Kabinet wil 150 militairen naar Litouwen uitzenden

Nederland is van plan om vlak na de zomer circa 150 landmachtmilitairen naar Litouwen te sturen. De manschappen worden op rotatiebasis – zo’n zes tot negen maanden lang – onderdeel van een nieuw te starten NAVO-missie met 4000 militairen in Polen en de Baltische Staten. Men wil met deze missie de oostelijke NAVO-landen steunen die zich bedreigd voelen door Rusland.

Een en ander blijkt uit uitspraken van minister Hennis woensdag in de Tweede Kamer en uit gesprekken met diverse defensie-experts. ‘U moet denken aan maximaal een compagniegrootte (meestal ± 150 militairen), dat is een bescheiden aantal dat door veel landen kan worden opgehoest’, zei Hennis in Kamer.
Litouwen is zo goed als zeker de bestemming voor de Nederlandse militairen, omdat de Duitse Bundeswehr openlijk speculeert over een gang naar Litouwen. Volgens Hennis is het ‘logisch dat we aansluiting zoeken bij de Duitsers’ aangezien beide legers recentelijk vaker intensief hebben samengewerkt.

Op de aanstaande NAVO-top in Warschau maakt de minister officieel bekend hoeveel militairen Nederland ter beschikking stelt, waar ze worden gestationeerd en wanneer zij vertrekken.

Militairen uit Havelte
Zowel militaire eenheden uit Havelte als Schaarsbergen zouden goede kandidaten zijn om uitgezonden te worden, omdat zij al eerder samenwerkten met het Duitse leger. Volgens Hendriks van instituut Clingendael is het logisch dat de manschappen uit Havelte komen. Schaarsbergen staat volgens hem immers al ingepland om met de Duitsers deel te nemen aan de flitsmacht in 2017. Bovendien beschikt Havelte over de CV90 – een infanteriegevechtsvoertuig met een boordkanon waarmee je bescherming, mobiliteit en vuurkracht ineen biedt. Dat kan nuttig en noodzakelijk zijn voor deze afschrikkingsmissie in Oost-Europa aldus Hendriks.

Extra geld
‘Als we een financieel duurzame organisatie willen zijn, moeten we zorgen dat er budget is voor dit soort activiteiten. Dat wordt in dit geval geregeld door het kabinet’, aldus Hennis. Zij suggereert hiermee dat het kabinet extra geld vrijmaakt voor de nieuwe Litouwen-missie. Defensie zelf heeft grote tekorten.

Doel missie
Het doel van de missie is verdediging en afschrikking. De missie is zeker niet bedoeld om Rusland te provoceren, benadrukken zowel Hennis als minister Koenders. ‘We zoeken het conflict absoluut niet’, aldus Hennis. ‘Het gaat om de verdediging van grondgebied op een niet-aggressieve wijze’, zei Koenders. Vooral SP-Kamerlid Harry van Bommel hamert erop dat het kabinet ‘naïef bezig is als het de ogen sluit voor de gevolgen van het eigen handelen’. Rusland stelt dat de NAVO provoceert en dat het risico op een grensconflict in Europa groter wordt door deze missie.

Bron: Volkskrant / Defensie

Defensie, hoe nu verder, de scenario’s

Instituut Clingendael publiceerde in 2013 een rapport over hoe die toekomstige krijgsmacht eruit zou kunnen zien. Dezelfde dag nog kwam er forse kritiek op deze Clingendaelpublicatie van de zijde van de ‘concurrerende’ Haagse denktank HCSS. Het Instituut Clingendael is welliswaar een burgerinstituut maar heeft een hoge reputatie in nederland

Denktank Clingendael presenteert in zijn rapport vier soorten van krijgsmachten (met bijbehorende scenario’s) waaruit de Nederlandse regering zou kunnen kiezen.
1) De “vliegende” interventiemacht: een krijgsmacht voor korte inzet met veel geweld;
2) De “Maritieme” handelsmacht: een krijgsmacht met een sterke marine, wereldwijd inzetbaar voor onze handelsbelangen;
3) De “robuste” stabiliseringsmacht; een krijgsmacht die operaties zoals in voormalig Joegoslavië, Irak en Afghanistan kan uitvoeren;
4) De “ondersteunende” vredesmacht; ten slotte een krijgsmacht die inzetbaar is voor langdurige opbouwoperaties in het buitenland en voor rampenbestrijding.

20130200_clingendael_visie_krijgsmacht_toekomst

Alleen voor het eerste type krijgsmacht is de JSF vereist. Het type leger dat operaties zoals die in Afghanistan kan uitvoeren 
-krijgsmacht 3- lijkt het meeste op de variant die het kabinet-Rutte I -Rutte II zwijgt daar vooralsnog over- hanteerde als ideaal: de veelzijdig inzetbare krijgsmacht (“Zwitsers zakmesmodel”). De vermelde Defensieverkenningen noemden deze krijgsmacht als de meest wenselijke.

stabiliseringsmacht (1)

Veelzijdige krijgsmacht

Het Clingendaelrapport onderkent dat krijgsmacht type 3 beperkingen geeft bij operaties met veel 
geweld, en dat ook de inzet voor de bescherming van economische en handelsbelangen hierbij begrenzingen kent. Als we kijken naar de Nederlandse primaire belangen: economisch (handelsroutes beschermen) en humanitair (internationale verantwoordelijkheid nemen om veiligheid te bevorderen en schendingen te bestrijden), dan is krijgsmacht type 3 van dit Clingendaelrapport, opgehoogd tot het type “veelzijdig inzetbare krijgsmacht” het ideaalbeeld dat we zouden moeten nastreven.

De materieelkeuze van Clingendael voor type 3 geeft aan om de onderzeebootdienst op te heffen. Die boten zijn echter van groot belang voor inlichtingendoeleinden en zijn technologisch geavanceerd, wat van belang kan zijn voor de (instandhouding van) onze scheepswerven. Ook is niet duidelijk waarom men volstaat met een vliegtuig van dezelfde generatie als de F-16 in plaats van de hypermoderne JSF.

Wapentuig

Na het echec van Srebrenica concludeerde Nederland dat je niet kunt rekenen op bondgenoten. Om niet afhankelijk van anderen te zijn, zul je daarom zelf alle spullen mee moeten nemen op missie: pantservoertuigen, artillerie, gevechtshelikopters en jachtvliegtuigen. Door de voortdurende bezuinigingen mist het leger echter nu al belangrijke wapen­systemen: maritieme patrouillevliegtuigen en tanks.

Even nieuw wapentuig inkopen wanneer het dreigingsplaatje dat weer vereist, gaat niet zo makkelijk. Daarnaast moet je personeel werven en opleiden en dient er infrastructuur (kazerne, vliegveld) aangelegd te worden. Hernieuwde invoering en operationele inzet kan wel vijf tot tien jaar in beslag nemen. Dat moeten we goed bedenken voordat we weer een wapensysteem -zoals de onderzeeërs- opdoeken, of als we een minder modern toestel kopen dan de JSF, want dat moet wel weer dertig jaar meegaan.

Bron: reformatorisch dagblad, 1/3/2013, Marcel de Haas, opinie.