Nederlandse trainingsmissie in Irak deels opgeschort vanwege veiligheid militairen

De Nederlandse militaire missie in Irak wordt deels opgeschort. Een handvol special forces geeft vanaf gisteren geen training en advies meer in het noordelijk deel van Irak dat wordt betwist door de Koerden en de Iraakse regering. Nederland wil de veiligheid van de eigen militairen niet in gevaar brengen door in die regio door te gaan met lesgeven.
Dit staat in een brief die de demissionair ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Klaas Dijkhoff (Defensie) dinsdag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.
Het kabinet zeilt met dit besluit met een grote boog om een groter probleem heen: wat te doen met de rest van de trainingsmissie in Irak? Het overgrote deel van de 150 Nederlandse militairen blijft voorlopig lesgeven aan zowel Iraakse als Koerdische strijders, die samen strijden tegen terreurbeweging IS. Dit lesgeven gebeurt vooral in de steden Erbil en Bagdad, dus in niet-betwist gebied.

Maar onder meer de nieuwe coalitiepartijen D66 en ChristenUnie maken zich ‘zorgen’ om de oplaaiende spanningen tussen de twee partijen die momenteel les krijgen van Nederlanders. Oppositielid Sadet Karabulut (SP) vindt zelfs dat de missie gestopt moet worden. ‘We trainen mensen en equiperen legers die nu tegenover elkaar staan – dat moeten we niet willen.’

Nederland kiest geen partij
Zo heeft het Iraakse leger begin deze maand gedreigd om op te rukken naar de Koerdische regio. In de provincies Kirkuk en Nineveh zijn de afgelopen twee weken ‘enkele schermutselingen’ geweest tussen beide partijen.




Nederland kiest nog geen partij: zowel scherpschutters aan Koerdische als Iraakse zijde worden bijvoorbeeld nog getraind. ‘Wie zegt dat die mensen volgende week niet tegenover staan Kirkuk?’, zei defensiespecialist Ko Colijn afgelopen week tegen de Volkskrant. En wie garandeert dat het materieel dat beide partijen nu krijgen van de Nederlanders – zoals nachtkijkers – niet ingezet wordt om elkaar te bestrijden?

Het kabinet houdt de gespannen situatie ‘nauwgezet’ in de gaten en toetst ‘dagelijks’ of het nog veilig is voor Nederlandse militairen om les te blijven geven, staat in de brief aan de Tweede Kamer. ‘De veiligheid van onze mensen gaat daarbij boven alles.’ De vorige minister van Defensie, Jeanine Hennis, moest in oktober aftreden omdat er binnen haar organisatie te weinig oog zou zijn geweest voor de veiligheid van militairen.

Betrokken bij burgeroorlog
Opvallend is dat het kabinet met geen woord rept over de andere overduidelijke reden om te stoppen met de trainingen; namelijk dat Nederland betrokken kan raken bij een burgeroorlog tussen Koerden en Irakezen. Andere Europese landen en de VS maken zich hier wel grote zorgen over als ze beide partijen blijven trainen. Reden voor Duitsland om de trainingen vorige week stil te leggen. Inmiddels zijn die trainingen weer gestart, omdat ingeschat wordt dat de eigen militairen nog geen gevaar lopen.

Ook Nederlandse trainingen aan Koerdische peshmerga-strijders lagen afgelopen week een paar dagen stil, maar zijn inmiddels weer hervat. De tijdelijke onderbreking was op verzoek van de peshmerga zelf, die tijd nodig hadden om zich te ‘hergroeperen’ na het verlaten van onder meer de stad Kirkuk, zegt een Defensiewoordvoerder.

‘Nederland kon weten dat er een dag zou aanbreken waarop de bindende factor IS zou wegvallen, waarna de partijen elkaar weer in de haren zouden vliegen. Die dag is nu aangebroken’, zei defensiespecialist Colijn afgelopen week tegen de Volkskrant. ‘Dus Halbe Zijlstra heeft een groot probleem om mee te beginnen als minister van Buitenlandse Zaken.’

Hij lijkt gelijk te krijgen, want het demissionaire kabinet schuift de hete aardappel van de Irak-missie door naar de nieuwe beoogde ministers Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken) en Ank Bijleveld (Defensie).

Bron: Volkskrant / Defensie