Luchtmacht lanceert eigen satelliet

Zestig jaar nadat de Russen de allereerste satelliet ooit de ruimte in schoten, krijgt ook Nederland zijn eigen kunstmaan. De Nederlandse ‘Spoetnik’ gaat voor defensie inlichtingen verzamelen, het weer in de ruimte monitoren en dient als postbus om zeer gevoelige informatie van en naar troepen op het slagveld te sturen.
Vandaag tekent de luchtmacht tijdens een wapenbeurs in Rotterdam de contracten en gaan meerdere bedrijven met de bouw van de ‘Brik II’ aan de slag. Defensie levert zelf de sensoren aan waarmee het wil experimenteren in de ruimte. De lancering staat voor de zomer van 2019 gepland.

De allereerste satelliet van het Nederlandse leger is vooral een experiment in het ontdekken van militair nut en noodzaak, maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Defensie denkt hiermee nog accurater en sneller informatie over het slagveld te vergaren.
Een capaciteit die steeds onmisbaarder wordt, want oorlogen winnen legers allang niet meer met een gevecht van staal tegen staal, maar met de beste inlichtingen. ,,We weten nog niet precies hoe we dit middel uiteindelijk willen inzetten, maar we gaan op zoek naar een niche waarmee we ons kunnen onderscheiden. En we zien dit vooral als een demonstratie van waar we allemaal tegenaan lopen als we dit serieus willen oppakken’’, zegt majoor Bernard Buijs, hoofd van het bureau Space van de luchtmacht.

Kunstmanen
Dat de ruimte enorme potentie heeft, daarvan zijn ze bij de luchtmacht wel overtuigd. Veel bedrijven laten nu al hun eigen satellieten rondzweven om bijvoorbeeld wagenparken wereldwijd te beheren.
Lange tijd gingen er kunstmanen zo groot als vrachtwagens de ruimte in, maar nu satellieten steeds kleiner worden, was opereren vanuit de ruimte nog nooit zo goedkoop. Het budget van defensie voor deze operatie is 2,5 miljoen euro ,,Een jaar of acht geleden waren we het veelvoudige kwijt geweest’’, zegt Buijs.
De satelliet moet minimaal drie jaar lang blijven werken. Elk jaar langer beschouwt Defensie als mooi meegenomen omdat satellieten in de ruimte nogal wat te verduren krijgen met de sterke ioniserende straling van de zon. Uiterlijk over 25 jaar komt de nano-satelliet terug naar aarde en verbrandt in de dampkring.




Simpele satelliet, maar vol speciale snufjes
Vier meterslange sprieten aan een loodzware bol ter grootte van een skippybal. Zo eenvoudig zag de Spoetnik van de voormalige Sovjet-Unie eruit in het najaar van 1957. De allereerste satelliet van het Nederlandse leger oogt 60 jaar later net zo simpel als zijn illustere voorganger, maar daarmee houdt elke vergelijking op.
Twee aan elkaar geplakte literpakken melk, lijken het. Of een flinke baksteen, zoals ze zelf vinden bij de luchtmacht. Brik II is dan ook niet voor niets de naam die defensie meegeeft als ze in de zomer van 2019 haar eerste satelliet de ruimte in stuurt. Een knipoog ook naar het allereerste Nederlandse militaire toestel uit 1913, De Brik.

Systeembouwer en luchtmachtreservist Marcin Brodecki van het bedrijf ISIS houdt in het laboratorium in Delft trots het raamwerk omhoog waar ze straks de militaire sensoren in verpakken. Dit pakketje van nog geen 10 kilo plakken ze straks op een raket en laten het los ergens tussen de 600 en 700 kilometer. Daar draait de Brik de komende jaren in 90 minuten een rondje om de aarde en stuurt gegevens door naar het nieuwe ruimtecentrum op de kazerne in Dongen.

In eerste instantie stuurt Nederland vier technische snufjes de ruimte in die van pas komen bij het vergaren van betrouwbare informatie, te beginnen met een eigen, nationale postbus waarmee troepen zeer gevoelige informatie kunnen doorsturen naar het hoofdkwartier zonder dat er een bondgenoot of een bedrijf meekijkt. Nu huren militairen die capaciteit in bij anderen.

Vijand
Het leger wil graag ook zelf inlichtingen vergaren door naar radiogolven te luisteren. Daarmee kan het militaire systemen van de vijand zelf detecteren en lokaliseren. Dat kan gaan om schepen en vliegtuigen, maar in de toekomst wellicht ook onbekende satellieten. Van veel kunstmanen is bekend wat ze doen, maar sommige landen lanceren bewust exemplaren die nergens geregistreerd staan. Hoe fijn zou het zijn als de Militaire Inlichtingendienst met de meegestuurde spectrometer ze nu toch kan traceren, kan bepalen wie er achter zit en met welke bedoelingen. ,,Als ze worden gebruikt om ons te bespioneren, dan kunnen wij daar onze systemen op de grond weer op aanpassen’’, zegt majoor Bernard Buijs, hoofd van het bureau Space van de luchtmacht.

sateliet_noventas-by-mindef

Nog een grote wens; een weerstation dat op kilometers hoogte weet wat er speelt. Satellieten voor GPS en communicatie zijn onmisbaar in operaties, maar hebben soms flink last van zonnewinden met ioniserende straling. Dit zorg voor storingen en een slechter bereik. Door vroeg te weten dat er een storm in aantocht is, kunnen militairen daar in hun operaties rekening mee houden. ,,Zonder navigatie weten ze niet waar ze zijn en als de communicatie ook nog wegvalt, kunnen ze het ook niemand laten weten. Een rampscenario voor elke commandant’’, zegt Buijs.
De Brik II van de luchtmacht is met deze kleine sensoren en een mini-computer aan boord veel geavanceerder dan de allereerste Russische satelliet, die alleen piepjes naar de aarde kon sturen.
Defensie is dan ook zeker niet de eerste die de enorme potentie er van inziet. Talloze bedrijven maken al dankbaar gebruik van de kleine, onbemande ruimtevaartuigen. Ze laten satellieten rondzweven om bijvoorbeeld hun wagenpark in de wereld in de gaten te houden. Onlangs werd er nog een zwerm van maar liefst 104 melkpakken losgelaten. ,,Wij zullen heel snel moeten aanhaken als we willen weten wat de potenties en bedreigingen zijn van deze techniek’’, zegt Buijs.

Betaalbaar
Nu is bovendien hét moment, vinden ze bij defensie. Ruimtevaart was nog nooit zo betaalbaar. Dat heeft alles te maken met de compactheid van de satellieten. Vroeger hadden ze de maat van een kleine vrachtwagen, kostte de ontwikkeling jaren en gingen budgetten door het dak. Sensoren passen nu in een melkpak en kunnen worden gelanceerd vanaf zo’n 25.000 euro per kilo. Buijs: ,,Het stelt ons in staat om heel snel te kijken of iets werkt of niet. Faalt de apparatuur dan bouw je makkelijk een nieuw en beter exemplaar en stuur je dat omhoog.’’
De mogelijkheden zijn eindeloos. Nu gaan er alleen nog een postbus, een weerstation en een spectrometer de ruimte in, maar er passen ook telescopen in of foto- en filmapparatuur. Er wordt zelfs over nagedacht om via de ruimte te communiceren met behulp van laser, een techniek die bijna niet valt af te luisteren.
Wat het Nederlandse leger uiteindelijk met de nano-satelliet gaat doen en of er meer worden gelanceerd, is nog niet duidelijk. Majoor Buijs: ,,We kijken ook heel erg naar wat bevriende staten doen. We willen niet iets kopiëren, maar juist proberen een niche op te zoeken, zodat wij onze informatie kunnen uitwisselen voor informatie van anderen.’’

Bron: AD / Defensie