Duitse luchtverdedigers DGLC schieten met scherp

Duitse luchtverdedigers van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) oefenden deze week met scherp op de bescherming tegen dreigingen op korte afstand. Ze deden dat voor het eerst op grote schaal sinds het begin van de coronacrisis.

De Duitse grondgebonden luchtverdedigingseenheid Flugabwehrraketengruppe 61 valt sinds 2018 onder het commando van het Nederlandse DGLC. Vanuit hun thuisbasis in het Noord-Duitse Todendorf oefenden de Duitsers intensief met hun wapensystemen. Het Mantis- en het LeFlaSys wapensysteem zijn beide geschikt voor het bestrijden van luchtdreiging op korte- tot zeer korte afstand.

Mali
Met het 35 mm-geschut van het Mantis-systeem werd een zogenoemde live firing gedaan, oftewel met scherp geschoten. Mantis bestaat uit een vuurleidingscentrale, waarnemingsmiddelen en enkele 35-mm-geschutstukken. Met een bereik van 20 kilometer is het geschikt voor het verdedigen van legerbases en andere objecten.

Waarnemingsmiddelen van de eenheid worden momenteel gebruikt om de Duitse militairen in Mali te alarmeren als er projectielen op hun basis worden afgeschoten. Nederlandse luchtverdedigers van het DGLC werken daar op dit moment samen aan deze taak met Duitse collega’s.


Schnelle Wiesel

Flugabwehrraketengruppe 61 heeft ook het Leichtes Flugabwehrsystem (LeFlaSys). Licht gepantserde Wiesel-rupsvoertuigen uitgerust met Stinger-raketten werken samen met een mobiele radar en commandocentrale.

De Duitse luchtverdedigers verdedigden tijdens de oefening Schnelle Wiesel een vliegveld. Ze moesten hierbij rekening houden met dreigingen vanaf de grond én vanuit de lucht.