Minister: respect voor gesneuvelde Indiëgangers

De 6.200 militairen die op het Nationaal Indiëmonument in Roermond staan, verdienen ieders respect en waardering. Minister Ank Bijleveld-Schouten zei dit vandaag in Roermond tijdens de herdenking bij het Nationaal Indiëmonument 1945–1962.

“Zij hebben ongekende veerkracht getoond. Zij hebben hun plicht gedaan, toen hun land dat van hen vroeg. Wij zijn het aan hen verschuldigd om stil te staan bij de offers die zij hebben gebracht. En om in onze conclusies over die tijd altijd oog te blijven houden voor de omstandigheden waarin zij hun opdracht hebben vervuld. Dát is de waarde van deze herdenking. En die boodschap moeten wij ook met toekomstige generaties blijven delen.”

Van kamp naar kamp
Bijleveld citeerde Dick Büchel van Steenbergen die als krijgsgevangene door de Japanners van kamp naar kamp werd vervoerd. “De zon zal altijd schijnen, mam. Voor ons allemaal. Probeer je geen zorgen te maken. Blijf geloven dat alles goed zal komen. Blijf altijd hopen op betere tijden. Hoop. Verlies nooit de hoop. Beloof je dat?”

Büchel van Steenbergen verbleef in Indonesië in 4 kampen en daarna in Changi in Singapore. Hij werd daarna naar Nagasaki vervoerd, om op de scheepswerf van Mitsubishi aan een Japanse tanker te werken. Daar overleefde hij de atoombom.
Büchel van Steenbergen mocht na 3,5 jaar niet naar huis, maar kreeg een uniform. Hij werd geacht weer aan het werk te gaan. “Alsof er nooit iets is gebeurd. Van een terugkeer naar zijn dierbaren is voorlopig nog geen sprake. Zijn reis brengt hem eerst nog naar Manilla, Balikpapan en Australië. Waarna hij wordt geplaatst op het militaire vliegveld bij Batavia. Het is inmiddels 1946 en hij heeft al die tijd nog geen kans gekregen om zijn ouders te zien.” Tijdens een tussenstop in Bandung heeft hij 1,5 uur de tijd om 3,5 jaar hel met elkaar te delen, aldus Bijleveld.

Weer gemobiliseerd
“In de daaropvolgende 4 jaar wordt hij als KNIL-militair ingezet om in Nederlands-Indië de orde en rust te herstellen. Het land van zijn jeugd is in een diepe chaos gestort en is – naar later zou blijken – voorgoed veranderd”, zei de minister. “Het is een ingewikkelde en meedogenloze strijd tegen een vaak onbekende vijand, zonder uniform.”

Büchel van Steenbergen staat model voor zo’n 10.000 oud-krijgsgevangenen die in nieuwe KNIL-eenheden werden georganiseerd. “Verlost van de bezetter, maar nog altijd niet thuis. Wachtend op de echte vrijheid, die voor sommigen nooit aan zou breken. Zonder fatsoenlijke medische of psychische keuring werden zij gemobiliseerd. Jonge jongens, die soms nog maar 30 tot 40 kilo wogen. Met een zeer korte opleiding en gebrekkige uitrusting werden zij de strijd ingestuurd.”

Geschiedenis niet zwart-wit
Volgens Bijleveld was er veel onbegrip over wat tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de jaren daarna in Nederlands-Indië gebeurde. “Zelfs nu, decennia later, zijn wij nog steeds bezig om de puzzelstukken bij elkaar te vegen. Een ding is helder: deze geschiedenis is niet zwart-wit, ook al doen de beelden anders vermoeden. Het is een collectie persoonlijke verhalen. En ieder detail doet ertoe. Daarom moeten ze blijven worden verteld. Dat helpt ons om de context van toen te begrijpen. Het helpt ons om begrip te krijgen voor de wereld áchter de feiten en cijfers.”

Missing man
De herdenking werd bijgewoond door een zware afvaardiging van de legerleiding. Zo waren plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Onno Eichelsheim en (plaatsvervangend) bevelhebbers van de diverse operationele commando’s aanwezig. Met het publiek zagen zij hoe F-16-gevechtsvliegtuigen een missing man-formatie uitvoerden ter ere van de gesneuvelden.