Modernisering Chinook-helikoptervloot van start

Vanuit de haven van Antwerpen zijn gisteren 2 Chinook-transporthelikopters vertrokken naar de Verenigde Staten. Daar worden de Chinook Foxtrots gemoderniseerd tot Foxtrot MYII CAAS (Common Avionics Architecture System). De heli’s zijn op Vliegbasis Woensdrecht gedemonteerd voor transport.

Na 20 jaar inzet is het instandhouden van de huidige 11 Chinooks van het type Delta steeds moeilijker en kostbaarder. Zo is de romp verouderd en worden bepaalde componenten zoals onderdelen van de cockpit niet meer gemaakt. Daarnaast nemen de inzetmogelijkheden af door het achterblijven bij de technische ontwikkelingen.

Van Delta naar Foxtrot
De 13 ‘Delta’s’ arriveerden vanaf 1995 in Nederland. Van die 13 zijn er 2 verloren gegaan in 2005 in Afghanistan. De vloot werd tussen 2008 en 2012 uitgebreid met 6 nieuwe Chinook Foxtrot-helikopters. In 2015 is besloten om 14 Chinooks van het nieuwe type Foxtrot MYII CAAS aan te schaffen. De 11 resterende Delta’s worden afgestoten.

Om de volledig vloot op hetzelfde niveau te krijgen, krijgen de huidige 6 Foxtrot-modellen een update tot MYII CAAS. Het Movement Control team van het Defensie Ondersteuningscommando bracht de 2 exemplaren die in Nederland zijn gestationeerd naar Antwerpen. De overige 4 zijn al in Amerika vanwege opleidingsdoeleinden.

Tijdpad
De eerste vernieuwde Chinook wordt eind 2020 verwacht op het Defensie Helikopter Commando in Gilze-Rijen. Medio 2022 moet de transitie zijn afgerond.




Nieuw simulatiecentrum voor helikopterbemanningen

Defensie krijgt een hypermodern simulatiecentrum met simulatoren voor het trainen van Apache- en Chinookvliegers en hun crewleden. De simulatiecapaciteit moet eind 2023 beschikbaar zijn. Het zogenoemde MSMT-project (multi ship multi type helikopters) komt op Vliegbasis Gilze-Rijen, thuisbasis van het Defensie Helikopter Commando.
De krijgsmacht opereert in uiteenlopende conflictsituaties. Zodoende moeten vliegtuigbemanningen een breed palet aan vaardigheden beheersen en onderhouden. Dat moet deels met live opleidings-, trainings- en testvluchten, maar kan ook deels met simulatoren.




Veel vaardigheden zijn inmiddels zonder verlies aan kwaliteit of trainingswaarde in een simulator te trainen. In sommige scenario’s hebben simulatoren zelfs grotere trainingswaarde. Daarnaast verminderen ze de weersafhankelijkheid en sparen materieel en milieu.

Simulatoren koppelen
Om samenwerkingsverbanden te oefenen, zijn simulatoren inmiddels aan elkaar te koppelen. De komst van het simulatiecentrum is het 1e deel van het MSMT-project. Daarna worden de Apache- en de Chinooksimulatoren aan elkaar gekoppeld en aan een nieuw Tactical Control Center. Dat gebeurt dus na 2023.

Overlast beperken
Defensie wil de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperken door het gebruik van simulatoren. En hoewel die door technologische ontwikkelingen steeds realistischer worden, blijven live vliegtrainingen onmisbaar. In de civiele luchtvaart kunnen piloten bijna hun gehele vliegtraining doen met behulp van simulatie. Het merendeel van de militaire basisvaardigheden moet echter nog steeds worden beoefend via echte vlieguren. De huidige simulatoren zijn (nog) niet toereikend voor de specifieke kenmerken van het militaire vliegen.
Tactische training is deels te simuleren. Dit type training gebeurt echter meestal niet bij militaire luchthavens. Het simuleren van deze vluchten vermindert de geluidsoverlast dus relatief weinig.

Effect nog onduidelijk
Daar komt bij dat dankzij het verhoogde Defensiebudget er ruimte ontstaat voor reparatie en verhoging van het aantal vlieguren. En dan vraagt de toename van geavanceerde systemen en sensoren aan boord ook nog eens om meer training. Dit maakt het effect van simulatie op het aantal vliegbewegingen nu nog onduidelijk.

Bron: Defensie (foto illustratief)