Militaire noodhulpverlening na orkaanvernielingen op Bahama’s afgerond

De Nederlandse militairen zijn vanmorgen aangekomen op Curaçao na het bieden van noodhulp voor operatie Disaster Relief Abaco op de Bahama’s. Commandeur Ad van de Sande, Commandant Netherlands Maritime Force (NLMARFOR), kijkt terug op een geslaagde missie: “We zijn de katalysator geweest die de hulp op gang heeft gebracht.”

Totaal 550 Nederlandse, 50 Duitse en eenzelfde aantal Franse militairen verleenden van 11 tot en met 20 september noodhulp op Abaco na de vernielingen door Dorian. De orkaan trok begin deze maand met windsnelheden van bijna 300 kilometer per uur over het Bahamaanse eiland. De krijgsmacht schoot te hulp. Militairen verspreidden zich als een olievlek over het eiland.




Duizenden kilo’s hulpgoederen
Ze bouwden onder meer een dam, repareerden aggregaten of zorgden voor medische ondersteuning. De handen gingen behoorlijk uit de mouwen en uiteindelijk wisten de militairen 150 projecten af te ronden. Op het hoogtepunt waren er 280 mannen en vrouwen die over 42 voertuigen, zowel kleine als zwaardere, konden beschikken.

De militairen verdeelden 30.000 liter water en 30.000 kilo aan basisnoodgoederen. Omdat na de storm veel locaties onbereikbaar waren, kwam de luchtmacht daar in actie. Militairen voerden 2 medische evacuaties uit, transporteerden via de lucht 5.000 liter brandstof, 3.500 kilo aan hulpgoederen en 2.000 kilo aan spullen van internationale (hulp)organisaties.

Onderwaterverkenning
Amfibisch transportschip Zr.Ms. Johan de Witt fungeerde als hoofdkwartier voor de operatie en zette landingsvaartuigen in. Hydrografisch opnemingsvaartuig Zr.Ms. Snellius bleek ook onmisbaar. Zo transporteerde het niet alleen 160 kuub aan goederen, maar voerde de bemanning tevens onderwatermetingen uit. Zo werd voor varend verkeer de beste route naar de wal gevonden.

Katalysator
Op 8 mijl uit de kust coördineerde Van de Sande de hulpverlening vanaf de Johan de Witt en zorgde voor logistieke ondersteuning. Ook gaf hij zijn ondercommandanten onder mission command vrijheid van handelen mee.

Het Koninkrijk der Nederlanden gaat noodhulp leveren aan de Bahama’s. Marineschepen Zr.Ms. Johan de Witt en Zr.Ms. Snellius maken zich momenteel klaar om de eilandengroep te hulp te schieten. De marineschepen zijn al in het Caribisch Gebied in verband met de grote noodhulpoefening Caribbean Coast. Die oefening maakt plaats voor werkelijke noodhulp, na een verzoek tot hulp van de Bahama’s via de regionale rampenbestrijdingsorganisatie CDEMA (Caribbean Disaster Emergency Management Agency).
Beide marineschepen liggen momenteel in Sint Maarten om de logistieke voorbereidingen te treffen voor een hulpoperatie. Naar verwachting vertrekken de schepen binnen enkele dagen en zijn zij 11 september ter plaatse om noodhulp te bieden. De precieze invulling van de noodhulp wordt momenteel uitgewerkt door Defensie in overleg met de CDEMA. De noodhulp wordt gefinancierd uit budget dat minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking beschikbaar heeft gesteld.
Zr.Ms. Johan de Witt is een amfibisch transportschip. Het schip is haven, vliegveld en opslagplaats in één. Ze beschikt over een groot dek voor voertuigen en hulpgoederen, medisch personeel van de landmacht en een inwendig dok waar boten in en uit kunnen varen. Aan boord zijn daarnaast 2 Cougar-helikopters van het Defensie Helikopter Commando, een marinierseenheid met 2 FRISC-boten en 4 landingsvaartuigen, militairen van de genie, een landmachteenheid die gespecialiseerd is in civiel-militair optreden en 2 specialistische duikteams. Ook is het 21e Raiding Squadron ingevlogen om hulp te bieden. Dit squadron is een snel inzetbare marinierseenheid.
Naast de Nederlandse inzet is er ook hulp van internationale zijde. Aan boord van de Zr.Ms. Johan de Witt varen militairen van het Franse 33e Regiment d’Infanterie de Marine en het Duitse Seebatallion mee om noodhulp te bieden.
Zr.Ms. Snellius is een hydrografisch opnemingsvaartuig. Het schip beschikt over geavanceerde sonarapparatuur, waarmee de zeeb

“Over het hele eiland is onze hulp zichtbaar geworden”, vertelt hij. “De lokale autoriteiten waren zo onder de indruk van de chaos, dat ze zelf nog niet echt in actie konden komen. De hulporganisaties hadden wel de spullen, maar niet de mensen om aan de slag te gaan. We ondersteunden de lokale autoriteiten met alles wat we hadden, in samenwerking met internationale hulporganisaties. We zijn de katalysator geweest die de hulp op gang heeft gebracht.”

Indrukwekkend
Bij het afscheid in Marsh Harbour roemde minister Public Service and National Insurance Brensil Dennis Rolle de militairen. Dit vanwege hun snelheid van werken, de samenwerking met de lokale autoriteiten en de energie die ze met zich meebrachten. “Zonder jullie hulp hadden we het waarschijnlijk niet gekund.”

Philip Upson van hulporganisatie UN OCHA sluit zich daarbij aan: “De hoeveelheid taken die jullie oppakten, de flexibiliteit die de troepen op het eiland hebben laten zien. Het is echt indrukwekkend.”

Op Curaçao is het tijd voor onderhoud voor Zr.Ms. Johan de Witt en Zr .Ms. Snellius. Tevens worden de schepen opnieuw bevoorraad, gaan er voertuigen van boord en vliegt een deel van de bemanning terug naar Nederland.

Bron: Defensie