Hoe defensie voor miljoenen werd bestolen: ‘Dit is niet gebeurd’

Negentien containers van de luchtmacht zijn eind 2006 enige tijd ‘kwijt’ tijdens het transport van Nederland naar Afghanistan. De zending wordt grotendeels leeggeroofd teruggevonden in de stad Kandahar. Schade: enkele tientallen miljoenen euro’s, zegt Johan Smit uit Steggerda, ex-sergeant-majoor van de vliegbasis Leeuwarden. ‘Dit is niet gebeurd’, zo besluiten kolonels ter plekke.

Eind september 2006. Bezorgd, maar op veilige afstand kijkt een tiental Nederlandse luchtmachtmilitairen toe hoe een Amerikaanse hondengeleider met zijn explosievenspeurhond 19 zeecontainers uit Nederland benadert die naast elkaar zijn opgesteld op Kandahar Airfield.
De containers bevatten noodzakelijk materieel voor het opzetten van een Nederlandse vliegbasis voor zes Nederlandse F-16-gevechtsvliegtuigen, die luchtsteun geven aan de ISAF-troepen in Afghanistan. Het is een van de Nederlandse bijdragen aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan tussen 2006 en 2010.




De luchtmachtmilitairen van de vliegbases Leeuwarden en Volkel doen echter al twee weken weinig meer dan duimendraaien, omdat de zending van deze 19 containers al die tijd ‘kwijt’ is. Ergens tijdens het transport over zee en over land is de complete lading zoekgeraakt.
De containers zijn weken eerder beladen op vliegbasis Volkel en met trucks naar de haven van Rotterdam gebracht, waar ze op een commercieel vrachtschip zijn gezet, met bestemming de Pakistaanse havenstad Karachi.
De lading wordt vervoerd met van die fleurig beschilderde jingletrucks die met name in de minder herbergzame regio’s van Pakistan en Afghanistan rondrijden. Elke rit gaat in konvooi over 500, 600 kilometer.
Na twee weken worden de containers echter bij toeval ontdekt door militairen in Kandahar, op 10 kilometer afstand van de vliegbasis. De lading wordt veiliggesteld en alsnog naar de luchthaven gebracht.

Vrees voor boobytraps
Nu de enorme ijzeren dozen eindelijk voor hun neus staan zijn de luchtmachtmilitairen niet blij. Gevreesd wordt dat de containers zijn voorzien van boobytraps, die exploderen bij het openen. Want de verzegeling van de stalen containerdeuren is verbroken. Uit voorzorg staan de containers op een safe area. Bij een van de containers gaat de explosievenspeurhond stilletjes zitten, hét teken dat hij de lucht opsnuift van explosieven.

Een van de aanwezige militairen is Johan Smit uit Steggerda, sergeant-majoor van de vliegbasis Leeuwarden, munitiespecialist en flight-chief bij het 322-Squadron op Leeuwarden. Hij is weken eerder met dertig collega’s vooruit gereisd naar Kandahar als kwartiermaker, om te zorgen dat de Nederlandse vliegbasis op tijd operationeel is.
De kwartiermakers moeten sun-shades opzetten voor de F-16’s als bescherming tegen de zon en het zand. Alles moet gereed zijn om de toestellen te onderhouden en opnieuw te bewapenen. Daarom staan ook de manschappen van de genie stand-by, om de bouwwerken op te zetten. Ook zij kunnen niets zonder het materieel.

Wanneer de laadbakken voorzichtig worden geopend krijgen de militairen een schok. De containers, die in Nederland tot de nok toe zijn afgevuld, zijn vrijwel leeg. Containers die vol hadden moeten zitten met oliedrums, zijn leeg, op enkele vaten na, die een tikje plagend zijn achtergebleven in de verder lege ruimten.
Het vrachtwagentje dat munitie moet vervoeren staat nog wel in een van de containers, maar alle waardevolle onderdelen zoals verlichting en spiegels zijn eraf gehaald. Zelfs de brandstof is eruit, net als de accu, en ook de olie is afgetapt. Een truck sleept de gestripte wagen uit de container; zelfs de handrem blijkt eruit gesloopt.

Waarde van tientallen miljoenen euro’s
Volgens ex-sergeant-majoor Smit had de inhoud van de containers een waarde van tientallen miljoenen euro’s. Maar wat zat er dan in? Volgens Smit veel relatief eenvoudige, niet al te dure spullen, zoals bedden, matrassen, desertschoenen, handschoenen en kleding. Maar ook peperduur materiaal, zoals trolleys vol specialistisch gereedschap voor het onderhoud en herbewapenen van F-16’s.

Zes complete sunshades, de onderkomens voor de F-16’s die Nederland stationeert op Kandahar Airfield. Domweg álles dat nodig is om zes kisten operationeel te houden. „Om maar iets te noemen: zes complete sets met special tools, voor elke sunshade een complete uitrusting”, zegt Smit thuis aan de keukentafel.

Ook F-16-onderdelen zaten in die containers: „Computers, besturingsunits, flight controls en Central Interface Units. Die CIU’s kosten een half miljoen dollar per stuk. Een collega-militair van de genie vertelde mij later dat de buizen van de tenten perfecte lanceerpijpen zijn voor raketten. Ook zat er in die containers kilometers borgdraad op rollen. Dat draad gebruiken we om elk moertje mee vast te zetten van een toestel. Het is 0,2 millimeter dik, je kunt het perfect gebruiken voor boobytraps.”

Smit had zich beklaagd bij de commandant dat hij en zijn collega’s al veertien dagen met de pik aan het spelen waren: „Wij stonden klaar, genie stond klaar … niks. Toevallig hadden we les gehad in boobytraps, als voorbereiding naar onze missie in Afghanistan. Op de basis had ik ook al contact gemaakt met de Amerikaanse hondenbrigade. Ikzelf train ook waakhonden, dus het contact was snel gelegd. Die hond ging zitten bij de container waarin onze munitietruck zat. Daaraan hing de lucht van explosieven, want die werd op Volkel gebruikt voor het vervoer van explosieven. Gelukkig vonden we verder niks.”
Maar de verbijstering is groot als de containers nagenoeg leeg blijken. „Ongeloof, het zweet droop ons van de kop.”

Smit moet opnieuw naar de commandant, nu om het slechte nieuws te vertellen. Onmiddellijk wordt hetzelfde spul opnieuw besteld. „Dat was uiterst noodzakelijk, want er stond een datum gepland dat de F-16’s zouden overvliegen naar Kandahar Airfield. Ja, daarvan hadden we wel stress, ja. De tweede keer werd het direct op de vliegbasis afgeleverd. We waren net op tijd klaar, een paar uur vertraging slechts, de vliegtuigen konden binnen worden gestald.”

Op verlof
De kwartiermakers – inclusief Smit – mogen even op verlof naar huis als het complete detachement is gearriveerd. Eenmaal terug op Kandahar wordt Smit ontboden door twee kolonels, die eisen alle details te horen van de verloren zending.

„Ik heb alles verteld. Toen zeiden ze: ‘er is niets aan de hand, dit is niet gebeurd’. Ik was verbaasd, pas later drong het goed tot me door. Ik ben weer aan het werk gegaan. Ik heb nog gevraagd of er een onderzoek zou komen, maar dit zou keurig netjes in de doofpot verdwijnen. Later trof ik nog een kapitein van de Haagse staf die voor een ander onderzoekje op Kandahar was. Hij had veel interesse in mijn verhaal, schreef het zeer gedetailleerd op. Maar ik heb nooit meer iets van hem vernomen.”

Smit is niet de enige die weet dat de diefstal heeft plaats gehad. „De aanwezige collega’s weten het ook, zij hebben ook foto’s gemaakt.” Op tafel liggen afbeeldingen die Smit zelf maakte van het openen van de containers.

De voormalige sergeant-majoor kan zich er nog steeds over opwinden dat een dergelijk gevoelig transport is overgedragen aan lokale contractors. „Waarom is zo’n transport niet zwaar beveiligd? De Taliban zat in elke hoek van de maatschappij. Informatie over dergelijke transporten is goud waard. Op deze manier kan je de operationele slagkracht van zes F-16’s eenvoudig verstoren. Het had een briljante zet kunnen zijn. We hadden gigantisch voor lul gestaan als we onze coalitiepartners hadden moeten zeggen dat we ff niet kunnen vliegen en: sorry, je kunt nu ff geen luchtsteun inschakelen.”

Opnieuw bestolen
Het wordt nog gekker. Op de terugweg wordt de luchtmacht opnieuw bestolen. Elf containers die vanuit Afghanistan worden teruggezonden naar vliegbasis Volkel, blijken gevuld te zijn met stenen. Die stenen moeten maskeren dat de zware lading van defensie is gestolen. Die diefstal wordt wél bekend, door een verslaggever van Omroep Brabant.

Defensieminister Hennis-Plasschaert bevestigt begin 2015 de diefstal van materieel dat langdurig in Afghanistan is gebruikt, zoals tenten, vorkheftrucks en een beperkte hoeveelheid compressors. Van de daders ontbreekt elk spoor, schrijft ze in een brief aan de Kamer: ‘De marechaussee heeft niet kunnen achterhalen waar het voorval is gebeurd en in welke richting de dader(s) moet worden gezocht. Het materieel moet daarom als verloren worden beschouwd.”
SP-Kamerleden Jasper van Dijk en Harry van Bommel schrijven in Kamervragen: ‘Is dit een slechte 1-aprilgrap of zijn de verzegelde containers inderdaad leeggehaald en vervolgens gevuld met stenen?’

De minister moet erkennen: „De verzegeling van de containers was bij aankomst op het defensie-onderdeel nog intact. Tevens is er geen braakschade geconstateerd. De marechaussee heeft de toedracht van dit voorval onderzocht en daarbij niet kunnen achterhalen op welke wijze de ontvreemding is gebeurd. Inmiddels heeft de marechaussee het onderzoek gesloten.”
In Steggerda wil Johan Smit niet speculeren over de diefstallen. „Nee, ik wil niet denken in allerlei samenzweringstheorieën, of dat er mogelijk hulp van binnenuit is geweest, door medewerkers van defensie zelf. Daaraan wil ik niet denken, dan word ik gek.”
„Ik ken wel de feiten. Die heb ik je nu verteld. Dit moet worden onderzocht.”

Bron: Dagblad van het Noorden / Defensie (foto illustratief)

“Duizendmaal dank” voor Defensiehulp op Schiermonnikoog (video)

De 100 militairen die een schoonmaakklus klaarden op het strand van Schiermonnikoog, zetten gistermiddag weer voet op vasteland. Hun taak zit er op.
Burgemeester Ineke van Gent van Schiermonnikoog vindt dat de militairen “geweldig werk” hebben verricht. “Duizendmaal dank!”




220 ton afval
Met eenheden van 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte schoot Defensie het waddeneiland sinds vrijdag te hulp. De stranden waren zwaar vervuild door de inhoud van overboord geslagen containers. Die waren afkomstig van een schip van een Zwitserse rederij dat vorige week 277 zeecontainers verloor tijdens zwaar weer.
Militairen, eilanders en vrijwilligers haalden in 3 dagen tijd 220 ton afval van het strand. Het ging om uiteenlopende goederen: van speelgoed tot verfrollen en van zeeppompjes tot schoenen.

Springtij
Het Schierse strand is weliswaar opgeruimd, maar nog niet schoon. Voor een grote hoeveelheid plastic korreltjes is specialistisch materiaal nodig.
Morgen gaat het naar verwachting stormen in de kustgebieden. In combinatie met springtij worden de stranden dan mogelijk weer overspoeld met rommel. Mocht het nodig zijn, dan zet de gemeente vanaf woensdag nieuwe opruimacties op touw.

Bron: Defensie