Mortiergranaten vertonen meer gebreken, defensie onderzoekt juridische stappen

De door Nederland buiten gebruik gestelde 60mm-mortiergranaten vertonen meer gebreken dan eerder bekend was, meldt het ministerie van Defensie donderdag. Dit blijkt uit een onderzoek naar het veilig vernietigen van de elfduizend granaten, een besluit dat genomen is na een dodelijk ongeval met twee Nederlandse militairen in Mali.

Het ongeval gebeurde in juli 2016 tijdens een oefening met een mortier. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde een jaar later dat de granaten zwakke plekken in het ontwerp hadden en dat Defensie “ernstig was tekortgeschoten” bij de zorg voor de veiligheid van militairen.

De OVV adviseerde de resterende voorraad te vernietigen. Het Kenniscentrum Wapens en Munitie (KCW&M) heeft daarom gekeken naar de risico’s die hierbij kunnen ontstaan. Uit dit onderzoek blijkt dat “een onnauwkeurige maatvoering van verschillende onderdelen van de granaten” de oorzaak van het ongeval zou kunnen zijn.

Defensie wijst erop dat de betreffende mortiergranaten een risico kunnen vormen voor de landen die er nog gebruik van maken. De informatie van het KCW&M is daarom doorgestuurd naar de fabrikant en de NAVO. Ook heeft Defensie het rapport met de OVV en het Openbaar Ministerie (OM) gedeeld.

Het OM doet onderzoek naar het ongeval in de Malinese stad Kidal. De ouders van de militairen Henry Hoving (29) en Kevin Roggeveld (24) hebben aangifte tegen het ministerie van Defensie en een aantal medewerkers gedaan omdat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan dood door schuld.

Bijleveld laat in de brief ook weten te onderzoeken of juridische stappen tegen de fabrikant mogelijk zijn.