Oorlogvoering met digitale informatie, cyberwarfare: brigadegeneraal Paul Ducheine

Brigadegeneraal Paul Ducheine uit Aardenburg werkt aan de toekomst van de oorlogvoering. Tanks en gevechtsvliegtuigen zijn nu nog belangrijk, maar het digitaal ontregelen van een vijand wordt steeds belangrijker,

Oorlog, we kennen het te land, ter zee en in de lucht. In de 21ste eeuw wordt de strijd steeds vaker ook online gevoerd. De in Aardenburg opgegroeide brigadegeneraal Paul Ducheine (1965) is hoogleraar aan de Defensieacademie in Breda, waar hij onderzoek doet en onderwijs geeft op het gebied van ‘cyberwarfare’. Daarnaast is hij als bijzonder hoogleraar in het recht van militaire cyberoperaties verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.




Hoe bent u specialist op het gebied van digitale oorlogsvoering geworden?
,,In 1983 ben ik hier op de Koninklijke Militaire Academie in Breda begonnen als cadet voor de Genie, de bouwers van de landmacht. Ik studeerde weg- en waterbouwkunde en werkte van 1988 tot 1998 als genist, leverde de spullen en gaf advies om van a naar b te komen of juist hindernissen op te werpen. Mijnenvelden aanleggen, bruggen bouwen, dat soort dingen. Later ben ik bestuurskunde en rechten gaan studeren en overgegaan naar de Militair Juridische Dienst. Ik adviseerde mijn commandant hoe hij juridisch van a naar b kon komen, iets gedaan kon krijgen binnen de regelgeving of hem wijzen op de gaten waar hij gebruik van kon maken. Na mijn promotieonderzoek naar de juridische kant van militaire terreurbestrijdingsoperaties, ben ik in Breda op de Faculteit Militaire Wetenschappen beland. Vanaf 2011 ben ik mij bezig gaan houden met het juridisch raamwerk rond digitale operaties. Dat vraagstuk was toen nog volledig blanco.”

Nadat u onder meer in Duitsland, Den Bosch en Utrecht heeft gewoond, kwam u terug in Breda. De cirkel is rond?
Lachend: ,,Ja, en dan moet je eigenlijk stoppen. Nee hoor, er blijft nog zoveel te vertellen. Maar ik ben wel terug op een soort beginpunt. Niet alleen in conceptuele zin, maar toevallig ook fysiek. Ik ben hier in Breda opgeleid en nu sinds 2015 hoogleraar. Ik werk ook voor de derde keer in hetzelfde gebouw, toevallig. Als cadet heb ik stage gelopen op de bouw, als kapitein heb ik een functie gehad bij de infrastructuurdienst die in dat gebouw zat en na mijn promotieonderzoek ben ik weer terug.”

Hoe ver kun je gaan in digitale oorlogsvoering? Met een druk op de knop kun je hele samenlevingen ontwrichten.
,,In het oorlogsrecht geldt dat je alleen ‘militaire doelwitten’ mag aanvallen. Als je besluit dat doelwit aan te vallen moet je je vervolgens afvragen wat de nevenschade is. Om een voorbeeld te noemen: door in te breken op het softwaresysteem lukt het de brandstoftoevoer van een militair vliegveld af te sluiten, maar daarmee tref je misschien ook de civiele luchtvaart. Dat gevolg moet je meewegen in je beslissing. Ontstaat er nevenschade, hoeveel nevenschade ontstaat er, kan ik het beperken en als ik daartoe maatregelen heb genomen: is die nevenschade niet excessief ten opzichte van het voordeel dat ik denk te behalen? Als voorbereiding op elke aanval, ook digitaal, moet je die trits vragen doorlopen. Daar is geen wiskundeboek of rekenmachine voor. Om terug te komen op de vraag: je kunt dus inderdaad veel lamleggen maar disproportionele aanvallen zijn verboden. Dat wil niet zeggen dat er bij digitale oorlogsvoering nooit nevenschade zal ontstaan.”

Digitale oorlog, zet defensie hackers in?
,,Ja, zowel bij het Defensie Cyber Commando, maar ook andere onderdelen die digitale operaties uitvoeren zoals inlichtingendienst MIVD en de Koninklijke Marechaussee hebben operators in dienst. De één heeft als doelstelling hacken in een militaire missie, de ander moet hackers ontdekken die onze systemen aanvallen. Die hackers worden geworven binnen Defensie. Daarnaast is momenteel een grote zoekslag gaande naar reservisten: burgers die je als militair kunt inschakelen wanneer de situatie daar om vraagt. Voor een aantal dagen of weken per jaar zetten ze hun kennis in als een piekbelasting of specifieke opdracht zich voordoet bij Defensie.”

De aanhouding van de hackende Russen in Den Haag was voor velen een eyeopener.
,,Een eyeopener? Natuurlijk wordt hier gespioneerd! En natuurlijk spioneren wij ook elders, dat is namelijk de opdracht van de inlichtingendiensten wereldwijd. Vanuit die hoofdkwartieren kun je digitaal steeds meer informatie vergaren. Door informatisering en digitalisering van de samenleving hoef je daar waar een verbinding ligt in theorie de deur niet meer uit. Voor sommige activiteiten zul je nog steeds in de buurt moeten komen, zoals hier wellicht het geval is geweest.”

Hoe ziet u de toekomst in uw vakgebied?
,,We keken tot nu toe veel naar ‘harde’ digitale operaties met behulp van hacken. De ‘zachte’ operaties komen steeds meer in beeld. Wij hebben last van desinformatiecampagnes, de Russen staan er om bekend. Als je het idee overneemt dat je met dit soort campagnes mensen kunt beïnvloeden in hun manier van denken, dan zou je dat ook in een missiegebied kunnen toepassen. Je legt de bevolking uit waarom het goed is dat zij zich aan de kant van de lokale overheid of internationale troepenmacht scharen, dat ze stoppen met kwalijke activiteiten. Dat je de misstanden van terreurgroepen in beeld brengt. Je kunt allerlei legitieme ideeën bedenken waarbij het digitale domein alleen maar het medium is om dat over te brengen.”

Dat kan alleen als in het missiegebied mensen ook ruim over internet beschikken.
,,De digitalisering van de maatschappij wereldwijd neemt een enorme vlucht. Grote bedrijven als Google, Facebook en Apple investeren veel geld in gebieden waar geen kabels liggen voor een internetverbinding. Over een tijdje zijn de drie miljard mensen die nu nog geen internet hebben ook digitaal. Zelfs – of vooral – in Afghanistan, Mali, het Midden-Oosten heeft menigeen een smartphone. Vluchtelingen hebben vaak niets, maar wel een telefoon: daarmee kunnen ze overleven. Natuurlijk hebben we in het westen een technologische voorsprong, maar onderschat niet de ontwikkeling van andere landen. In 2002 en 2003 ben ik op missie geweest in Bosnië. De bevolking had daar meer mobiele telefoons dan bij wij, simpelweg omdat hun vaste netwerk minder ontwikkeld was.”

Is het mogelijk de strijd te winnen met informatie?
,,De oude Chinese strategen vonden het summum van oorlog voeren dat je jezelf zó positioneert dat je niet eens meer hoeft te vechten. Ook nu kunnen we bundeltjes informatie overbrengen waardoor de andere partij bij voorbaat denkt: dit is zinloos.
Het manoeuvreren met informatie, dat zijn we steeds meer aan het doordenken, ook om als land je eigen positie duidelijk te maken en je belangen te behartigen. Ik ben zeker niet de enige hoogleraar die daar over nadenkt, maar Defensie speelt er wel een rol in.”

Op Twitter, het platform waarin u zich in deze discussies mengt, noemt u zichzelf ‘Zeeuw’.
,,Na mijn achttiende heb ik nooit meer in Zeeland gewoond, maar ik ga er nog wel alle vakanties heen. Mijn vader woont nog steeds in Aardenburg, mijn kitesurfspullen liggen daar.
Elke keer als ik daar ben, rijd ik naar Cadzand en ga daar ‘t Zwin op. Kitesurfen is een uitstekend middel om te ontspannen, even het hoofd leeg te maken. Je hebt eigenlijk niks in de hand. De zee, de golven, het getij en de wind dicteren wat je doet. Het is aanpassen aan de elementen of crashen. In het begin is het vaak crashen, maar op een moment kreeg ik in de gaten dat ik moest luisteren naar de natuur.”

Bron: AD / Defensie (foto)