Nieuw Stingerpeloton beschermt tegen dreiging van boven

De krijgsmacht heeft een nieuwe eenheid om de Nederlandse luchtverdediging bij te staan. Het opgerichte Stingerpeloton moet onder meer militairen van luchtmobiel of mariniers op de grond beschermen tegen acute luchtdreiging op korte afstand.

De militairen worden getraind om stingers (raketten) vanaf de schouder te lanceren. Defensie beschikt al over eenheden die met raketten luchtdreigingen over langere afstanden kunnen bestrijden.

De komst van het peloton is welkom, omdat Nederlandse militairen tijdens hun optreden steeds vaker te maken hebben met verschillende soorten dreiging vanuit de lucht. Dan gaat het niet alleen om vijandelijke vliegtuigen of helikopters, maar ook om bijvoorbeeld drones.

Het peloton maakt deel uit van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando (DGLC) en is ondergebracht bij 13 Luchtverdedigingsbatterij. Die zit op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel. De bedoeling is dat de militairen het Korps Mariniers en 11 Luchtmobiele Brigade ondersteunen. De stingermilitairen kunnen ook ingezet worden om schepen te verdedigen, die zelf niet over voldoende luchtverdediging beschikken.

Scherp geprijsde Halloween decoratie via bol.com

Mooie toevoeging
“Met de komst van het Stingerpeloton heeft de batterij een mooie toevoeging gekregen voor de uitvoering van zijn taak”, zei commandant DGLC kolonel Jos Kuijpers van de Bestkazerne. “De dreiging vanuit de lucht is en blijft zeer reëel.”

De militairen worden speciaal getraind om snel en flexibel ingezet te worden. De eenheid, die officieel het Stinger Manpad-peloton gaat heten, bestaat uit DGCL-personeel en nieuwe militairen.

Die laatste groep begint op 19 oktober aan de Algemene Militaire Opleiding op de Bestkazerne. Zij zijn binnengekomen via de zogenoemde HR-proeftuin. Binnen deze proef werden zij binnen een dag gekeurd op de kazerne, waarna zij direct een aanstelling kregen. Dat was wel onder voorbehoud van een veiligheidsonderzoek. Na de opleiding gaan zij meteen aan de slag.




Duitse luchtverdedigers DGLC schieten met scherp

Duitse luchtverdedigers van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) oefenden deze week met scherp op de bescherming tegen dreigingen op korte afstand. Ze deden dat voor het eerst op grote schaal sinds het begin van de coronacrisis.

De Duitse grondgebonden luchtverdedigingseenheid Flugabwehrraketengruppe 61 valt sinds 2018 onder het commando van het Nederlandse DGLC. Vanuit hun thuisbasis in het Noord-Duitse Todendorf oefenden de Duitsers intensief met hun wapensystemen. Het Mantis- en het LeFlaSys wapensysteem zijn beide geschikt voor het bestrijden van luchtdreiging op korte- tot zeer korte afstand.

Mali
Met het 35 mm-geschut van het Mantis-systeem werd een zogenoemde live firing gedaan, oftewel met scherp geschoten. Mantis bestaat uit een vuurleidingscentrale, waarnemingsmiddelen en enkele 35-mm-geschutstukken. Met een bereik van 20 kilometer is het geschikt voor het verdedigen van legerbases en andere objecten.

Waarnemingsmiddelen van de eenheid worden momenteel gebruikt om de Duitse militairen in Mali te alarmeren als er projectielen op hun basis worden afgeschoten. Nederlandse luchtverdedigers van het DGLC werken daar op dit moment samen aan deze taak met Duitse collega’s.


Schnelle Wiesel

Flugabwehrraketengruppe 61 heeft ook het Leichtes Flugabwehrsystem (LeFlaSys). Licht gepantserde Wiesel-rupsvoertuigen uitgerust met Stinger-raketten werken samen met een mobiele radar en commandocentrale.

De Duitse luchtverdedigers verdedigden tijdens de oefening Schnelle Wiesel een vliegveld. Ze moesten hierbij rekening houden met dreigingen vanaf de grond én vanuit de lucht.