Bemanning De Ruyter hield hoofd koel in explosieve Straat van Hormuz

Na een beheerst uitgevoerde missie keerde Zr.Ms. De Ruyter gisteren terug in Den Helder. Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer stak zijn waardering voor de bemanning niet onder stoelen of banken.

De Ruyter werd vanaf eind januari ingezet in de drukbevaren Straat van Hormuz. Een regio waar de spanningen hoog oplopen. Olietankers maakten al verschillende incidenten mee, en Iran en de Verenigde Staten schoten elkaars drones uit de lucht.

Goed aanvoelen
Het Nederlandse fregat met de NH90-boordhelikopter hielp rust te brengen in de chaos. “Dat is wat de krijgsmacht doet. Jullie aanwezigheid heeft gewerkt als een demper”, hield Bauer de mannen en vrouwen voor.

“Bij ieder schip van een andere militaire eenheid, bij iedere olietanker, vissersbootje of dhow moest er feilloos in de gaten worden gehouden: hoe gedragen ze zich? Is dit een normaal gedrag? Of is er verhoogde paraatheid nodig? Wetende dat een positiefout of een misverstand over de marifoon grote gevolgen kan hebben. Om dat goed te doen, heb je vakmanschap, ervaring en een beheerst karakter nodig.”

Relatie Iraanse marine
De Nederlanders kregen aan het begin van de missie direct de Iraanse marine in hun kielzog. Maar de aanpak vanaf de De Ruyter werd gewaardeerd. Richting het einde van de missie werd de relatie zelfs vriendelijk. Bauer: “Een opmerking als “Thanks for the info, have a good watch” lijkt misschien een formaliteit, maar is in deze context een teken van ontdooiing.

152 dagen van huis
Als fysieke herinnering ontvingen de militairen bij terugkomst de Herinneringsmedaille Internationale Missies. Familie en vrienden keken via livestream mee, klaar om hun dierbaren na maanden weer in de armen te sluiten.

Door de coronamaatregelen duurde het weerzien extra lang. De bemanning werd niet afgelost, en ook een havenbezoek om de familie te ontmoeten ging niet door.

De aankomst werd op de valreep nog eens uitgesteld door een verzoek van het Openbaar Ministerie om een koopvaardijschip te inspecteren.

Voortgang missie
De missie voor een veilige doorvaart in de Straat van Hormuz wordt voortgezet door Frankrijk, later versterkt vanuit Denemarken.

MobileMobile

46.000 militairen paraat

De krijgsmacht is het laatste bastion waarop de overheid in tijden van crisis kan terugvallen. „Het is een geruststellende gedachte dat er bij defensie ruim 46.000 militairen werken.”

Militaire planners ondersteunen momenteel het Nationaal Crisiscentrum en assisteren bij de herverdeling van patiënten uit Brabantse ziekenhuizen en de opbouw van zorghotels. De Koninklijke Marechaussee is er voor grenstoezicht en handhaving van de reisbeperking. Ook leverde defensie veertig beademingsapparaten aan civiele ziekenhuizen. De Willem Lodewijk van Nassaukazerne bij Zoutkamp, ten oosten van het Lauwersmeer, wordt tijdelijk gebruikt als opvanglocatie voor asielzoekers.

De ”strijd tegen Covid-19”, zoals defensie het zelf noemt, is voor de buitenwereld nagenoeg onzichtbaar. Anders dan in landen als Frankrijk, Spanje en Italië zijn er in Nederland geen militairen op straat te zien voor ordebewaking en handhaving. „Dat is juist positief”, reageert de commandant der strijdkrachten, luitenant-admiraal Rob Bauer. „Als u ons wel tegenkomt, is de situatie in ons land behoorlijk verslechterd.”

Thuisblijvertjes: militaire boeken of biografien

Calamiteitenhospitaal
Niet dat de krijgsmacht zich niet voorbereidt. Militairen rekenen altijd met verschillende scenario’s, ook nu. Het calamiteitenhospitaal in Utrecht openen bijvoorbeeld, kazernes ombouwen tot quarantainelocaties, mobiele intensive cares beschikbaar stellen, cruciale objecten bewaken en transport- en bevoorradingsschepen gebruiken om besmette patiënten te behandelen. Het amfibische troepentransportschip Zr.Ms. Johan de Witt en het logistieke ondersteuningsschip Zr.Ms. Karel Doorman van de Koninklijke Marine hebben grote, geavanceerde ziekenboegen. En ze zijn in de buurt.

Het ministerie van Defensie houdt er rekening mee dat naarmate de crisis vordert, civiele autoriteiten in Nederland en het Caraïbisch gebied vaker om bijstand zullen vragen. Volgens luitenant-admiraal Bauer is defensie dé organisatie die weet om te gaan met onzekere situaties. „Nederland wordt geconfronteerd met omstandigheden die we niet zelf in de hand hebben. Dat kan paniek veroorzaken. Een militair heeft juist geleerd met onzekerheden om te gaan. In militaire operaties weet je ook niet wat de vijand doet, maar je moet wel anticiperen en voorbereid zijn.”

Thuisblijvertjes: fitness artikelen

Catalogus Nationale Operaties
Defensie kent de zogenaamde Catalogus Nationale Operaties, een overzicht van bijna 400 pagina’s waarin alle mogelijke diensten staan beschreven.
Defensie is een vaste partner bij het bestrijden van rampen, crises, rechtshandhaving en humanitaire hulp in Nederland. In de catalogus Nationale Operaties (PDF, 27,6 MB) kunnen hulpdiensten en civiele autoriteiten (politie, brandweer, justitie, gemeenten) snel en gericht zoeken naar welke bijstand Defensie levert.
De catalogus beschrijft hoe Defensie de taken tijdens nationale operaties uitvoert en wat ze daarvoor beschikbaar heeft (militairen, middelen, materieel). Bijvoorbeeld voor het blussen van branden, het opsporen van vermiste personen of het zoeken naar drugs en crimineel geld.

Mocht de nood echt aan de man komen, dan kan defensie in 24 uur 1000 militairen klaar hebben staan. Na 36 uur zijn dat er 2800. Bauer: „Als het gros van de Nederlanders ziek wordt, is het een geruststellende gedachte dat er bij defensie ruim 46.000 militairen werken. De meesten zijn jong en fit. We kunnen veel aan. We zijn ”the last man standing” (de laatste man die overeind blijft).”

Bron: Reformatorisch Dagblad