Gezamenlijke visie voor Duitse en Nederlandse landmacht

De Duitse en Nederlandse landmachttop bespreken in Dresden de verdere integratie van beide landmachten. Om richting te geven aan deze ontwikkeling tekenden beide commandanten een gezamenlijke visie. Eén visie voor 2 landmachten is uniek in Europa.

Integreren is een werkwoord zei de Duitse landmachtcommandant luitenant-generaal Alfons Mais. “Samen komen we verder dan alleen. Maar de dagelijkse praktijk leert ons dat integreren geen makkelijke opgave is. Het vergt veel werk, toewijding, vertrouwen en vriendschap.”

Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen gaf aan dat de visie richting geeft aan de integratie. “Zodat wij samen door-ontwikkelen. De visie is actie- en resultaatgericht. Zo behouden we momentum. Maar bovenal versterken we voor beide landen het vermogen binnen het landdomein en verbeteren we samen ons vermogen om bij te dragen als bondgenoten”

Samen materieel aanschaffen
In de visie staan zaken die ze willen ontwikkelen. Zoals de gezamenlijke aansturing van de geïntegreerde eenheden. Ook moet er een gezamenlijke doctrine en tactische procedures komen. En de interoperabiliteit van de Duitse en Nederlandse eenheden moet verder worden verbeterd. Dit laatste is het vermogen om (praktisch) samen te werken, door bijvoorbeeld materieel op elkaar aan te laten sluiten en uit te wisselen. Daarom staat in de visie ook dat beide landmachten waar mogelijk samen nieuw materieel aanschaffen.

Eerdere integratie
Onder de projectnaam Griffin vindt een vergaande integratie plaats van de Duitse en Nederlandse landmacht. Binnen het hoofdkwartier 1 German-Netherlands Corps wordt samengewerkt. 2 Nederlandse gevechtsbrigades en het luchtverdedigingscommando zijn inmiddels geïntegreerd met Duitse verbanden. Ook wordt komend jaar mogelijk de derde gevechtsbrigade van de landmacht geïntegreerd in een Duitse divisie.

Tijdens de bijeenkomst in Dresden werd ook gesproken over de ontwikkelingen voor het landdomein en de lessen uit de oorlog in Oekraïne.

Bron: defensie.nl