Killerrobot op slagveld nog niet volledig operationeel

Defensie experimenteert met robotwapens om de tijdens bezuinigingen verloren vuurkracht terug te brengen binnen de krijgsmacht. Van ‘killer robots’ lijkt echter nog lang geen sprake. Om de robotwapens zelfstandig taken te kunnen laten uitvoeren is er eerste een doorbraak in kunstmatige intelligentie nodig.




Dit jaar heeft Defensie in Oostenrijk en Schotse Hooglanden diverse proeven met onbemande wapensystemen als de Milrem uitgevoerd. Zowel als wapensysteem en als bepakkingsvoertuig. Tijdens oefeningen van 13 Lichte Brigade uit het Brabantse Oirschot gaan tegenwoordig twee van deze voertuigen mee. Voorafgaand aan de proef in Oostenrijk waren ze er ook al bij in de Schotse Hooglanden.

De eerste tests met de RAS (Robotica en Autonome Systemen) vinden dit jaar plaats met twee Milrems. Om met de Milrem operationeel te kunnen zijn, zijn op dit moment nog twee militairen nodig voor de bediening. Ook het bereik is beperkt, zegt luitenant-kolonel Juliën den Ouden. Die afstandsbediening heeft een bereik van circa honderd meter, en moet een directe zichtlijn naar de Milrem hebben. “Het voertuig voor je uit een hoek om laten rijden, gaat dus nog niet.” aldus de overste.
Ook aan de functie van transportvoertuig voor zware bepakking zitten nog nadelen. De Milrem heeft een hybride aandrijving, waarbij de accu het ongeveer anderhalf uur volhoudt. Daarna neemt een dieselmotor het weer over. Dat klinkt alsof een van de militairen op een brommer patrouilleert.

Gevechtskracht
Defensie is met ongeveer vijftien bezig te onderzoeken welke waarde onbemande systemen kunnen hebben voor de landmacht van de toekomst. “De brigade in Oirschot is ideaal om te beginnen”, volgens luitenant-kolonel Martijn Hädicke. “Na jarenlange bezuinigingen was de gevechtskracht van de eenheid verdwenen, dus mensen zijn gemotiveerd om te innoveren en nieuwe spullen uit te proberen.” In de afgelopen tien jaar zijn bij de 13 Lichte Brigade de tanks en zware gevechtsvoertuigen verdwenen. In 2011 gingen de tanks er als bezuinigingsmaatregel uit. Drie jaar later werden de net aangeschafte gevechtsvoertuigen verkocht. Nu moeten de militairen het doen met pantserwagens met mitrailleurs. In 2013 was de gedachte dat in die bezuiniging nog een voordeel zat: met lichtere voertuigen zou de brigade geschikt zijn voor missies in Afrika en het Midden-Oosten. Volgens een dit jaar door Defensie gepubliceerde evaluatie is de Navo uiterst kritisch over het nut van de aangepaste brigade. Ze mist vuurkracht om bij te dragen aan verdediging van bondgenoten tegen Rusland, iets wat het bondgenootschap wel van Nederland verwacht.

Lees hier het hele artikel in Trouw

Bron: Trouw / Defensie