Generaal Eichelsheim: “transformatie gaat hoe dan ook beginnen. Niet morgen, maar vandaag”

‘Transformatie en daadkracht’. Dat was het motto tijdens de jaarlijkse Defensie-topdag van de Commandant der Strijdkrachten en secretaris-generaal Gea van Craaikamp. Generaal Onno Eichelsheim toonde zich vastbesloten over de omvorming naar een nieuwe krijgsmacht. “Onze transformatie gaat hoe dan ook beginnen. Niet morgen, maar vandaag”, zo zei hij in de Generaal-majoor Kootkazerne in Stroe.




Transformatie en daadkracht. Ze vragen om actie. “Ten eerste gaan we in de kern terug naar schaalbare eenheden, die informatie gestuurd werken. Flexibele operators en uitvoerders”, zei Eichelsheim tot de defensietop. “Special forces die lange tijd zelfstandig kunnen opereren, met behulp van combat service support en dataspecialisten, waar zij altijd op kunnen terugvallen. Want op het slagveld kunnen onze mensen het verschil maken, omdat zij naast de menselijke kant nog een andere kant bij of in zich hebben: de kant van de data. Data die werkt vóór hen. Die hen voorsprong geeft in de strategische competitie en hen het vermogen geeft om levensbepalende keuzes te maken.”

Digitalisering kwam ook aan bod. Het vormt volgens Eichelsheim de rode draad voor de veiligheid van Nederland. “Data vormt de basis voor onze bedrijfsvoering en onze operaties. Dat vraagt om moderne en veilige communicatiemiddelen en IT, zowel in Nederland als voor ons optreden wereldwijd. Data werkt samen met en voor onze mensen. Het maakt ons sneller, slimmer en sterker.”

Eichelsheim vindt dan ook dat digitalisering en multidomein optreden met schaalbare eenheden zorgen voor een andere inrichting van onze krijgsmacht. “Want de strategische competitie moet 24/7 per dag worden bediend, op een centrale positie in de organisatie, die stuurt op inzet, bedrijfsvoering en communicatie.

Vraagtekens bij onze loyaliteit
Problemen bracht Eichelsheim ook te berde, zoals het feit dat er nog geen nieuwe regering is, geen duidelijkheid is over het Defensiebudget voor de komende jaren. “Het aantal vacatures is enorm hoog. Tegelijk is er op sommige plekken geen ruimte voor extra capaciteit, terwijl medewerkers zich een slag in de rondte werken. Dat laat zien dat er iets niet goed gaat. Onze inzetbaarheid, zowel materieel als personeel, is kritiek. Bondgenoten plaatsen vraagtekens bij onze loyaliteit. Onze situatie is moeilijk uit te leggen, zowel extern als intern. Al met al is de toestand nijpend. En dat maakt dat we onvoldoende opgewassen zijn tegen de complexe dagelijkse dreigingen, van welke aard dan ook.”

SOCOM

Eichelsheim temperde verwachtingen van hen die dachten dat er een panklaar plan zou worden voorgeschoteld. De Defensievisie biedt een koers, een richting, een commitment: “maar nog geen concrete handvatten voor de transformatie”, zei de generaal. “Ik begin met een blanco vel papier.”
In de strategische competitie waarin de wereld volgens Eichelsheim is verwikkeld, winnen tegenstanders terrein. “Als wij op onze beurt op dezelfde voet doorgaan als nu, zijn we in de toekomst irrelevant.”
Daarom moet de krijgsmacht volgens de CDS moderner, meer gedigitaliseerd en gespecialiseerd. Hij is van mening dat de krijgsmacht een antwoord moet hebben op cyberaanvallen, spionage, sabotage, terrorisme, klimaatdreigingen, conflicten en oorlogen. “Antwoorden op combinaties van die dreigingen bovendien, die vaak allemaal tegelijk op ons afkomen”, waarschuwde hij
“Dat vraagt om verandering in kennis, in middelen en in mindset. Van onze mensen, van ons en van mij inclusief. Niemand uitgezonderd. Wij staan aan de wieg… en hier ligt de verantwoordelijkheid van ons samen. Nu, en niet later.”

Van uniform losweken
Eichelsheim riep zijn commandanten daarom op te denken in effecten, in resultaten en in gezamenlijkheid bij het optreden op verschillende domeinen tegelijk. “Daarmee wil ik zeggen dat we de kleuren van ons uniform moeten losweken van ons denken. Dat we nu, vanaf dag één, samen de krijgsmacht moeten versterken, en niet één of meerdere afzonderlijke onderdelen.” Daarna vroeg de generaal zijn commandanten de gedachte naar een toekomstige krijgsmacht op papier te zetten. “Dat geeft mij de input die helpt om de plannen nog concreter te maken en onze krijgsmacht op te bouwen… van onderaf.

Waarom
Secretaris-generaal Gea van Craaikamp pleitte voor meer zichtbaarheid in de relatie tussen geld en het effect ervan. “Een nieuw schip is voor veel mensen slechts een duur voertuig. Totdat je uitlegt dat het gaat om de bescherming van ons land”, legt ze uit. “Of concreter: het onderscheppen van duizenden kilo’s drugs en daarmee het tackelen van de bijbehorende criminaliteit; het bieden van noodhulp na een orkaan; het dwarsbomen van piraterij-acties die de positie van Nederland als handelsland kunnen beschadigen.”

Van Craaikamp vindt overigens dat de mission command overeind moet blijven. “Wat er nu steeds meer bijkomt is dat de samenleving vraagt waarom we dit willen bereiken, en daar ligt een deel van onze uitdaging.”

Bron: Defensie