgen meer testen om drones op te sporen door hun geluid op te vangen. Dat gebeurt door het recent opgerichte Joint Nucleus Counter-UAS Test Center, ondergebracht op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel. Het centrum houdt zich onder meer bezig met bestrijding van dreigingen vanuit de lucht.

In handen van kwaadwillenden
De ontwikkelingen op het gebied van onbemande vliegende systemen gaan razendsnel. De mogelijke toepasbaarheid van deze apparatuur in handen van kwaadwillenden kan ernstige gevolgen hebben. Defensie is er daarom alles aan gelegen dit te voorkomen.




Superdrones kunnen gewonden van slagveld halen

Bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum NLR wordt getest met reuzendrones waarmee gewonde soldaten van het slagveld kunnen worden gehaald en wapens, brandstof en munitie naar het front kan worden gebracht.

De superdrones zijn een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo in samenwerking met hogeschool Saxion.
De Koninklijke Landmacht ziet potentie in de ’brancarddrones’. „We zitten volop in de fase van verkennen en experimenteren met verschillende typen drones. Dit doen we samen met kennisinstituten als NLR. We kijken naar kleine tot grote drones en naar meerdere toepassingen”, aldus woordvoerster Belinda van den Berg. Over de mogelijke aanschaf houdt Defensie zich evenwel nog op de vlakte.

De landmacht denkt dat op afstand bestuurde vliegtuigen voor extra veiligheid in het veld en meer effectiviteit kunnen zorgen.




De bouw van deze zelfvliegende superdrones is een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo, die voor het praktijkonderzoek nauw samenwerkt met Saxion Hogeschool. „De toepassingen gaan veel verder dan alleen het leger. Je kunt er ook in rampgebieden snel hulp mee bieden of bijvoorbeeld donororganen in gekoelde kisten rondbrengen. Ook is er belangstelling uit de hoek van pakjesbezorgers”, zegt topman Eelco Osse.

De bouw van deze zelfvliegende superdrones is een nieuwe activiteit van machinefabriek Boessenkool in Almelo, die voor het praktijkonderzoek nauw samenwerkt met Saxion Hogeschool. „De toepassingen gaan veel verder dan alleen het leger. Je kunt er ook in rampgebieden snel hulp mee bieden of bijvoorbeeld donororganen in gekoelde kisten rondbrengen. Ook is er belangstelling uit de hoek van pakjesbezorgers”, zegt topman Eelco Osse.

Potentie
De Koninklijke Landmacht houdt de kaarten nog tegen de borst als het gaat om mogelijke aanschaf van de ’brancarddrones’, zoals ze ook worden genoemd. Het krijgsmachtsdeel vindt dat drones veel potentie hebben. Niet alleen in de logistiek, maar ook om informatie te vergaren en zelfs als wapen.

De landmacht denkt dat op afstand bestuurde vliegtuigen voor extra veiligheid in het veld en meer effectiviteit kunnen zorgen. „We zitten volop in de fase van verkennen en experimenteren met verschillende typen drones. Dit doen we samen met kennisinstituten als NLR. We kijken naar kleine tot grote drones en naar meerdere toepassingen”, aldus woordvoerster Belinda van den Berg.

“Voor onbereikbare of gevaarlijke plekken”
Volgens Osse zou Defensie interesse hebben getoond in een tiental van deze brancarddrones, zodra de certificering rond is. „De Amerikaanse militairen willen er mogelijk honderd bestellen, blijkt uit de contacten die wij met ze hebben. De regelgeving voor zulke grote drones is nog een struikelblok. Daarom hebben we ook een kleiner prototype gebouwd, dat bijna honderd kilo kan dragen”, vertelt hij aan De Telegraaf.

Chef-lector Abeje Mersha van het Saxion-researchteam stelt vast dat balansproeven met deze drone voor het transport van mensen en materiaal over relatief korte afstand zijn geslaagd. „Ze moeten stabiel en autonoom van A naar B kunnen vliegen, ook zonder direct toezicht vanaf de grond. Het is een intelligent en duur apparaat. Nee, bedragen noem ik niet.”

Volgens Mersha kan de machine ook worden ingezet ten behoeve van brandbestrijding en evacuaties. „Onbereikbare plekken en precisielandingen zijn voor dit toestel geen probleem. Voor zover wij weten is zo’n complexe drone nog nergens anders gemaakt.”

Door het gebruik van dit soort onbemande vervoermiddelen in gevaarlijke situaties kunnen volgens Defensie levens worden gespaard. „De testdrone van drie bij vier meter, als het ware een vliegende jeep, kan ruim een halfuur in de lucht blijven en heeft een actieradius van zo’n 60 km. Eind dit jaar gaan we alle proefresultaten evalueren”, aldus Osse.

Bron: Telegraaf / Defensie_KL Ruud Mol