‘De bouwvakkers van Defensie’ willen samenwerken met bedrijven en machinisten

Grondverzetbedrijven, bouwondernemingen en individuele machinisten worden bij Defensie met open armen ontvangen. De constructiegenie, die zich bezighoudt met grondverzet, bouw- en infrawerk, zet vol in op samenwerking met ‘burgers’. Een recente proef, waarbij mensen en materieel van het grondverzetbedrijf Snijder werden ingezet tijdens een militaire oefening in Roemenië, is naar wederzijdse tevredenheid verlopen.

‘Militair als het moet, civiel als het kan’, zo luidt het nieuwe credo bij de genie van Defensie.

Defensie wil ‘een flexibele schil’
Concreet betekent het nieuwe uitgangspunt dat Defensie streeft naar hechte samenwerkingen met bedrijven en ook bijvoorbeeld individuele machinisten. De krijgsmacht wil kunnen beschikken over ‘een flexibele schil’ aan mensen en materieel. Hierop moet een beroep kunnen worden gedaan als het nodig is.




De nadruk ligt op bouwen onder militaire vlag
‘Bij ons ligt de nadruk op bouwen onder militaire vlag’, zegt kapitein Larion van der Meer, commandant van het Instructiepeloton Civiele Techniek.
‘Wij ondersteunen missies van Defensie door onder meer het bouwen van complete kampementen. Daarnaast verlenen we hulp in het buitenland na bijvoorbeeld een natuurramp. In het binnenland komen wij in actie na een dijkdoorbraak of bij overstromingen.’

De genie heeft eigen graafmachines, wielladers, bulldozers en hijskranen
De constructiegenie is een welhaast volwaardig gww- annex bouw- en grondverzetbedrijf.
Militairen van deze genietak, die zichzelf wel omschrijven als ‘de bouwvakkers van Defensie’, bouwen niet alleen kampementen met alle noodzakelijke voorzieningen, maar ook bruggen, vliegvelden, schuilplaatsen en uitkijkposten.

Rampgebieden worden weer leefbaar gemaakt door herstelwerkzaamheden aan infrastructuur en woningen. De genie beschikt over eigen graafmachines, wielladers, bulldozers en hijskranen.

Defensie maakt ‘een behoorlijke sprong in techniek’
Jarenlange bezuinigingen hebben inmiddels wel hun tol geëist. Het materieel is dringend aan vervanging toe.
‘De aanschaf van nieuwe machines loopt. De eerste exemplaren hebben we in gebruik genomen. We maken een behoorlijke sprong in techniek. De machines waarover we beschikken, zijn 25 tot 30 jaar oud. Nu gaan we machines met 3D-gps inzetten. Dat is een enorme vooruitgang’, meent Van der Meer.

Defensie wil machinisten uit het bedrijfsleven kunnen inroepen
Voor het opvangen van piekmomenten wil de genie materieel en machinisten uit de markt kunnen inroepen. Want waar de machines soms letterlijk piepen en kraken, zijn door de bezuinigingen ook minder militairen overgebleven om alle noodzakelijke werkzaamheden te kunnen verrichten. Reservisten kunnen een deel van de behoefte opvangen.

Daarnaast wordt nu ook gekeken naar machinisten die in het bedrijfsleven werkzaam zijn. Hier staat tegenover dat Defensie haar personeel en materieel in de toekomst ook beschikbaar wil stellen om piekmomenten in de markt op te vangen. Zo moet het mes aan twee kanten snijden.

‘Wij gaan voor elkaar door het vuur’
Wat Defensie heeft te bieden? ‘Saamhorigheid’, zegt sergeant Luuk Janssen, instructeur civiele techniek.

‘Onze discipline is gestoeld op samenwerking. Het gaat altijd om de groep, de groepsdynamiek. Je moet alles samen willen doen. Het groepsproces beheren en uitbouwen is voor ons cruciaal. Wij gaan voor elkaar door het vuur. Je werkt voor de vlag, het helpt als je daar gevoel bij hebt. Dan is dit de meest fantastische baan die je je kan wensen.’

De instroom varieert van 20 tot 30 nieuwkomers per jaar
Adriaan Bout, oud-beroepsmilitair en nu docent aan het SOMA College, onderschrijft de woorden van Janssen. Bout is als opleidingscoördinator de schakel tussen het SOMA College en Defensie voor op te leiden mensen van de constructiegenie.

Gemiddeld kent Defensie ongeveer 90 leerlingen die uiteindelijk via het SOMA College een diploma behalen als machinist of vakman gww. De instroom varieert van 20 tot 30 nieuwkomers per jaar.

Het kan er heet aan toe gaan…..
Bout: ‘Ik heb beide kanten meegemaakt, omdat ik zowel voor Defensie als in de civiele sector heb gewerkt. Bij Defensie ben je gewend om tijd te maken voor elkaar. Het is een way of life. Een barbecue, een afscheidsfeestje voor een collega of sinterklaas vieren; dat gebeurt allemaal buiten werktijd. Dat is heel anders dan in de burgermaatschappij.’

‘Bouwen onder militaire vlag houdt in dat het er heet aan toe kan gaan’, vult Van der Meer aan. ‘Daarom is het noodzakelijk dat militaire en civiele partners goed op elkaar zijn ingespeeld, en dat er wederzijds begrip is voor elkaars denkwijzen.’

Contacten met BAM, Mammoet en Snijder
Van der Meer zegt dat de genie inmiddels oriënterende contacten heeft met een reeks gerenommeerde bedrijven, waaronder BAM, Mammoet en Snijder. Ook op het gebied van kennisuitwisseling, opleidingen en training wordt de samenwerking gezocht.

‘Wat wij graag willen’, legt kapitein Van der Meer uit, ‘is een strategisch partnerschap met een aantal bedrijven. Een kampement in een missiegebied moet vaak in twee of drie maanden tijd uit de grond worden gestampt. Daar heb je ervaren vakmensen bij nodig.’

Eén vlucht met een Antonov kost een miljoen
Logistiek is het vaak een hele uitdaging, vult Janssen aan, zeker als het gaat om werkzaamheden op een ander continent.

‘Aan het transport van materieel hangt een fors prijskaartje. In een Antonov kan je drie, vier machines kwijt, en dan houdt het wel op, qua gewicht. Eén zo’n vlucht kost een miljoen. Als je kiest voor de inzet van lichter materieel, dan gaat het werk langer duren. Een minigraafmachine noem ik altijd pierenwipper. Daar kan je natuurlijk minder mee verzetten dan met een zwaardere machine.’

Samen met Snijder een vliegveld aanleggen
In het Roemeense Cincu werd eind 2018 een eerste experiment gehouden waarbij militairen van de constructiegenie samenwerkten met drie machinisten en een monteur van het internationaal opererende grondverzetbedrijf Snijder uit Hoorn.

De groep werd verder aangevuld met drie leden van de Nationale Reserve die in het dagelijks leven op een bouwmachine zitten. Snijder verhuurt vanuit Nederland materieel en mensen over de hele wereld.

In Cincu werd, bij wijze van militaire oefening, nabij een kazernecomplex een vliegveld aangelegd. Van der Meer: ‘Het terrein was vals plat. Er moest veel grondwerk worden verzet. Daarna moest met betonnen platen het vliegveld worden aangelegd.’

Snijder is gewend om internationaal te werken
Mark Vreeburg, manager technische dienst bij Snijder, was nauw bij de proef betrokken.

‘Gezien het internationale karakter van ons bedrijf, paste dit goed’, zegt Vreeburg desgevraagd. ‘Wij zijn gewend om internationaal te werken. We zitten met onze mensen en machines in Afrika, Zuid-Amerika, Noord-Amerika, het Verre Oosten, India, en noem maar op. Defensie zocht natuurlijk een partner die dit kan. En ons profiel sluit daar heel goed bij aan.’

Mensen, materieel én een mobiele werkplaats naar Roemenië
Snijder zond drie machinisten, een monteur en acht machines naar Roemenië: drie dumptrucks, een grader, een bulldozer, een 25-tons rupskraan, een wiellader en een wals van Bomag. Maar dat was nog niet alles.

Vreeburg: ‘Wij doen alles zelf. Daarom ging ook een mobiele werkplaats die kant op. Dat vinden wij belangrijk, want het geeft ons een groot zelfstandig voortzettingsvermogen. Technische problemen lossen we zelf op, dan kan het werk snel doorgaan.’

In dit specifieke geval zocht Snijder naar mensen die ‘het principe van Defensie een warm hart toedragen’, zoals Vreeburg het verwoordt. ‘Dit is natuurlijk toch iets anders dan werken voor een civiele aannemer.’

Een steentje bijdragen aan de BV Nederland
De eerste bevindingen zijn volgens Vreeburg positief. ‘Wij staan achter het idee om een steentje bij te dragen aan de BV Nederland. Als je A zegt, moet je ook B willen zeggen. Vanuit die gedachte zijn wij bereid om vervolggesprekken met Defensie aan te gaan. Het is een proces. Een kwestie van zoeken voordat je elkaar hebt gevonden.’

Afspraken maken over aansprakelijkheden en verzekeringen
Vreeburg wijst erop dat bij een vervolg van de samenwerking veel zaken moeten worden geregeld.

‘Allereerst moet je kijken hoe de mensen er zelf in staan, daar begint het mee. Zijn zij bereid om te werken in gebieden met een bepaald dreigingsniveau? Daarnaast moet je glasheldere afspraken maken over aansprakelijkheden en verzekeringen. Ja, Snijder is de werkgever, maar Defensie is de klant. Je moet heel duidelijk vastleggen waar wiens verantwoordelijkheid begint en die van de ander ophoudt.’

Alternatieve contractvorm in plaats van klassieke overeenkomst
Ook Defensie buigt zich over de vraag hoe een meer structurele samenwerking met een bedrijf als Snijder formeel moet worden geregeld. Voor de oefening in Roemenië volstond een klassiek leverancierscontract. Bij een blijvend partnerschap zal Defensie een alternatieve contractvorm moeten uitwerken.

Het leeftijds- en ervaringsverschil viel binnen een dag weg

Intussen kijkt Defensie met een goed gevoel terug op de oefening met Snijder. Gesproken wordt van ‘een force multiplier’. Vrij vertaald wil dit zeggen dat volgens de genie de resultaten van de oefening in alle opzichten beter waren dankzij de militair-civiele samenwerking.

In Roemenië wist iedereen elkaar uitstekend te vinden, zegt kapitein Van der Meer. ‘Het leeftijds- of ervaringsverschil, daar ben je binnen een dag overheen. Die mannen spreken dezelfde taal, dat kon je duidelijk merken. Wat ons betreft was dit een geslaagde proef die een vervolg verdient.’

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met de genie via het mailadres Totalforcegenie@mindef.nl

Bron: Bouwmachines.nl /Defensie (foto’s illustratief)

Landmacht wapent Veluwe tegen vuur

Militairen van de Koninklijke Landmacht hebben vandaag een waterput geboord op de Veluwe. Het is een van 3 zogeheten calamiteitenputten die het waterboordetachement van 101 Geniebataljon deze maand aanlegt in de regio rondom Kootwijk.

“Dit deel van de Veluwe is volgens onze risico-index een rood gebied”, vertelt Marko Bramme, projectleider van de Veiligheidsregio Gelderland-Midden. Een optelsom van onder meer begroeiing, bereikbaarheid én de beschikbaarheid van bluswater bepaalt de kwetsbaarheid van een gebied in geval van brand.

Waterboordetachement

Driehoek
De aanleg van waterputten is een van de zogeheten nationale taken van Defensie. “Het waterboordetachement legt hier voor ons een driehoek van calamiteitenputten aan langs de randen van het natuurgebied”, schetst hij. “In geval van nood kunnen we een grote bosbrand dan vanaf de kop én vanuit de flanken bestrijden.”

Meters diep
Met hun immense waterboorinstallatie boren de genisten tot op meer dan 65 meter diepte. “We willen een watercapaciteit van 90 kuub per uur garanderen, dus dan moet je wel een aantal meters de grond in”, vertelt sergeant-majoor Wil Meijer, plaatsvervangend commandant van het waterboordetachement.

Waterboordetachement

Duinbrand Schoorl
Voor zijn eenheid is het alweer de 13e van de 15 waterputten die de genisten dit jaar aanleggen in eigen land. “We verfijnen zo het netwerk van calamiteitenputten”, vertelt Bramme. Ondanks de natte zomer blijkt dat geen overbodige moeite. De brandweer kon de grote duinbrand bij Schoorl gisteren bedwingen mede dankzij de een jaar eerder door Defensie aangelegde calamiteitenput.

Bron: Defensie