Nieuwe onderzeeërs komen…

Minister Hennis zal vermoedelijk vandaag komen met een schets van de behoefte aan onderzeeërs zoals Defensie die ziet. Volgens ingewijden moeten ook de nieuwe onderzeeërs ’expeditionair’ zijn, dus geschikt voor operaties over lange afstanden. Ook moeten ze niet alleen bruikbaar zijn voor het verzamelen van inlichtingen, maar ook voor tactische operaties van elitetroepen en afschrikking. Het gaat hier om een miljardenproject. Met de vier alternatieven wordt een start gemaakt voor de vervanging van de huidige vier Walrus-onderzeeërs. Pas over negen jaar, in 2025, zijn ze verouderd.

Met deze uitbreiding met onderzeeërs zou Nederland zijn huidige positie binnen de NAVO behouden. Nederland brengt namelijk met de huidige onderzeeërs van de Walrusklasse al een unieke kracht in bij de NAVO: de onderzeeërs zijn groot genoeg om over lange afstanden te kunnen opereren, en stil genoeg om niet in de gaten te lopen bij het verzamelen van inlichtingen. Onze onderzeeërs verschillen dan ook zowel van de nucleaire onderzeeërs van onder meer de Fransen, Britten en Amerikanen en van de kleine kustverdedigingssubmarines van de Noren. Behalve Nederland heeft alleen Canada dergelijke onderzeeboten.

Vier onderzeeërs
Over geld staat in de schets van Hennis blijkbaar nog niets. Voor het hele project heeft Defensie 2,5 miljard euro geraamd. Volgens experts is dat te weinig voor vier nieuwe boten. Tegelijk is vier wel het minimum-aantal waarmee de Koninklijke Marine uit de voeten zegt te kunnen, uitgaande van de vuistregel dat er steevast één boot in onderhoud is, één bestemd is voor opleiding en training, één actief is in missiegebied en één onderweg.

Opties
In de zogenoemde A-brief spreekt Defensie geen voorkeur uit. Er worden alleen de mogelijkheden opgesomd, die de komende jaren verder bekeken moeten worden.
De eerste variant zijn onderzeeboten die net als de Walrus over de hele wereld – in warm en koud water – ingezet kunnen worden, dus ook in de Atlantische Oceaan, het Caribisch gebied en de Indische Oceaan.
De tweede mogelijkheid zijn boten die alleen in de Europese wateren, rond Spanje, Portugal en de Noordzee, hun werk doen. Dit heet de homeland security-variant.

Onbemande boten als 3e variant
De derde variant zijn onbemande onderzeeboten. Een voordeel hiervan is dat ze beter geheim kunnen opereren. Op dit moment is het nog moeilijk om data te versturen en contact te hebben met een boot zonder bemanning. “Voorlopig is er geen zicht op volledig onbemande systemen,” stelt Hennis. De minister houdt wel serieus rekening met de snelle technologische vooruitgang

Hennis zegt dat het ook mogelijk is om helemaal niets nieuws te kopen, de vierde variant. “In de nul-variant kan de huidige onderzeebootcapaciteit niet of niet in vergelijkbare vorm worden vervangen”, staat in de brief.

Samenwerking
Internationale samenwerking kan uitkomst bieden. Defensie wil samen met ’één of meerdere partnerlanden’ de nieuwe onderzeeboten aanschaffen en ontwikkelen, in partnerschap met kennisinstellingen en de industrie. Nederlandse bedrijven als Thales (radar en communicatieapparatuur) en scheepsbouwer Damen staan vooraan om mee te helpen met de ontwikkeling. Eerder gaf Hennis in de Kamer aan dat samenwerking met Noorwegen kansrijk is. De Noren zoeken echter een ander, kleiner, type boot, meer bedoeld voor kustverdediging langs de fjorden. Deze ’subs’ zijn wel aanmerkelijk goedkoper.

Bron: Telegraaf / NOS / Defensie