Militairen mogen niet praten met pers en kamerleden.

Het voelt voor veel militairen als een keiharde afwijzing: de strengere regels van het ministerie van Defensie over extern optreden, mediacontacten en publicaties. Hierdoor mogen militairen in de Nederlandse krijgsmacht zich niet langer in het openbaar uiten zonder toestemming vooraf van het ministerie van Defensie. Worden militairen monddood gemaakt?

“Ik begrijp deze aanscherping niet”, zegt majoor Van Leeuwen in De Nieuws BV. “Er was al een aanwijzing vanuit het ministerie maar die is strenger geworden.” De ‘aanwijzing’ waar de majoor, die verbonden is aan de Officiersvereniging, het over heeft regelt het contact van militairen met het parlement en de media.

Majoor Van Leeuwen hoeft omdat hij verbonden is aan de vakbond geen toestemming te vragen voor dit interview, maar andere militairen zouden dat wel moeten doen: “Als Kamerleden met militairen of defensiepersoneel willen praten, moeten ze dat aanvragen via het bureau van de Secretaris Generaal. En als wij met de media willen praten moeten wij ook toestemming vragen. Anders mag het gewoon niet.” Er zijn duidelijke richtlijnen. “Als een militair zich daar niet aan houdt, wordt je daar verantwoordelijk voor gehouden”, aldus de majoor.

Zorgelijk, achterhaald en onnodig

“Ik vind het zorgelijk. Het is achterhaald en onnodig”, zegt SP Tweede Kamerlid Sadet Karabulut. “Militairen zijn professionals. Uit mijn ervaring blijkt dat ze vaak juist heel trots zijn op hun organisatie en vanuit hun inhoudelijke expertise willen bijdragen aan een goede ontwikkeling van de organisatie.”

Karabulut: “De minister zelf, Ank Bijleveld, benadrukt keer op keer dat zij werkt aan openheid en transparantie. Aan een moderne krijgsmacht. Dat staat hier haaks op.”

Deze regels beperken het werk van Kamerleden en en journalisten, zegt het SP Kamerlid. “Het is voor mij belangrijk voor het controleren van de regering. En voor de militair de vrijheid van meningsuiting. Ik vind dat niet passen in deze tijd”, aldus Karabulut.

 Sint 2020 Sint 2020

Het uitgangspunt moet vertrouwen zijn

Van Leeuwen benadrukt dat er ook meer blijk van vertrouwen mag zijn: “Defensiemedewerkers, en militairen al helemaal, begrijpen als geen ander het belang van operationele informatie binnenhouden.” Het kan namelijk gevolgen hebben voor de veiligheid van collega’s en soms ook het land. “We zijn professioneel”, aldus Van Leeuwen. “We snappen dat we de minister niet voor de voeten moeten lopen, maar we willen ook ambassadeur zijn voor onze organisatie.”

Druist dit niet in tegen vrijheid van meningsuiting? “In beperkte mate misschien wel”, zegt majoor Van Leeuwen, “maar wij zijn geen normale burgers. We hebben een bijzondere positie. Ons werk is nu eenmaal anders dan dat van de gemiddelde Nederlander.” Dus dat er een bepaalde mate van beperking zit is helemaal niet gek. “Maar het is wel belangrijk dat wij de ruimte krijgen om openheid te geven. Dat moet een gezonde balans zijn. Het uitgangspunt moet vertrouwen zijn.”

Wij maken ons zorgen

Er is geen sprake van een angstcultuur, zegt Van Leeuwen, “maar militairen voelen zich beperkt. De aanscherping van de regels heeft reacties teweeggebracht. Ook wij maken ons zorgen.”

Reden voor Sadet Karabulut om deze week een motie in te dienen. “Ik hoop dat de minister deze nieuwe aanwijzingen intrekt en het pleidooi van de militairen serieus neemt.” Ze heeft in elk geval al steun van de PvdA en GroenLinks voor deze motie.

Bron: nporadio1.