Duits-Nederlands Legerkorps jaar lang overal ter wereld inzetbaar

Het 1e Duits-Nederlandse legerkorps staat vanaf vandaag voor een jaar stand-by. Het komt in actie als de NAVO een Joint Task-Force Headquarters (Land) nodig heeft om waar ook ter wereld een missie uit te voeren.
Het Münsterse hoofdkwartier heeft zich gedurende 2 jaar voorbereid op deze rol. Begin april vond een NAVO-certificering plaats tijdens de oefening Trident Jaguar in Stavanger in Noorwegen. Daar werd de kwalificatie ‘excellent’ toegekend en de beoordelaars merkten op dat doorgaans de NAVO-standaard wordt gevolgd, maar er soms ook nieuwe standaarden worden gezet.

Energie, tijd en toewijding
Op de Prins Claus Kazerne in Münster sprak commandant van het hoofdkwartier luitenant-generaal Michiel van der Laan zijn waardering uit aan het adres van de multinationale staf. Die stak veel energie, tijd en toewijding in de voorbereiding op de nieuwe rol.




“Vanaf 1 juli moeten we er rekening mee houden te worden ingezet waar en wanneer de NAVO dat nodig acht. In de JTFHQ(L)-rol commanderen we niet alleen landstrijdkrachten maar coördineren we ook de inzet van marine, luchtmacht en special operations forces. Ik ben er van overtuigd dat we het vertrouwen van de NAVO bij een eventuele inzet absoluut waard zijn”, aldus Van der Laan.

Cyber warfare
Hij voegde daar aan toe: “We zijn in eerste instantie een oorlogvoerend hoofdkwartier maar moeten ons er in elk scenario van bewust blijven dat de zogenoemde comprehensive approach, een nauwe samenwerking tussen diplomatie, internationale en non-gouvernementele organisaties, onverkort van toepassing blijft om conflicten duurzaam op te lossen. We zullen ook gegarandeerd met cyber warfare- en gender-aspecten geconfronteerd worden.”

Bron: Defensie

Eerste hoogleraar cyber warfare vraagt Nederlandse voortrekkersrol

Defensie heeft de eerste hoogleraar Cyber Operations and Cyber Warfare van Nederland binnen de gelederen. Gisteren aanvaardde brigadegeneraal Paul Ducheine van de Militair Juridische Dienst zijn leerstoel aan de Nederlandse Defensie Academie en de UVA. Tijdens zijn oratie in Amsterdam ging hij in op hardnekkige mythen over digitale oorlogsvoering en recht.

Zo wordt de term ‘cyber warfare’, digitale oorlogsvoering, veel te gemakkelijk gebruikt. Het klopt niet dat alle digitale inbreuken ‘warfare’ zijn. Het gaat bijna nooit om oorlogvoering. Het bestempelen van een actie tot oorlogsdaad brengt juridische consequenties met zich mee. Daarom is zo’n term van belang.

Verder uitwerken

“Ik zal mij de komende jaren bezighouden met veiligheid in het digitale domein. En vooral met de rol(len) van de krijgsmacht. Legitimiteit van overheidsoptreden is daarbij belangrijk”, zegt Ducheine over het thema dat de verbinding vormt met het juridische karakter van zijn leerstoel. “Bij alle militaire operaties, dus ook de digitale, speelt legitimiteit een cruciale rol. Het optreden van Defensie moet binnen de grenzen van de wet blijven. Vanwege de relatieve nieuwheid moet de wetgever de regels voor digitale activiteiten nog verder uitwerken.”

Voorbeeldfunctie

Ducheine stelt dat Nederland als gastheer van internationale gerechtshoven een voorbeeldfunctie heeft en werk moet maken van cyber warfare. Dat betekent uiteindelijk positie innemen in enkele centrale oorlogsrechtelijke vraagstukken in cyberspace. Dat bracht Ducheine op de mythe dat moderne techniek zoals cyber warfare niet in het oude oorlogsrecht past. “Critici vergeten vaak dat luchtoorlogen ook nooit tot een apart oorlogsrechtelijk regime hebben geleid. Het internationale recht heeft voldoende aanpassingsvermogen. Het oorlogsrecht is steeds in staat geweest nieuwe technologie te omarmen.”

Niet alleen

Nog een mythe is dat de bescherming van het totale Nederlandse digitale domein een verantwoordelijkheid is van alleen de krijgsmacht. Dat is niet zo, juist omdat het om veel meer gaat dan digtal warfare. Denk aan digitale inbreuken ter vermaak, om te treiteren, voor activisme of financieel gewin. Digitale veiligheid draait ook om de bescherming van ICT, rechtshandhaving en inlichtingen. En daar zijn veel meer partijen bij betrokken dan mensen denken, zowel overheids- als particuliere instanties.

Niet voor niets

Feit is wel dat Defensie een belangrijke speler is in dit ‘nieuwe’ domein. In dit verband wil Ducheine nog kwijt dat ook digitale veiligheid niet voor niets komt: “Veiligheid eisen zonder middelen, zoals bevoegdheden, personeel of geld toe te kennen, is immoreel.”

Zwaard en schild

De titel van de oratie was ‘Je hoeft geen zwaard en schild te dragen om ridder te zijn’. Die slaat op het feit dat ook adviseurs en cyberspecialisten zonder schild of zwaard, niet-militairen, zorgen voor veiligheid. Maar Ducheine doelt ook op iets anders. Namelijk het feit dat militairen meer tot hun beschikking hebben dan fysieke wapens, namelijk digitale. De geactualiseerde Defensie Cyber Strategie van februari 2015 laat zien dat dit besef er is.