Special forces als ruggengraat van de krijgsmacht?

Speciale eenheden zijn de afgelopen jaren fors belangrijker geworden. Het rapport ‘Special Operations Forces: Schaduwkrijgers in het licht van de toekomst ’ gaat onder meer in op de vraag waarom dit zo is en of die ontwikkeling zich doorzet. Commandant der Strijdkrachten (CDS) generaal Tom Middendorp kreeg de studie vandaag overhandigd.

image

Special operations forces zijn voor uiteenlopende taken inzetbaar: van gevechtsoperaties tot ‘special reconnaissance’, speciale verkenningsoperaties.Toon opties
Een commando praat met een lokale Malinese leider.
Uit internationaal vergelijkend onderzoek concludeert het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) dat Special Operations Forces (SOF) de afgelopen 25 jaar belangrijker zijn geworden. Dit blijkt onder meer uit een toename van de hiervoor bestemde militairen en middelen. Ook signaleren de onderzoekers een trend van afnemende verzuiling: binnen de krijgsmacht worden steeds vaker verbindingen gelegd tussen de verschillende krijgsmachtdelen. Ook de samenwerking met partijen buiten Defensie wordt belangrijker.

Het document van HCSS beschrijft naast dergelijke ontwikkelingen ook mogelijke toekomstperspectieven van Defensie’s speciale eenheden, het Korps Commandotroepen en de Maritime Special Operations Forces van de mariniers.

Flexibel en snel inzetbaar
SOF worden wereldwijd vaker ingezet vanwege de kenmerkende eigenschappen van deze eenheden: flexibel, snel inzetbaar en kosteneffectief. Het toenemende belang hangt samen met 4 ontwikkelingen:

Om politieke en juridische redenen wordt precisie steeds belangrijker.
Minder grootschalige oorlogvoering tussen reguliere troepen en meer irregulier, vooral intra-statelijk.
Toename hybride oorlogvoering waarbij bijvoorbeeld staten niet-statelijke partijen van middelen voorzien.
Verschuiving van ingrijpen in de conflictfase naar fase ervoor ter voorkoming. Hierbij is geringe zichtbaarheid belangrijk.
2 mariniers van Maritime Special Operations Forces besturen een militaire onderwaterscooter (Diver Propulsion Device).Toon opties

image
2 MARSOF-mariniers met een militaire onderwaterscooter.

‘Goede aanknopingspunten
De CDS herkent zich in de bevindingen van het HCSS, dat het toenemende belang van SOF onderstreept, ook bij de bestrijding van hybride dreigingen. “Het rapport biedt goede aanknopingspunten voor de noodzakelijke doorontwikkeling van de rol van onze special forces.”

Vergeleken met
In het rapport worden de Nederlandse SOF ook vergeleken met hun tegenhangers in Australië, Duitsland, Noorwegen en de Verenigde staten. Hieruit blijkt dat Nederland een aantal zaken beperkter invult dan andere landen. Denk aan takenpakket en centrale aansturing. Dit is deels te verklaren door de grotere budgetten en ambities van met name Australië en de Verenigde Staten.

Dat Nederlandse SOF-operaties vooral plaatsvinden tijdens conflicten en niet ervoor, ligt aan het feit dat Nederland vrijwel altijd optreedt binnen het kader van internationale missies. Dit in tegenstelling tot de internationale trend dat het takenpakket breder wordt en het optreden verschuift naar vroeger stadia van conflict. Ook worden SOF vanwege hun taken in toenemende mate centraal aangestuurd. Nederland bekijkt de aansturing op dit moment. Het toezicht op SOF-operaties is bovengemiddeld in Nederland. De verwachting is dat het belang van goed toezicht alleen maar toeneemt.

Toekomst
De onderzoekers houden rekening met meerdere toekomsten. Hiervoor schetsen ze 6 SOF-silhouetten die variëren van het einde van SOF tot ‘Rambo on Steroids’, een krachtig, zelfstandig commando met grote bevoegdheden dat grote effecten kan bereiken. De silhouetten worden bepaald door verschillen op 3 dimensies:

Taken (van geweldloos tot de inzet van grootschalige militaire middelen)
Inbedding (van een volledig zellfstandige zuil tot samenlevingsbreed samenwerkend)
Juridisch kader (van strikt binnen de wet tot ‘doel heiligt de middelen)
Handvatten
Als handvat voor beleidsmakers benadrukken de schrijvers de verschuiving naar vroegere stadia van conflict. Hiermee samen hangt de toenemende samenwerking van SOF met een groot aantal andere partijen, binnen de krijgsmacht, met internationale SOF-collega’s, met veiligheidsdiensten én met allerlei maatschappelijke groeperingen tijdens missies in het buitenland. Ze raden de betrokkenen aan om niet in te zetten op één nauw omlijnde toekomst, maar op een creatieve en rijke ‘ruimte’ van mogelijke verschijningsvormen. Dit is nodig voor een SOF-organisatie die zich kan voegen naar de omstandigheden.