Missile away! Patriot

Met het lanceren van 4 Patriot-raketten heeft de Task Force Patriot de evaluatie op Kreta afgerond. Dat gebeurde de afgelopen 2 dagen. De eenheid van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando is door een internationaal gezelschap van luchtverdedigers beoordeeld. Ook zijn nieuwe systemen getest waarmee de eenheid in technisch opzicht een stap voorwaarts zet.
De task force, bestaande uit militairen van land- en luchtmacht, beoefende op het Griekse eiland het hele operationele proces; van het verplaatsen tot het tactisch schieten. Ze werden beoordeeld door een team van Griekse, Duitse en Nederlandse evaluatoren. De luchtverdedigingseenheid deed met 2 Patriot-vuureenheden, 1 commando-element en 1 logistiek deel mee aan de Tactical Firing Evaluation. Op Kreta is ook communicatiesysteem Compatriot II-systeem uitvoerig getest.




Modificatie
De volgende schietserie op Kreta met de Patriot is in 2021 De 4 Patriot-systemen gaan eerst in etappes naar Amerika voor een modificatie. Ze worden op de hoogste standaard voor luchtverdediging gebracht.

Commandant Task Force Patriot majoor Lennart Cornelisse is blij met wat de eenheid heeft laten zien. “Met de nodige beperkingen die de modificatie in het communicatiesysteem en de verlenging van de levensduur van het wapensysteem met zich meebrengt, voeren we toch met 2 wapensystemen de firing uit. De mensen hebben keihard gewerkt. Ik krijg ook een goed gevoel bij het Compatriot II-systeem, dat geeft vertrouwen.”
De locatie op het Griekse eiland Kreta is al decennia een geliefde plek voor het oefenen met raketwapensystemen van land- en luchtmacht. Aangezien een raket in korte tijd enorme afstanden aflegt, is het goed het afvuren te beoefenen boven een rustig gedeelte van de Middellandse Zee.

Spanning
Cornelisse: “De eenheid heeft momenteel veel recent geplaatst personeel. De spanning van een echte lancering is niet te simuleren. Als je succesvol hiernaar toe werkt, geeft dat vertrouwen in het systeem. Onze jonge onervaren militairen hebben hier maximaal kunnen profiteren van de kennis van onze ervaren militairen. Daarnaast krijgen wij als eenheid veel tips and tricks aangereikt van de evaluatoren.”

Duitse luchtverdedigingseenheid onder bevel Nederland

Nederland en Duitsland zetten een volgende stap op het gebied van militaire samenwerking. Onder toeziend oog van de Duitse en Nederlandse ministers van Defensie, wordt op woensdag 4 april de Duitse luchtverdedigingseenheid Flugabwehrraketengruppe 61 onder bevel gesteld bij het Nederlandse Defensie Grondgebonden Luchtverdedigings Commando (DGLC). Ook gaan Duitse militairen deel uitmaken van de staf van het DGLC. Hiermee integreren Nederland en Duitsland een deel van hun luchtverdedigingscapaciteiten.




De militaire ceremonie vindt plaats op de Luitenant-generaal Bestkazerne te Vredepeel. De Duitse minister van Defensie, Ursula von der Leyen en de Nederlandse minister Ank Bijleveld-Schouten zullen de ceremonie bijwonen, evenals de Duitse en Nederlandse plaatsvervangend commandant der Strijdkrachten. Beide ministers zullen de aanwezige troepen toespreken. Flubabwehrraketengruppe 61 bestaat uit ongeveer 300 militairen en beschikt over radargeleide kanon- en raketsystemen voor de bestrijding van vliegtuigen en projectielen op de korte afstand. De Duitse eenheid blijft gehuisvest in Todendorf, Duitsland. Wel krijgen de staf, het kenniscentrum en de opleidingseenheid van het DGLC versterking van Duitse collega’s.

Duitsland en Nederland werken al langer samen op het gebied van luchtverdediging. Dit concentreerde zich tot nu toe op de Patriot-raketsystemen waarover beide landen beschikken. De Patriot is geschikt voor de luchtverdediging op de lange afstand en verdediging tegen ballistische raketten. Sinds najaar 2016 is een gezamenlijke Duits-Nederlandse Patrioteenheid operationeel, die geschikt is voor uitzendingen. Naast de integratie van eenheden wordt ook onderzocht hoe de verschillende Duitse en Nederlandse luchtverdedigingseenheden nog intensiever met elkaar kunnen samenwerken op het gebied van doctrinevorming, opleidingen en het delen van kennis. Daarom is nu binnen het DGLC een binationaal kenniscentrum opgezet om de kennis en kunde van beide landen bij de bestrijding van bemande en onbemande vliegende toestellen en ballistische raketten te verbeteren. Meer militaire samenwerking tussen Europese partners is een belangrijk speerpunt van het kabinet. Om deze reden staat het Nederland-Duitse samenwerkingsverband op termijn open voor andere Europese landen om hieraan deel te nemen.

Duitsland is één van de strategische partners van Nederland. Het DGLC is de vijfde eenheid die geïntegreerd samenwerkt met Duitsland. Eerder al werd de Nederlandse Luchtmobiele Brigade onder bevel gesteld bij de Duitse Division Schnelle Kräfte en kreeg de Nederlandse 43e Gemechaniseerde Brigade een Duits tankbataljon onder bevel, terwijl de brigade zelf bij de Duitse Eerste Pantserdivisie werd ondergebracht. In 2016 kwamen de twee landen overeen dat het Duitse ‘Seebataillon’ wordt geïntegreerd in de Koninklijke Marine. Sinds 1995 werken Duitsland en Nederland nauw samen binnen het gezamenlijke Duits-Nederlands legerkorps in Münster.

Bron: Peel en Maas / Defensie: Wapensystemen DGLC. (persfoto)