Oorlogshelden zonder opsmuk. Militaire Willemsorde

De Militaire Willemsorde maakte van Marco Kroon en Gijs Tuinman bekende Nederlanders. Hun voorgangers kent bijna niemand. Edward Fulmer en Ken Mayhew waren net zulke helden, maar kregen de hoogste dapperheidsonderscheiding toen zelfs voor een oorlogsheld gold: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ze worden alsnog geëerd met biografieën die deze week verschijnen.
Het contrast tussen de ceremoniële pracht en praal waarmee majoors Kroon (2009) en Tuinman (2014) op het Binnenhof werden geridderd en de manier waarop de Amerikaan Fulmer en Brit Mayhew hun onderscheiding kregen, kan niet groter zijn. Ze ontvingen de versierselen per post. Hoogstwaarschijnlijk in een bruine papieren enveloppe en met de beste wensen.

Edward Fulmer is in 1946 nog onvoldoende hersteld van zijn oorlogsverwondingen om meer aan te kunnen, zo schrijft generaal-majoor b.d. Henk Morsink in het voorwoord van een boek dat deze week over Fulmer verschijnt. Tegelijkertijd ziet een compacte biografie van ridder Mayhew het licht. Beide zijn geschreven door Laurens van Aggelen. Hij wil de onbekende ridders de eer bewijzen die ze van het grote publiek nooit kregen.




Voorraden
De afgelopen december overleden Fulmer vliegt op 18 september 1944 met een C-47 transportvliegtuig over ons land. Hij moet voorraden en parachutisten droppen boven de Ginkelse Heide. Het gebied van operatie Market Garden. De Skytrain wordt meerdere keren geraakt door afweergeschut. In het inferno dat volgt, verliest de gezagvoerder het bewustzijn.

Co-piloot Fulmer vecht ernstig gewond met het brandende en snel hoogte verliezende toestel. De Amerikaan heeft zware brandwonden. De jonge luitenant kiest er niet voor zichzelf eerst in veiligheid te brengen, maar zet alles op alles om zijn collega’s te redden. In een laatste krachtsinspanning lukt het de Skytrain horizontaal te krijgen zodat de bemanning uit de kist kan springen. Hun parachutes vouwen zich open op maar vijftig meter hoogte.

„De vlammen verbrandden mijn gezicht en de linkerkant van mijn lichaam, schouder en rug. Ik bracht de neus van het vliegtuig naar beneden voor een noodlanding. Maar ik werd daarbij door rook en vlammen verblind en kon de grond nauwelijks zien”, vertelde Fulmer over zijn laatste vlucht. „Ik was verdoofd en had vreselijke pijn. Ik zal de geur van brandend vlees nooit meer vergeten.” Fulmer houdt vol en weet het toestel neer te zetten op een weiland. De Maten heet de kleine open plek bij het dorp Opheusden.

Aan het front
Zoals het een ridder Militaire Willemsorde betaamt, kenmerkt ook het oorlogsverhaal van Ken Mayhew zich door eigenbelang laatst. De Britse landmachtofficier landt tijdens D-day in Normandië om daarna tot het einde van de oorlog permanent aan het front te zitten. Nederland komt hij binnen via Limburg. Zijn compagnie van het Suffolk Regiment levert slag bij Weert, Overloon en Venray.

De aanval op dat laatste stadje loopt 16 oktober 1944 vast. De bruggenlegger van de genie kantelt en kan niet meer voor -of achteruit. Tanks en ander zwaar materieel moeten dwars door de Loobeek. Majoor Mayhew gaat voorop en leidt zijn mannen ondanks zware verliezen naar de overkant. Hij raakt in de maanden die volgen twee keer gewond, maar keert steeds terug naar zijn eenheid.

Het naoorlogse leven van de ridders is een toonbeeld van eenvoud. Edward Fulmer leeft volgens zijn biograaf geen dag zonder pijn. Dat hij oorlogsinvalide is, houdt de veteraan liever stil. Hij gaat aan de slag bij een supermarktketen en weet op te klimmen tot manager van meerdere filialen. Tot zijn 68e werkt Ed Fulmer. Twaalf uur per dag.

Harde werker
Ook Ken Mayhew is een harde werker. Hij begint twee bedrijven in de agrarische sector. Ze zijn succesvol. Mayhew krijgt zijn Willemsorde eveneens over de post. Niet omdat Nederland er geen werk van wil maken, maar omdat zijn werkgever hem geen vrijaf geeft voor de ceremonie. In de jaren tachtig verdwijnt de ridder bij defensie van de radar. Het blijkt een hele simpele reden te hebben. Hij verhuist een paar keer en vergeet een adreswijziging door te geven.

In 2011 wordt Ken Mayhew ’herontdekt’ tijdens een herdenking in Venray. Bij zulke gelegenheden blijft de bescheiden Brit steevast op de achtergrond. Wanneer defensie het contact heeft hersteld, verschijnt de ridder vanaf 2011 weer regelmatig tijdens belangrijke ceremonies in ons land. Hij is de oudere heer in lange jas die steevast naast Marco Kroon op foto’s staat. Zijn honderdste verjaardag viert hij in het bijzijn van Kroon. In de biografie zegt de recent in opspraak geraakte majoor trots op de vriendschap met zijn tweede Britse opa te zijn.

De veteraan is voor Kroon en anderen meer dan ooit een voorbeeld. Van heldendom en hoe je ook erna nederig kan blijven. Zo is het ook dat de 101-jarige later wil worden herinnerd. Dat blijkt uit wat hij in zijn biografie zegt. „Ik hoop dat ik zal worden herinnerd als een rechtvaardige, betrouwbare en bescheiden man.”

Bron: Telegraaf / Defensie