Aantal cyberaanvallen op overheid en defensie met bijna de helft gestegen

Aantal cyberaanvallen op overheid en defensie met bijna de helft gestegen. In 2021 kregen organisaties in totaal 50% meer wekelijkse cyberaanvallen te verduren dan in 2020. Overheid/defensie zag een gemiddelde van 1.136 wekelijkse aanvallen (47% toename).

Dit blijkt uit het 2022 Security Report van het Check Point Research (CPR). Het rapport beschrijft de belangrijkste aanvalsvectoren en technieken waarvan CPR in 2021 getuige is geweest.

Het Cyber Security Report 2022 geeft een gedetailleerd overzicht van het landschap van cyberdreigingen en aanbevelingen om de volgende cyberpandemie te voorkomen. Deze bevindingen zijn gebaseerd op gegevens van Check Point Software’s ThreatCloud Intelligence tussen januari en december 2021, en benadrukken de belangrijkste tactieken die cybercriminelen gebruiken om bedrijven aan te vallen. Het rapport is hier beschikbaar.

Het rapport is via deze link beschikbaar.

Defensie Cyber Commando
Defensie wil de digitale omgeving zo goed mogelijk verdedigen en heeft daarom het Defensie Cyber Commando. Deze organisatie valt direct onder de Commandant der Strijdkrachten. Het cyber commando zet zich in voor de digitale veiligheid van de hele Defensieorganisatie en haar partners.

Verdediging, inlichtingen en aanval
Het Defensie Cyber Commando concentreert zich op 3 gebieden van digitale veiligheid:

Verdediging. Alle digitale systemen moeten veilig zijn voor aanvallen en spionage.
Inlichtingen. De krijgsmacht moet op de hoogte zijn van bedreigingen in de digitale omgeving. Die bedreigingen komen zowel van binnen de eigen systemen (zwakheden en ‘achterdeurtjes’) als van buitenaf. Het cyber commando moet kunnen infiltreren in systemen van derden om informatie over cyberdreigingen te verkrijgen.
Aanval. De krijgsmacht kan digitale systemen van tegenstanders aanvallen, manipuleren of uitschakelen. Tegenstanders kunnen andere landen zijn, maar ook (terroristische) organisaties of hackers.

Krijgsmacht zet eerste stappen naar mindset om gezamenlijk een strijd aan te binden

F-35 jachtvliegtuigen zijn niet alleen van belang voor de luchtmacht. Ze beschermen grondtroepen, maar ook marineschepen op zee. Onderzeeboten zijn weliswaar van de marine, maar ook voor de rest van de krijgsmacht van grote meerwaarde. Ze houden kusten in de gaten en verzamelen informatie, die weer bruikbaar is voor de luchtmacht, landmacht of Special Forces. Kortom de krijgsmachtdelen hebben elkaar keihard nodig. De meerwaarde voor elkaar, maar ook voor buitenlandse partners, kwam afgelopen week volop aan de orde tijdens het 2-daagse virtual Air & Spacepower Symposium.




De bijeenkomst trok 800 online deelnemers van Defensie, kennisinstituten en partners. Met een blik vanuit het cyber, het maritieme, het lucht en ruimtedomein werden ze meegenomen in huidige geopolitieke en militaire ontwikkelingen en machtsverschuivingen op het wereldtoneel. Realistische scenario’s werden voorgeschoteld. De vraag was steeds: ‘wat betekent dit voor ons als Nederland en krijgsmacht?’

In de toekomst irrelevant
Duidelijk werd het gebrek aan connectiviteit tussen de krijgsmachtdelen. Iets waar Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim vorige maand al voor waarschuwde toen de Defensietop bijeenkwam. “In de strategische competitie waarin de wereld is verwikkeld winnen tegenstanders terrein”, zei hij toen. “Als wij op onze beurt op dezelfde voet doorgaan als nu, zijn we in de toekomst irrelevant.”

Eichelsheim zei verder dat de krijgsmacht een antwoord moet hebben op cyberaanvallen, spionage, sabotage, terrorisme, klimaatdreigingen, conflicten en oorlogen. “Antwoorden op combinaties van die dreigingen bovendien, die vaak allemaal tegelijk op ons afkomen.” Hij riep zijn commandanten toen op te denken in effecten, in resultaten en in gezamenlijkheid bij het optreden in verschillende domeinen tegelijk. Zijn verzoek leek met het symposium de eerste vruchten af te werpen.

Vernietigen van raketten
Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten viceadmiraal Boudewijn Boots benadrukte bijvoorbeeld het belang van de ruimte als domein voor de hele krijgsmacht. Zo vormt het ruimtedomein een noodzakelijke schakel in informatiegestuurd optreden. Sinds dit jaar cirkelt er een militaire nanosateliet rond de aarde, die uiteindelijk moet leiden tot capaciteiten om communicatie- en observatiemogelijkheden te verbeteren. Maar denk ook aan de SMART-L radar. Daarmee valt te zien of bijvoorbeeld Nederland doelwit is van een vijandelijke raket. Het is voorts ook al mogelijk die op grote afstand buiten de dampkring te vernietigen. Zo verbrandt niet alleen het projectiel, maar ook een eventuele chemische of bacteriologische lading. Dood en verderf op aarde wordt voorkomen.

Bron: Defensie