Samenwerking politie en Defensie niet optimaal bij terreuroefening

De gemeente Amsterdan heeft belangrijke lessen getrokken uit de anti-terreuroefening van afgelopen november. Zo blijkt dat de nood- en hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulances, die bijna dagelijks samenwerken, elkaar blind weten te vinden, maar dat de samenwerking tussen onder meer politie en Defensie beter kan.
Dat schrijft waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen vandaag in een brief aan de gemeenteraad. Op 8 en 9 november 2017 werd in opdracht van de driehoek (burgemeester, hoofdofficier van Justitie) een grootschalige terrorisme-oefening gehouden in de stad. Er werd een scenario nagebootst waarin een groep gewapende mannen met een vrachtwagen op een groep mensen inreed.




Oefening
De Koninklijke Marine houdt van 9 tot en met 12 april een grootschalige antiterrorismeoefening in de havens van Amsterdam en IJmuiden. De oefening Port Defender 2018 speelt zich ook af op het Noordzeekanaal en op open zee.

Grootschalige oefening
Aan de oefening deden onder andere de gemeenschappelijke meldkamer, nood- en hulpdiensten op straat, eenheden van de Dienst Speciale Interventies (DSI), bewakingseenheden van defensie, crisisteams in het crisiscentrum onder het stadhuis en in het hoofdbureau van politie mee. Het was de eerste grootschalige terrorisme-oefening in Nederland, waarbij ook Defensie werd ingezet ter ondersteuning van de politie.

Samenwerking Defensie en politie
Hoewel er in de voorbereiding intensief gewerkt was aan de samenwerking tussen politie en Defensie bij terroristische aanslagen, bleek tijdens de oefening dat het toch lastig was om de twee diensten goed samen te laten werken. Ook bleek dat het optreden in een stadsomgeving een stuk anders is dan in het gebied waarin Defensie normaal gesproken operereert. Er was bijvoorbeeld weinig tijd voor het opbouwen van ‘locatiekennis en -gevoel’.

Scheiden van relevante informatie
Ook bleek het een uitdaging om hulpverlening en mogelijke relevante opsporingsinformatie die bij de meldkamer binnenkwam goed te scheiden en duurde het relatief lang voordat er door de hulpdiensten werd opgeschaald naar GRIP 1 (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure) en later naar GRIP 3. Tevens duurde de hulpverlening van slachtoffers relatief lang, omdat het voor de meldkamer en politie lang onduidelijk was of de situatie veilig was.

Moeizame samenwerking DSI
De DSI wist te terroristen in de oefening snel uit te schakelen, maar de afstemming en samenwerking tussen de speciale eenheid en de overige hulpdiensten verliep moeizaam. Dit kwam voornamelijk omdat de diensten bepaalde verwachtingen van elkaar hadden. Ook leidde het gebruik van bepaalde vaktermen tot verwarring in de communicatie.

Verbeterpunten
Een deel van de verbeterpunten zullen door de driehoek en de Veiligheidsregio worden opgepakt. Andere zaken zullen moeten worden opgepakt door nationale diensten, zoals de Nationale Politie, Defensie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). ‘lk vind het van groot belang dat de lessen uit deze oefening verder worden uitgewerkt en omgezet in concrete acties’, aldus de burgemeester.

Bron: AT5 / Defensie (foto illustratief)