Bouw nieuw bevoorradingsschip wordt Nederlands feestje

Een contract voor het nieuwe bevoorradingsschip Zr.Ms. Den Helder betekent dat meer dan 100 (voornamelijk) Nederlandse bedrijven aan de slag kunnen. Vice-admiraal Arie Jan de Waard plaatste in Den Helder namens Defensie zijn handtekening op het document. CEO Arnout Damen deed dat namens Damen Schelde Naval Shipbuilding. Als alles volgens plan verloopt levert het familiebedrijf het Combat Support Ship het 2e kwartaal van 2024 op. Een jaar later is het dan operationeel inzetbaar.

De Scheepsbouwer begeleidt de bouw van dit innovatieve schip als hoofdaannemer, samen met de Defensie Materieel Organisatie (DMO). De 100 betrokken bedrijven vormen een groot deel van de Nederlandse marinebouwsector.

De contractondertekening gebeurde op de brug van het Joint logistic Support Ship (JSS) Zr.Ms. Karel Doorman. De grotere broer van de Den Helder vormt de basis voor het ontwerp van het nieuwe Combat Support Ship (CSS). Hiermee brengt de Koninklijke Marine haar bevoorradingscapaciteit weer op peil.

Helpt bij uitvoeren grondwettelijke taken.
Overigens doet het CSS nauwelijks onder voor het JSS. Het nieuwe schip telt misschien iets minder meters en tonnage, maar is in innovatie zijn oudere broer ver vooruit en vult hem aan. Met het CSS is de marine weer in staat om een maritieme taakgroep langere tijd op zee te houden. Dat geldt zowel in nationaal als in internationaal verband. Dit vergroot de effectiviteit van (inter)nationale vlootverbanden en helpt de krijgsmacht bij het uitvoeren van de grondwettelijke taken.

Beheersen van vluchtelingenstromen
Het nieuwe schip is wereldwijd inzetbaar en kan, beschermd door fregatten, opereren onder hoge dreiging. Daarnaast is het te gebruiken bij de bestrijding van drugssmokkel, het beheersen van vluchtelingenstromen en het verlenen van noodhulp. Het bijna 200 meter lange bevoorradingsschip krijgt een 75-koppige bemanning en kan daarnaast ook 75 opvarenden meenemen. Er is plaats voor meerdere helikopters en zo’n 20 containers.

De bouwopdracht is niet Europees aanbesteed. Defensie wil de kennis en kunde van het ontwerpen en bouwen van marineschepen in Nederland houden. De krijgsmacht beriep zich hiervoor op het artikel 346 van het Verdrag Werking Europese Unie. Hierin staat dat lidstaten wezenlijke veiligheidsbelangen mogen beschermen.

De totale kosten van de bouw van Zr.Ms. Den Helder bedragen €375 miljoen.




Een artist’s impression van Saab/Damen. Dat deze partij de opdracht ook zal krijgen, blijft nog onzeker.

Kabinet stelt keuze onderzeebootbouwer uit

Slecht nieuws voor de Koninklijke Marine en diens hofleverancier Damen. Niet alleen wordt er dit jaar geen besluit genomen over de aankoop van onderzeeboten. Ook komend jaar gaat dat niet gebeuren, maar pas in 2021. Deze week zong rond dat de bewindspersonen van het ministerie van defensie op 13 december een brief naar de Tweede Kamer sturen over de boten. Die brief zal er wel komen, maar het langverwachte nieuws over de miljardenorder staat er niet in. Damen is gebaat bij een snelle toewijzing, omdat ze nu al problemen heeft met de orderportefeuille.

Drie partijen blijven in de race om de nieuwe onderzeeboten te bouwen voor de Koninklijke Marine. Hoewel het uitgangspunt blijft om de boten ’zo Nederlands mogelijk’ te krijgen, zal de tandem Saab/Damen voorlopig concurrentie houden van het Franse Naval en het Duitse ThyssenKrupp (TKMS).

Dat het kabinet de concurrentie in de aanbesteding houdt, is verrassend. Defensie en de Tweede Kamer voelen ervoor om verder te gaan met alleen Saab/Damen, een koppel dat wordt gezien als het meest Nederlands. Het was ook de opdracht die dit kabinet zichzelf heeft gegeven om grote defensie-orders zoveel mogelijk aan de Nederlandse industrie te gunnen. Met Damen zou kostbare kennis over de bouw van onderzeeboten zo veel mogelijk nationaal behouden blijven.

Elders in het kabinet leven echter te veel zorgen over de risico’s wanneer het ontwerp en de bouw nu al bij één consortium komen te liggen. Het kabinet is beducht voor een nieuwe ’Walrus-affaire’, het financiële fiasco waarop in de jaren tachtig de bouw van de bestaande onderzeeboten van de Walrus-klasse uitdraaide.