Ministers Blok en Bijleveld: internationale wetten gelden ook voor cyber

Overheden moeten het cyberdomein (aan)sturen om te voorkomen dat cyberspace straks dicteert wat er gebeurt. De wereld wordt er niet mooier op als er geen controle is op het cyberdomein. De digital technologie ontwikkelt zich met een duizelingwekkende snelheid. Dat betekent echter niet dat ze niet onder de (inter)nationale regels valt.

Minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten betoogde dat vanmiddag in Den Haag. Ze zei het tijdens het symposium ter gelegenheid van de 1e verjaardag het zogenoemde “Tallinn Manual 2.0” voor internationaal recht. De bijeenkomst werd door zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken als door Defensie georganiseerd.




Recht op zelfverdediging
Bijleveld verwees naar het AIV rapport ‘Cyber Warfare’ uit 2011. Daarin staat dat een cyberaanval als een gewapende aanval op een land mag worden opgevat als het tot een langdurige en zeer omvangrijke ontwrichting van de maatschappij leidt. “Bijvoorbeeld als een cyberaanval het financiële systeem in Nederland volledig platlegt of als de regering essentiële taken niet meer kan uitvoeren zoals zorgen voor veiligheid of het innen van belastingen.” Een land heeft dan het recht zichzelf te verdedigen. Veel regeringen onderschrijven deze stelling. Het Tallin Handboek komt voort uit de wens om duidelijkheid en consensus tussen landen.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken meende dat de sleutel tot succes lag in duidelijke regels die voor iedereen gelden. “Dat principe geldt ook voor cyberspace. Wij zijn ervan overtuigd dat er geen reden is om hiervoor een heel nieuw rechtssysteem te ontwikkelen. In tegendeel: duidelijk maken dat de bestaande wetten ook in cyberspace gelden, is de beste garantie voor een open, vrij en stabiel internet. De vraag daarbij is natuurlijk: hoe dan? Daarvoor vormt het Tallinn Manual een belangrijke leidraad.”

Regels voor digitale oorlogsvoering
Vorig jaar verscheen het bijgewerkte Tallinn Manual 2.0 met daarin een duidelijk internationaal rechterlijk kader voor cyberoperaties. Bijleveld noemde het belangrijk dat het mogelijk is om bij een cyberaanval een schuldige aan te wijzen. “Zonder antwoord op die vraag is juridische vergelding niet mogelijk, en zijn tegenmaatregelen en zelfverdediging onmogelijk.”

Voor de moderne, digitale oorlogvoering moeten regels worden gemaakt, betoogde eerder vandaag commandant Defensie Cyber Commando brigadegeneraal Hans Folmer. “Vandaar de Talinn manual 2.0. Cyber is niet iets speciaals, maar iets nieuws.” Hij noemde het onmisbaar in de huidige tijd. “Voor oorlogsvoering maakt het veel verschil. In plaats van een vijandig vliegveld bombarderen, kun je ook elektronica hacken. Dan maak je fysiek niets kapot, maar kun je het vliegveld later wel zelf gebruiken voor de eigen troepen.”

Consequenties
Bijleveld riep op tot samenwerking bij het bestrijden van cyberaanvallen. “Als staten samenwerken bij het aanwijzen van een schuldige na een aanval, geeft dat een duidelijk signaal af. Alle acties, zowel offline als online hebben consequenties. ” Het aantal cyberaanvallen stijgt. Bijleveld riep de regeringen op om zo vaak mogelijk te oefenen in de verdediging tegen cyberaanvallen. “Als we onze op recht gebaseerde internationale orde willen beschermen en ons op de juiste wijze cyberoperaties willen aansturen, moeten we samenwerken en grenzen verleggen.

Bron: Defensie

‘Nederland kan digitale dreigingen niet aan’

Nederland moet snel een organisatie krijgen die digitale dreigingen uit het buitenland in kaart brengt. Dat zegt de strategisch adviseur Nationale Veiligheid en Cyber van het ministerie van Defensie in de Volkskrant. “We moeten gaan opletten en detecteren.”
“Dagelijks richten duizenden hackers – Russen, Chinezen, maar ook Iraniërs of hackers uit minder voor de hand liggende landen als Sudan – hun digitale pijlen op het Westen”, waarschuwt brigadegeneraal Wilfred Rietdijk. Volgens hem moeten we daarom niet alleen in tijden van crises opletten, maar permanent.




Volgens Rietdijk moet een centraal orgaan daarom in de gaten houden op welke manier de democratie wordt ondermijnd door buitenlandse krachten. Inlichtingendiensten en Defensie zijn daar nu niet tegen opgewassen, zegt hij.
“Het gaat niet om één beslissende gebeurtenis. Zie het als een salami met dunne schijfjes, die staan voor ondermijning van de NAVO of de verwijding in Nederland tussen links en rechts.”

Bedreigend
Rietdijk ziet de informatieoorlog als zeer bedreigend voor de democratie. Volgens hem is Nederland vooral kwetsbaar als het gaat over integratieproblematiek, de weerklank van de islam en desinformatie op internet.
Hij wijst bijvoorbeeld op pogingen tot manipulatie en beïnvloeding via nepnieuws vanuit Rusland. Volgens hem heeft Moskou geprobeerd Nederlanders te manipuleren met valse berichtgeving over de MH17. Ook zou de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie in Litouwen voortdurend te maken hebben met Russische hackpogingen.

Met zijn pleidooi voor een centraal orgaan sluit Rietdijk aan bij het advies dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in mei gaf. Daarin werd gepleit voor een nationale veiligheidsraad, onder leiding van de premier, die het binnen- en buitenlandse veiligheids- en defensiebeleid bepaalt.

Bron: NOS /Defensie