CDS bij Taptoe: onzichtbare band is fundament van onze krijgsmacht

“Groter worden dan jezelf. De wereld zien. Er willen zijn voor de ander. In een wereld van het ´ik´, vechten voor het wij. Dàt is waarom militairen in dienst gaan.” Commandant der Strijdkrachten (CDS) luitenant-admiraal Rob Bauer zei dat vrijdagmiddag tegen veteranen en dienstslachtoffers van Defensie en Politie. Zij vormden het eerste publiek van de tot zondag durende Nationale Taptoe in Rotterdam.




De CDS vertelt zijn verhaal omdat Nederland uitvoerig stilstaat bij 75 jaar vrijheid. Terwijl 200 muzikanten uit de hele krijgsmacht gezamenlijk de melodie van Band of Brothers spelen, praat Bauer verder.

Onzichtbare band
Hij vertelt dat militairen in dienst zijn van een groter goed: het beschermen van democratie. “Wanneer burgers moeten schuilen, staan militairen op. Wij zijn het schild voor onschuldigen.75 jaar geleden vochten de Geallieerden voor ons. Zij gaven ons onze vrijheid terug. Die vrijheid moeten we iedere dag opnieuw bevechten. Die opdracht… dat levensdoel… is iets wat alle militairen met elkaar delen. Het vormt een onzichtbare band, die oorlogen en generaties overstijgt.”

Als woorden tekort schieten …
Volgens Bauer weet een militair wat het betekent om te dienen, door te gaan waar anderen stoppen, jezelf in dienst te stellen van de groep en bereid te zijn het ultieme offer te brengen. “Die onzichtbare band is het fundament van onze krijgsmacht. Het grenzeloze vertrouwen in elkaar. De geborgenheid van kameraadschap. The band of brothers and sisters. Als symbool voor die eenheid dragen wij een uniform. Met trots. Want het toont de kracht van ons collectief. En vormt deel van onze identiteit. Het militaire beroep brengt en vraagt veel. Ook van familie en vrienden. En als woorden tekort schieten, vult muziek de stilte. Het drukt uit wat wij voelen: kracht… eenheid… trots. Maar ook: verdriet om wie er niet meer is. Het kan in één klap beelden, geuren en geluiden van een missie oproepen. Dàt is, al 2 eeuwen lang, de kracht van militaire muziek. En dan geldt, net als overal in onze krijgsmacht, ieder instrument doet er toe. Samen… zijn wij sterker. Samen… zijn wij meer.”

Na het verhaal van Bauer krijgt het publiek het meest uiteenlopende repertoire voorgeschoteld.

Op het toneel
De Traditional Army Band Zuid Korea zorgt voor een verbluffend visueel spektakel met traditionele kledij, prachtig gedetailleerde trommen, blaas- en strijkinstrumenten. Verder is er Schotse muziek op het toneel, een Drill Show met wapens en Surinaamse muziek. Natuurlijk is er ook een hoofdrol voor de militaire muziek uit de Nederlandse krijgsmacht en nog veel meer. Het is alleszins de moeite waard. Orkesten, artiesten en figuranten werken samen tijdens grote scènes. Tussen de bedrijven door zorgen onder anderen Golden Earring-drummer Cesar Zuiderwijk en solotrombonist Jörgen van Rijen voor entertainment.

Bron: Defensie

Mobilisatie-Oorlogskruis voor verzetsstrijder en matrozen

De 96-jarige verzetsstrijder J.J. van Eil ontving gisteren het Mobilisatie-Oorlogskruis. Chef Kabinet Defensiestaf kolonel Detlev Simons speldde hem het ereteken op. Matrozen Cornelis en Gerrit den Hoedt kregen de onderscheiding postuum. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, tevens Inspecteur der Veteranen luitenant-generaal Hans van Griensven overhandigde de versierselen aan nabestaanden van de broers.




Wanneer in West-Brabant de avond viel, gingen Van Eil en zijn medeverzetsstrijders van de Ordedienst op zoek naar Duitse soldaten. Die leverden zij aan de andere kant van de Maas uit aan de Engelse strijdkrachten. Dat deed de Ordedienst steeds vaker, omdat de geallieerden grote vooruitgang boekten in West-Brabant. De Ordedienst verborg ook de bemanning van een neergestort Engels vliegtuig en bracht ze achter de eigen linies.

Zeer trots
Nadat Van Eil vanuit zijn onderduikadres had deelgenomen aan de verzetsgroep, diende hij van 1946 tot 1947 bij de Mijn- en Munitieopruimingsdienst. In die periode ruimde de dienst 27.930 mijnen.

Voor geen van deze zaken kreeg Van Eil ooit erkenning. Hij zou ook nooit zelf erin vragen, maar zei zeer trots te zijn op het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Matrozen
De broers Cornelis en Gerrit den Hoedt werkten in de oorlog als matroos bij de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Cornelis kwam 18 september 1944 om. Een Engelse onderzeeboot torpedeerde het schip waarmee hij als krijgsgevangene werd vervoerd. Broer Gerrit overleefde de ramp, maar overleed later door ontberingen bij de aanleg van de Sumatra-spoorweg. Hij is begraven op het ereveld Leuwigajah te Cimahi op Java. Familieleden van de broers namen het Mobilisatie-Oorlogskruis in ontvangst.

Koopvaardij
In de beide matrozen eerde luitenant-generaal Van Griensven al het koopvaardijpersoneel. Weinigen weten dat de koopvaardijschepen en alle opvarenden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de overheid waren gevorderd. De schepen werden wereldwijd ingezet voor materieel- en troepentransport van de geallieerden. Zij kregen hiervoor de veteranenstatus en leverden een grote bijdrage aan de uiteindelijke overwinning. Maar zij leden ook zwaar. In dienst van Nederland kwamen 3.400 Nederlandse opvarenden om bij het uitvoeren van hun belangrijke en gevaarlijke taak.

Bron: Defensie