Mobilisatie-Oorlogskruis voor verzetsstrijder en matrozen

De 96-jarige verzetsstrijder J.J. van Eil ontving gisteren het Mobilisatie-Oorlogskruis. Chef Kabinet Defensiestaf kolonel Detlev Simons speldde hem het ereteken op. Matrozen Cornelis en Gerrit den Hoedt kregen de onderscheiding postuum. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, tevens Inspecteur der Veteranen luitenant-generaal Hans van Griensven overhandigde de versierselen aan nabestaanden van de broers.




Wanneer in West-Brabant de avond viel, gingen Van Eil en zijn medeverzetsstrijders van de Ordedienst op zoek naar Duitse soldaten. Die leverden zij aan de andere kant van de Maas uit aan de Engelse strijdkrachten. Dat deed de Ordedienst steeds vaker, omdat de geallieerden grote vooruitgang boekten in West-Brabant. De Ordedienst verborg ook de bemanning van een neergestort Engels vliegtuig en bracht ze achter de eigen linies.

Zeer trots
Nadat Van Eil vanuit zijn onderduikadres had deelgenomen aan de verzetsgroep, diende hij van 1946 tot 1947 bij de Mijn- en Munitieopruimingsdienst. In die periode ruimde de dienst 27.930 mijnen.

Voor geen van deze zaken kreeg Van Eil ooit erkenning. Hij zou ook nooit zelf erin vragen, maar zei zeer trots te zijn op het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Matrozen
De broers Cornelis en Gerrit den Hoedt werkten in de oorlog als matroos bij de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Cornelis kwam 18 september 1944 om. Een Engelse onderzeeboot torpedeerde het schip waarmee hij als krijgsgevangene werd vervoerd. Broer Gerrit overleefde de ramp, maar overleed later door ontberingen bij de aanleg van de Sumatra-spoorweg. Hij is begraven op het ereveld Leuwigajah te Cimahi op Java. Familieleden van de broers namen het Mobilisatie-Oorlogskruis in ontvangst.

Koopvaardij
In de beide matrozen eerde luitenant-generaal Van Griensven al het koopvaardijpersoneel. Weinigen weten dat de koopvaardijschepen en alle opvarenden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de overheid waren gevorderd. De schepen werden wereldwijd ingezet voor materieel- en troepentransport van de geallieerden. Zij kregen hiervoor de veteranenstatus en leverden een grote bijdrage aan de uiteindelijke overwinning. Maar zij leden ook zwaar. In dienst van Nederland kwamen 3.400 Nederlandse opvarenden om bij het uitvoeren van hun belangrijke en gevaarlijke taak.

Bron: Defensie

Kan onze Defensie een grootschalig conflict wel aan?

Dodenherdenking en bevrijding. Oorlog en vrede. Vrijheid! Maar wat als er wéér oorlog uitbreekt? De dreiging van de Russen neemt toe. De vrijheid ligt opnieuw onder vuur. Is onze Defensie klaar voor een grootschalig gewapend conflict?

Nee, een oorlog tussen de NAVO en Rusland lijkt niet waarschijnlijk. De spanning tussen beide machtsblokken loopt op, maar schermutselingen blijven vooralsnog beperkt tot retoriek.

Toch is de wereld de afgelopen vijf, tien jaar onveiliger, onvoorspelbaarder en complexer geworden. De militaire inlichtingendienst MIVD noemde dinsdag het optreden van Rusland en China „zorgwekkend.” Ook Iran, Syrië, Pakistan en Noord-Korea roeren zich.




De NAVO –29 lidstaten, waaronder Nederland– waakt al 70 jaar over vrede in Europa met als belangrijkste doctrine artikel 5: een aanval op één is een aanval op allen. De Europese bondgenoten hebben na het einde van de Koude Oorlog –met het verdwijnen van de Russische dreiging– fors bezuinigd op defensie. Nederland heeft twintig jaar lang de krijgsmacht voor meer dan een miljard euro kaalgeplukt.

De NAVO beschikt nog over een overwicht aan tanks en artillerie. Toch is die situatie niet alleen maar geruststellend. Want de Russische dreiging met kernwapens neemt daardoor juist toe. De vraag is of Nederland –in NAVO-verband– nog een geloofwaardige vuist kan maken.

Er gloort licht aan de horizon. Het kabinet trekt in het regeerakkoord 1,5 miljard euro extra uit voor het leger. Binnenkort volgt via de Voorjaarsnota nog eens 160 miljoen euro per jaar en 400 miljoen eenmalig. Maar is dat voldoende?

Drie defensiedeskundigen inspecteren de Nederlandse troepen. Hun bevindingen zijn ontluisterend. „Nederland kan een oorlog niet winnen.”

Landmacht mist vuurkracht
De krijgsmacht zucht nog vele jaren onder de gevolgen van zware bezuinigingen. Mocht er een ‘ouderwetse’ oorlog –van staal op staal– met Rusland uitbreken, dan is een goede afloop allerminst zeker. „De landmacht mist vuurkracht.”

Generaal b.d. Mart de De Kruif kent de Koninklijke Landmacht als geen ander. Vijf jaar (2011-2016) was de driesterrengeneraal de hoogste baas van de landmacht. Vanaf eind 2008 gaf hij een jaar lang leiding aan 45.000 ISAF-manschappen in de strijd tegen de Taliban in Zuid-Afghanistan.

Hoe staat de landmacht ervoor?

„De landmacht bevindt zich na vele jaren van krimp in een overgangsfase naar wederopbouw. Het stilzetten van een leger is een koud kunstje. Het weer opbouwen kost vele jaren. Ik waarschuw maar vast: deze klus is niet binnen drie, vier jaar geklaard.”

Hoe groot is de impact van de bezuinigingen?

„De landmacht telde ooit meer dan 1000 tanks en 10 brigades van elk 3000 à 4000 man, om maar eens wat te noemen. Daar is weinig meer van over. Tanks en veel artillerie zijn verdwenen. We kunnen een oorlog een week volhouden. Buffers van munitie, reserve-onderdelen en voertuigen zijn er niet meer.”

Wat doet dat met een generaal?

„Ik heb grote moeite gehad met de ad-hocbezuinigingen. Militair-zijn is een professie. De politiek kan besluiten tot bezuinigingen, maar militairen moeten bepalen op welke manier. De politiek is op onze stoel gaan zitten. Heel vreemd. Een operatie laat je toch ook over aan een chirurg?”

Hebt u aan de bel getrokken?

„De politiek heeft in 2013 bijvoorbeeld besloten 440 miljoen euro te bezuinigen, waarvan 40 miljoen op de landmacht. De Johan Willem Frisokazerne in Assen zou moeten sluiten. Ik kon deze stap niet verantwoorden. Want het was míjn verantwoordelijkheid én ik miste visie op de krijgsmacht.

Daarom heb ik belet gevraagd bij de minister en gezegd: Als dit doorgaat, stop ik. Een ongebruikelijke stap, maar ik kon niet anders. Van Tom Middendorp, destijds commandant der strijdkrachten, en toenmalig defensieminister Hennis, kreeg ik steun. Dat getuigt van moed van hen. Ik mocht die 40 miljoen zelf invullen.”

Nederland schafte z’n tanks af. Pijnlijk?

„De Russen investeerden in tanks, wij schaften ze af. Een heel rare gewaarwording. Een taak van de krijgsmacht is geweld te gebruiken als ergens ter wereld Nederlandse belangen worden geschaad. Afschaffing van de tanks stond voor mij haaks op die rol van het leger. Een krijgsmacht kan alleen geloofwaardig optreden door een vuist te maken. Je kunt moeilijk boksen zonder vuist.”

Hoe ingrijpend was afschaffing van de tank?

„Ingrijpend. Nederland ziet geweld als uiterste redmiddel, maar voor Poetin staan economisch, politiek én militair ingrijpen op dezelfde hoogte. Het Westen kan daarom geen keus maken tussen conventioneel of cyberwar, maar zal sterk moeten zijn te land, ter zee, in de lucht en in de ruimte. Want Poetin pakt ons waar we zwak zijn.

Het Duits-Nederlandse tankbataljon met 44 Leopards maakt het gemis een beetje goed. Dergelijke vormen van Europese samenwerking zijn nodig. Kleine landen kunnen niet meer in hun eentje over grote eenheden beschikken.”

Kan de landmacht nog een beetje z’n tanden laten zien?

„Als het moet, stáán we er. Dat is de discrepantie. Na het neerstorten van vlucht MH17 in Oekraïne blaast Nederland op de fluit en staan de manschappen klaar om eventueel in te grijpen. Dát is militaire professie. Maar daadwerkelijk ingrijpen vereist goede spullen en goede mensen. Personeel moet daarom veel meer aandacht krijgen. De kracht van de landmacht bestaat uit de mensen. Betere vind je niet.”

Lukt een Uruzganmissie nog?

„Voor eventjes misschien. Een paar keer eenheden elkaar laten afwisselen, meer niet.”

Mali?

„We hebben voor Mali in alle hoeken en gaten militairen moeten zoeken. Alle marges zijn weg. Toch ben ik blij met deze inlichtingenmissie, die woensdag overigens is beëindigd. De uitzending is goed geweest voor het leiderschap én voor de onderlinge samenwerking tussen landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee.”

Hoe nu verder met de krijgsmacht?

„Het zou goed zijn objectief onderzoek te doen naar de bezuinigingen. Waar is de evaluatie van twintig jaar inkrimpen? Wat is er gebeurd? Politiek, militair? Niet om schuldigen aan te wijzen. Maar gewoon om lessen te leren en visie te ontwikkelen voor de langere termijn, dáár gaat het mij om. Het kan beter. Hoe voorkomen we dat we tanks wegdoen en weer moeten terughalen?”

Wat is de grootste zorg rond de Russische dreiging?

„Rusland investeert veel in conventionele artillerie, tanks en drones. De nieuwe generatie Russische tanks, de Armata, vormt een grote dreiging, hoewel de vraag is of deze echt kunnen wat de Russen zeggen.

Grote zorg baart mij het verschil in vuurkracht met de Russen. Nederland komt veel vuurkracht tekort. Van tanks, van zware artillerie met precisiegranaten. Bovendien laat de snelheid van troepenverplaatsingen te wensen over. In de Koude Oorlog stonden we binnen 24 uur bij het IJzeren Gordijn. Dat lukt nu amper. Mis je vuurkracht en snelheid, dan verlies je geloofwaardigheid.”

Kan de landmacht een grondoorlog nog winnen?

„Als alle spullen het zouden doen, als we vuurkracht zouden hebben én als de tanks volledig operationeel zouden zijn, dan kunnen we heel ver komen. Maar op dit moment is het heel moeilijk.”

Luchtmacht met moeite van de grond

De luchtmacht moet veel moeite doen een missie met F-16’s langere tijd vol te houden. Ook al kan Nederland –mét de NAVO– een luchtoorlog van de Russen winnen, toch is dat niet iets om vrolijk van te worden. Kernwapengekletter dreigt.

De Koninklijke Luchtmacht draagt zijn steentje bij aan vrede en veiligheid. Met hangen en wurgen, dat wel. Oud-luchtmachtkolonel Peter Wijninga, verbonden aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) in Den Haag, kent de luchtmacht van binnenuit. Wijninga heeft Air Power Strategy gestudeerd aan de USAF Air University in de VS.

Hoe heftig zijn de jarenlange bezuinigingen op de luchtmacht?

„Behoorlijk heftig. De luchtmacht heeft zware klappen opgelopen. De luchtmacht heeft ooit 213 F-16’s aangeschaft, nu zijn dat er nog 61. Een verschrikkelijke achteruitgang, niet voor te stellen.

In de Kosovo-oorlog in 1999 kon de luchtmacht zonder problemen langdurig twintig jachttoestellen inzetten. Nu kost het veel moeite om met vier F-16’s een missie tegen IS in Jordanië een jaartje vol te houden.”

Wat doet dat met de luchtmacht?

„Door deze moeilijke periode heeft het luchtmachtpersoneel zich jaren afgevraagd: Waar dóén we het nog voor? Het imago van de krijgsmacht, dat veel weg had van een dood paard, heeft zwaar geleden onder de bezuinigingen. Militairen hadden het vertrouwen in de politiek verloren. Het huidige gedoe rond een nieuwe cao voor militairen maakt niet alleen personeelswerving moeilijk, maar schept ook weinig vertrouwen. Herstel daarvan kost veel tijd.”

Kan de luchtmacht nog een vuist maken?

„De F-16 is het krachtigste wapen van de krijgsmacht, samen met de onderzeeboten, nu de tanks en veel artillerie zijn verdwenen. Als de Russen zouden binnenvallen, dan zet de luchtmacht alles op alles om materieel in de lucht te krijgen. Maar dat lukt met het huidige beperkte materieel niet voor lang. Zorgelijk.

De F-16’s, en straks de F-35’s, kunnen zeker een vuist maken. Ze hebben een taak in de strategische afschrikking van de NAVO met kernwapens. Heel wezenlijk.”

De luchtmacht krijgt nu extra geld.

„Er gloort licht aan het eind van de tunnel, de luchtmacht krabbelt op uit het dal. De Vliegbasis Leeuwarden krijgt dit jaar de eerste F-35’s en de MQ-9 Reaper-drones, terwijl de Cougarheli een update krijgt voor inzet met special forces. De Chinookvloot wordt deels vervangen en de Apache gemoderniseerd. Verder lanceert de luchtmacht een nanosatelliet voor observatie uit de ruimte. Die ontwikkelingen geven een nieuwe impuls. Tegelijk moet je wel mensen hebben, om die wapensystemen te bedienen. Het personeelstekort is groot.”

Hoe belangrijk is het aantreden van de F-35?

„Erg belangrijk. De luchtmacht treedt een nieuw tijdperk binnen. Met de F-35 kan de luchtmacht een fikse klap uitdelen, in situaties waarin de F-16 niet kan overleven. De F-35 is dankzij z’n stealth-eigenschappen minder zichtbaar op vijandelijke radar dan een F-16. Op radarbeelden ziet de F-35 er als het ware uit als een kaarsje, een F-16 als een helder verlichte kerstboom.”

„Lastig te voorspellen, dat is een technologische wedloop. Radar verbetert, stealth verbetert ook.”

Wat zijn de Russische dreigingen voor de luchtmacht?

„De Russen beschikken met de S-300 en de S-400 over geavanceerde luchtafweersystemen. Daarmee schieten ze elke F-16 uit de lucht. Deze veroudere toestellen maken geen schijn van kans. De NAVO en Nederland zijn nu bij eventuele operaties tegen de S-300 of S-400 nog te veel aangewezen op de Amerikanen.

Verder is de verbeterde MIG-29 nog altijd een geducht Russisch luchtwapen, evenals de nieuwere SU-31 en SU-35. De aantallen darvan zijn echter beperkt.”

Hoe ernstig is de Russische dreiging?

„In de Koude Oorlog hadden de Russen een overwicht aan conventionele wapens. Tanks, vliegtuigen, schepen. De NAVO bevond zich daarbij in een situatie waarin het nodig zou kunnen zijn als eerste kernwapens tegen deze overmacht in te zetten.

De situatie is nu omgekeerd. De NAVO heeft een conventioneel overwicht. Maar dat is niet per se iets om vrolijk van te worden. Poetin heeft al eens gedreigd als eerste kernwapens in te zetten tegen het Westen, wetend dat hij conventioneel zwakker is. Dát is gevaarlijk.

De Russen stationeren Iskanderraketten in Kaliningrad, de Russische enclave tussen Polen en Litouwen. Deze raketten met een bereik van 500 kilometer kunnen worden uitgerust met kernkoppen die veel Europese hoofdsteden kunnen bereiken.”

Is de NAVO nog afschrikwekkend genoeg?

„De afschrikking heeft ernstig geleden onder bezuinigingen. Afschrikking staat of valt met geloofwaardigheid. Rusland maakt van z’n zwakte een deugd en hanteert daarom een nieuwe doctrine. Moskou probeert met hybride oorlogen, cyberwar en desinformatie verdeeldheid te creëren in Europa.”

Kan de luchtmacht een luchtoorlog nog winnen?

„Ik denk het wel. De NAVO is in staat luchtoverwicht te creëren. De luchtmacht kan met 37 F-35’s zeker geen langdurige operaties volhouden. Daarom is het van groot belang dat er vijftien F-35’s bij komen. Niet alleen voor nationale en internationale taken, maar ook voor NAVO-taken. Baltic Air Policing bijvoorbeeld, het bewaken van de Baltische staten.”

Marine kan slecht van zich afslaan

De Koninklijke Marine staat voor een decennium van zwakte. Als er nu een oorlog uitbreekt, komt die voor de zeestrijdkrachten op „het allerslechtste” moment. Veel marineschepen naderen het einde van hun levensduur, nieuwe oorlogsbodems stromen nog niet in.

De marine is zo ongeveer op de halve wereld actief om de Nederlandse belangen te beschermen. Tegen de Russen, tegen piraten, tegen drugssmokkelaars. Marine-expert Jaime Karremann volgt de zeestrijdkrachten op de voet. Zijn site marineschepen.nl staat te boek als gezaghebbend op militair-maritiem gebied. Karreman is auteur van ”In het diepste geheim” (2017) en ”Orka” (2018) over de wereld van de marine.

Hoe staat de marine ervoor?

„De marine is totaal gedecimeerd. Ooit beschikte de marine over 24 fregatten, een handvol onderzeeboten, tientallen vliegtuigen en een vliegdekschip. De slagkracht van de vloot bestaat door enorme bezuinigingen nu nog uit zes fregatten, vier onderzeeboten en zes mijnenjagers. Minder dan een derde!

Veel marineschepen naderen het eind van hun levensduur. Eén mijnenjager, de Makkum, dateert uit 1985. Een oldtimer. Niemand gebruikt nog een telefoon uit 1985, toch?”

„Het personeel is ongeduldig. Defensie krijgt nu meer geld, maar zij zien er nog weinig van. Defensieminister Ank Bijleveld krijgt daarom een vier als rapportcijfer van militairen. De uitstroom is hoog met een aantrekkende economie.”

Een somber beeld?

„Ja, heel somber. De marine voelt nog decennia de bezuinigingen die sinds de jaren 90 zijn doorgevoerd. Nederland beschikte in de jaren 80, 90 over een complete marinevloot én marine-industrie. Wij konden alles zelf. Marineschepen ontwerpen, bouwen, onderhouden en inzetten. Er is enorm veel kennis verloren gegaan. Zoek je een bepaalde marine-expert, dan kun je er hooguit nog één of twee vinden, terwijl er vroeger hele afdelingen op hun deelgebied actief waren.”

Wat betekent dat voor de slagkracht van de marine?

„Voor de marine breekt een decennium van zwakte aan. Als er nu een oorlog uitbreekt, komt die voor de marine op het allerslechtste moment.”

De marine moderniseert toch ook?

„Inderdaad, er zijn ook lichtpuntjes. De marine moderniseert de vier luchtverdedigings- en commandofregatten, de vier onderzeeboten en de twee amfibische transportschepen, terwijl op korte termijn nieuwe wapens worden aangeschaft.

Tegelijkertijd is de marine nog erg goed op een aantal deelterreinen. Bijvoorbeeld de verdediging tegen ballistische raketten, de bestrijding van onderzeeboten, de ruiming van mijnen en het leiden en uitvoeren van amfibische operaties.

Verder krijgt Nederland twee nieuwe fregatten, een nieuwe tanker en vier nieuwe onderzeeboten. Maar die zijn niet direct inzetbaar en het is puur vervanging, géén uitbreiding. Wil Nederland zijn vitale handelsbelangen in de wereld blijven veiligstellen, dan is uitbreiding van de vloot noodzakelijk. Zeker gezien de toenemende dreiging in de wereld.”

De Russen zijn erg actief. Wat zijn de grootste bedreigingen?

„Een bedreiging vormen de Russische supersone en hypersone wapens, die vijf keer sneller dan het geluid gaan. De NAVO kan daar niets tegenover stellen. De Amerikanen, Fransen en Britten ontwikkelen hypersone wapens, maar daarmee zijn ze voorlopig nog niet aan boord van marineschepen.

Verder beschikken de Russen sinds kort over zeecontainers met raketlanceerinstallaties voor op vrachtschepen.”

Hoe zorgelijk is de situatie?

„De Russische marine kan van zich af slaan met offensieve wapens. Als de Russen een NAVO-vloot aanvallen met honderd raketten, heeft de NAVO er de handen vol aan om die weg te koppen. In een oorlogssituatie wil je slagkracht hebben om ook de afzender van die raketten aan te pakken.

De Nederlandse marine is te veel gericht op verdediging. De fregatten beschikken over defensieve wapens: de SM-2-luchtverdedigingsraketten voor de middellange afstand, de ESSM-luchtdoelraketten en het Goalkeeper-snelvuurkanon voor de korte afstand.

Een fregat kan alleen van zich afslaan met Harpoons die laag over het water vliegend vijandelijke schepen moeten uitschakelen. Maar deze antischeepsraketten dateren uit de jaren 70. Het kanon aan boord, een tweedehandsje, is vijftig jaar oud.”

Het is toch niet onlogisch dat Nederland en de NAVO defensief zijn ingesteld?

„Nee. Maar de doctrines stammen uit de tijd van de Koude Oorlog, waarbij de marine Amerikaanse konvooien tussen de VS en Europa op de Atlantische Oceaan moest beschermen. De vraag is wat de marine daarmee kan bij een conflict op bijvoorbeeld de Middellandse Zee. Of bij een bezetting van de Caraïbische eilanden. Dan moet de marine ook wapens hebben om terug te slaan. Het wapenarsenaal voor aanval en verdediging is uit balans.”

Wint de NAVO een zeeslag van Rusland?

„Ja, de NAVO kan op papier een zeeoorlog vrij gemakkelijk winnen. Maar alleen omdat het bondgenootschap sterk leunt op Amerikaanse vliegdekschepen en nucleaire onderzeeboten. Rusland en China zullen het daarom ook nog niet op zo’n krachtmeting laten aankomen. Rusland is sterk in het voeren van vage, diffuse oorlogen met onduidelijke strijdgroepen, zoals in Oekraïne. En China breidt z’n marine snel uit.

Komt de marine nu niet met een antwoord op deze nieuwe uitdagingen, dan dreigt over tien jaar een tweede decennium van zwakte.”

Bron: reformatorisch dagblad / Defensie (foto’s illustratief)