Defensie beoordeelt risico’s werken met gevaarlijke stoffen

Defensie voert veel werkzaamheden uit waarbij gevaarlijke stoffen aan de orde zijn. Deze werkzaamheden beoordeelt Defensie zelf doorlopend op risico’s voor het personeel. Daarnaast voeren de Inspectie Veiligheid Defensie en de Nederlandse Arbeidsinspectie onafhankelijk toezicht uit. Dit laat staatssecretaris Christophe van der Maat de Tweede Kamer vandaag in een brief weten.

Chroom 6

Bij gevaarlijke stoffen gaat het om verf of reinigingsmiddelen, maar ook om stoffen die vrijkomen bij bijvoorbeeld lassen, slijpen, schieten of het draaien van dieselmotoren. Deze stoffen worden aan de hand van vastgestelde grenswaarden doorlopend beoordeelt door de eenheden die er mee werken. Zij worden hierbij ondersteund door het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG), de interne arbodienst van Defensie. Hiermee wordt de aanpak voor de beheersing van chroom-6 breder toegepast op andere gevaarlijke stoffen zoals Rijksbreed ook gebeurt.

Daarnaast voert Defensie de zogenoemde Nadere Inventarisatie Gevaarlijke Stoffen (NIGS) uit, een omvangrijk meerjarig traject. Defensie voert die daarom gefaseerd uit. Inmiddels is begonnen met de beoordeling van CMR-stoffen. Deze afkorting staat voor carcinogene (kankerverwekkend), reproductietoxische (giftig voor de voortplanting) en mutagene (genetische verandering veroorzakend).

De staatssecretaris meldt ook dat de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) onderzoek heeft gedaan naar de voortgang van de NIGS. De inspectie constateerde verbetering op 4 aandachtspunten uit een eerdere rapportage. Een daarvan ging bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Defensie verstrekt de IVD nog aanvullende informatie. Dit om inzicht te geven in de laatste stand van zaken van alle eenheden.

Van der Maat schrijft verder dat de Nederlandse Arbeidsinspectie een controletraject bij Defensie heeft afgesloten. Ze inspecteerde 3 grote onderhoudsbedrijven op het werken met gevaarlijke stoffen en de uitvoer van de NIGS. Overtredingen, waar eerder sprake van was, zijn niet meer aangetroffen. Volgens de arbeidsinspectie voldoet Defensie aan de wettelijke verplichtingen.

Wervingscampagne richt zich op Generatie D

Defensie is vandaag gestart met een nieuwe arbeidsmarktcampagne. Die richt zich op jongeren met de juiste mentaliteit. Deze ‘Generatie D’ wil werk doen dat ertoe doet, gelooft in de kracht van samenwerking en wil op persoonlijk vlak groeien.

Centraal in de campagne staat de overtuiging dat er altijd mensen zijn die hun nek willen uitsteken voor een ander. Dat er altijd een generatie is van doeners en doorzetters. Mensen die snappen dat je dingen samen moet oppakken. Generatie D is dan ook niet verbonden door een jaartal, maar door dezelfde mindset. Daarmee is er dus nauwelijks verschil tussen een middelbare scholier, een actief dienende militair of een veteraan die de dienst heeft verlaten.

Staatssecretaris Christophe van der Maat lanceerde vanochtend de campagne tijdens een werkbezoek aan het Dienstencentrum Personeelslogistiek in Amsterdam. “Ik ben trots op deze nieuwe campagne. Generatie D laat zien dat Defensie een geweldige plek is om talenten te ontwikkelen en vaardigheden op te doen die nergens anders zijn te leren.”

Breed publiek
Met de campagne hoopt Defensie een breed publiek aan te spreken. Zoals jongeren die misschien nooit aan een baan bij de krijgsmacht zouden denken. Generatie D laat zien dat Defensie een geweldige plek is om talenten te ontwikkelen en vaardigheden op te doen die nergens anders zijn te leren. Die inkijk in de krijgsmacht wordt gespiegeld aan de wereld waarin de jongeren leven. En dan blijken er ineens allemaal paralellen te zijn.

Generatie D wordt de komende maanden uitgediept met specifieke deelcampagnes. Ook zijn er vervolgcampagnes gericht op de ‘beïnvloeders’ van jongeren. Denk aan decanen, ouders en vrienden. Zodat ook die het een goed idee vinden als zij bij Defensie gaan werken.

De nieuwe campagne is te zien op tv, YouTube, buitenreclame en natuurlijk social media.