Niemand ontkomt aan het wakend oog van Nederlandse Reapers

Op een Amerikaanse legerbasis leren Nederlandse militairen hoe ze de Reaper-drone, waarvan Nederland er vier heeft gekocht, moeten besturen. Er gaat een wereld voor ze open: de supercamera van de drone kan op 15 kilometer afstand nog iemand ongemerkt volgen.




Sergeant Paul kon het zelf de eerste keer bijna niet geloven. Het is gewoon bizar hoe ver deze camera kan ‘kijken’, zegt hij als hij in zijn simulator op Holloman Air Force Base een demonstratie geeft van wat de nieuwste aanwinst van de luchtmacht allemaal kan.

De Reaper vliegt nu op zo’n zes kilometer boven een virtuele stad in het Midden Oosten en geeft Paul een totaal overzicht. Maar als hij met zijn rechterhand vijf keer klikt op het zwarte knopje van zijn joystick zoomt de camera zo ver in dat hij bijna het nummerbord kan lezen van een rode auto die voor een huis staat geparkeerd. ,,Deze mensen hebben dus geen idee dat we hen nu in de gaten houden. En dat is precies de bedoeling’’, zegt hij.

In de woestijn, vlakbij de Mexicaanse grens, oefent de sensor-operator samen met zijn vlieger urenlang scenario’s in de simulator of in een gekoelde container met de ‘echte cockpit’. Hier leren ze de fijne kneepjes om dit reusachtige ‘insect’ te besturen en hoe ze als een ware big brother hun tegenstanders urenlang kunnen achtervolgen. Waar gaan ze naartoe? Met wie praten ze? Dragen ze wapens? Waar slapen ze?

Ingrijpend? Zeker, erkent Paul. Maar hij heeft er geen moeite mee. ,,Door dit te doen zorgen we in een missiegebied maar ook thuis voor heel veel veiligheid. Ik vind dat belangrijker dan de privacy van onze tegenstanders.’’

Thuis
De eerste Nederlandse bemanning van de Reaper die nu wordt klaargestoomd in Amerika gaat een bijzonder leven tegemoet. Militairen die ten strijde trekken doen dat meestal in het oorlogsgebied zelf. Deze mannen niet. Ze observeren het slagveld vanuit de lucht. Live. Waar ook ter wereld. Als hun werkdag erop zit doen ze de deur van de cockpit achter zich dicht en slapen ze gewoon in hun eigen bed in Nederland.

Nu even niet, want zolang de opleiding duurt verblijven ze op de Amerikaanse basis, maar ook daar ontbreekt het hen aan niets. Er is een bowlingbaan, een zwembad en meerdere restaurants waaronder zelfs een eigen McDonalds. Het voortdurend schakelen tussen deze twee werelden gaat ze nog gemakkelijk af, vertellen ze. Maar ze hebben dan ook nog niet in een echte missie gevlogen.

Wat nu vooral hun aandacht heeft, is hoe ze een operatie succesvol kunnen vliegen en goed op elkaar raken ingespeeld. Want daar draait alles om in de cockpit. ,,Als ik een huis in de gaten moet houden en het is bewolkt dan moet mijn collega er wel voor zorgen dat hij om die wolk vliegt. Anders zie ik niets meer’’, zegt Paul.

Gebouwen zijn de gemakkelijkste doelwitten om te observeren. Hoewel operator Paul ook dan niet achterover kan leunen. Schaduwen veranderen voortdurend; de wereld kan er een paar uur later ineens heel anders uit zien. En er zijn tactieken om bijvoorbeeld in het donker bij iemand naar binnen te kijken en te observeren wat daar gebeurt. ,,Daar kun je dan toch heel druk mee zijn’’, zegt Paul.

Intensief
Maar het meest intensief is het volgen van voertuigen en mensen. Dat er twee seconden vertraging op ‘de lijn’ zit omdat de beelden via een satellietverbinding worden verstuurd, maakt het extra lastig. En Paul had het niet verwacht, maar een auto volgen die tachtig kilometer per uur rijdt, blijkt fysiek nog best zwaar. Hij moet voortdurend kleine tikjes geven tegen de joystick om het voertuig bij te houden, maar kan zijn arm niet laten rusten. ,,Dat voel je op een gegeven moment echt in je schouder’’, zegt hij. Mensen gaan gelukkig niet zo snel. Maar dat vraagt weer opperste concentratie als ze zich op een drukke markt begeven. Voor je het weet gaan ze op in de menigte.

Veel oefenen is daarom precies wat ze nu hier doen. Als de Reaper-bemanning straks de besturing goed in de vingers heeft en in Leeuwarden aan de slag gaat, beschikt het Nederlandse leger over een verkenningseenheid die van grote waarde is voor de hele krijgsmacht, vindt luchtmachtgeneraal Dennis Luyt die een bezoek brengt bij zijn mensen. ,,Het succes van elke operatie hangt steeds meer af van hoe goed je begrijpt wat er op de grond gebeurt. Of dat nu in het Midden-Oosten is, in Afghanistan of zelfs bij ons in Nederland. Dit toestel is daar gewoon heel goed in doordat het 16 uur lang ergens boven kan hangen en kan staren naar de grond.’’

De vier Nederlandse Reapers worden nu nog alleen gebruikt voor het vergaren van inlichtingen en het verkennen van het terrein. Amerikanen vuren er ook dodelijke raketten mee af om tegenstanders direct de genadeklap te geven. Vijf procent van de Amerikaanse drone-piloten is dat werk niet in de koude kleren gaan zitten en heeft er blijvende klachten aan overgehouden, vertelt de commandant van de Amerikaanse Reapers op deze legerbasis.

Hoewel de Nederlanders geen bommen mogen gooien, kunnen de beelden die ze te zien krijgen wel heftig zijn, beseft ook vlieger en commandant van het Nederlandse Reaper-squadron Boudewijn Roddenhof. Bijvoorbeeld als ze na een bomaanslag in een missiegebied de schade moeten opnemen. Of met een laser het doel aanwijzen waar een bom op moet vallen. ,,Daarom zorgen we er ook voor dat er geestelijke ondersteuning is voor onze mensen als ze daar behoefte aan hebben.’’

Of de Nederlandse drones, net als de Amerikaanse, ooit bewapend worden, moet de toekomst uitwijzen. Politiek ligt het uiterst gevoelig. Wat luchtmachtgeneraal Dennis Luyt betreft is het bewapenen van de drones niet aan de orde. Hij is meer dan tevreden met Reapers zonder de bommen. Al vindt ook hij het observeren en uitschakelen van de tegenstander met dit ene toestel ‘op zich een logische combinatie’. ,,Maar we moeten wel goed beseffen dat ook de Amerikanen met dit toestel 95 procent van de tijd inlichtingen verzamelen. Dus laten we ons eerst daarop richten en daar heel goed in worden. Dan gaan we daarna kijken wat we er nog meer mee kunnen.’’

Bron: AD / Defensie (foto’s illustratief)