Special Forces als ruggengraat van de krijgsmacht?

Uit internationaal vergelijkend onderzoek concludeert het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) dat Special Operations Forces (SOF) de afgelopen 25 jaar belangrijker zijn geworden. Dit blijkt onder meer uit een toename van de hiervoor bestemde militairen en middelen. Ook signaleren de onderzoekers een trend van afnemende verzuiling: binnen de krijgsmacht worden steeds vaker verbindingen gelegd tussen de verschillende krijgsmachtdelen. Ook de samenwerking met partijen buiten Defensie wordt belangrijker.

Het document van HCSS beschrijft naast dergelijke ontwikkelingen ook mogelijke toekomstperspectieven van Defensie’s speciale eenheden, het Korps Commandotroepen en de Maritime Special Operations Forces van de mariniers.

Strategische waarde
SOF zijn speciaal omdat zij fysiek, mentaal en cognitief toegerust zijn voor uitdagende en risicovolle operaties. Ze kunnen snel, zonder veel logistieke ondersteuning onder extreme condities opereren in kleine teams om politieke/militair-strategische doelstellingen te realiseren. De fysieke uitdaging, het risicoprofiel, de zelfredzaamheid, flexibiliteit en het heimelijke karakter van SOF vereisen een mentaliteit die belangrijker wordt geacht dan de materiële middelen waarover SOF beschikken. Naast offensieve taken voeren SOF o.a. speciale verkenningsmissies uit, zoals nu in Mali. Tevens zijn ze steeds vaker betrokken bij het opbouwen van het veiligheidsapparaat van bevriende landen, zoals nu in Irak.

Toenemend belang
De strategische waarde van speciale eenheden neemt om een aantal redenen toe. Door de eis van het voorkomen van nevenschade wordt ‘precisie’ een randvoorwaarde voor militair optreden. Special Operations Forces zijn bij uitstek geschikt voor grondoperaties waarbij het belang van precisie groot is. Verder laat het schimmige steekspel rond de Krim en Oost-Oekraïne zien dat grootschalig militair treffen plaats maakt voor een meer hybride vorm van oorlog voeren. Dit soort conflicten vraagt ook om kleine flexibele SOF-eenheden, bedreven in het heimelijk, snel en effectief optreden. Daarnaast is een verschuiving zichtbaar naar het voorkomen van conflicten. Ook hier spelen SOF, als verleners van ‘military assistance’, een belangrijke rol.

SOF in Nederland
Uit een vergelijking met SOF in de VS, Australië, Noorwegen en Duitsland blijkt dat deze eenheden in al deze landen in aantallen toenemen. De VS beschikt verreweg over de grootste SOF organisatie. De Nederlandse SOF is veel kleiner en, anders dan in de VS, is het strategische kader waarbinnen wordt geopereerd minder uitgewerkt. Voorwaarde voor inzet van Nederlandse SOF is het voorhanden zijn van een internationaal mandaat. Omdat zulks voorafgaand aan een conflict vaak ontbreekt, is de pre-conflict inzet van Nederlandse SOF beperkter. Ook beschikt Nederland niet over een centraal SOF Commando voor de organisatie en aansturing van speciale operaties. In vergelijking met andere landen is toezicht op speciale operaties in Nederland echter relatief goed geregeld.

SOF-silhouetten
De studie voorziet in een zestal SOF-silhouetten die verschillen qua takenpakket, inbedding in de organisatie, politiek-juridisch kader waarbinnen de inzet tot stand komt. Om SOF effectief te kunnen inzetten in de snel veranderende veiligheidsomgeving, moeten we echter niet inzetten op één nauw omlijnde toekomst voor SOF, maar deze ‘creatieve ruimte’ van mogelijke verschijningsvormen benutten als uitgangspunt voor discussie over de toekomst van SOF.

Voor meer informatie:
The Hague Centre for Strategic Studies
Lange Voorhout 16
2514 EE The Hague
The Netherlands

Telephone +31(70) 318 48 40
Telefax +31(70) 318 48 50
E-mail info@hcss.nl