Doodzieke Chroom-6 Leusdenaar (61): ‘Defensie liet ons vierkant verrekken’

Als verfspuiter op de Tankwerkplaats van Defensie in Leusden ademde Koos (61) uit Amersfoort zonder dat hij het wist tien jaar lang giftige chroom-6-deeltjes in.
De Amersfoorter kreeg tumoren op vijf plaatsen in zijn lichaam en leeft in geleende tijd. Maar is, misschien wel daarom, strijdbaar genoeg om zijn werkgever voor de rechter te slepen. Want ze hebben hem en zijn collega’s vierkant laten verrekken, vindt Koos. De helft van de jongens van toen is er niet meer. Hij doet het ook voor hen.




,,Hier!’’ Met een demonstratieve zwaai van zijn uitgemergelde lichaam houdt Koos in zijn Amersfoortse woonkamer een brief omhoog van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Het ABP mocht in 2015 de kastanjes uit het vuur halen voor Defensie door de slachtoffers van het werken met de verfsoort Chroom-6 een coulancebedrag aan te bieden. Omdat hij op dat moment al voor de derde keer door kanker was getroffen, viel Koos in de hoogste categorie. Hij kreeg 15.000 euro uitgekeerd als tegemoetkoming in de ziektekosten. ‘Met medeleven voor de moeilijke periode die U doormaakt’, schreef het ABP.

Een fooi, vond de Amersfoorter. En nóg had hij geen excuses van zijn werkgever over de giftige troep waar hij en zijn collega’s op de spuiterij jarenlang aan werden blootgesteld. Tussen twee chemokuren door belde hij met letselschadeadvocaat en plaatsgenoot Martin de Witte. Hij moest het gevecht maar aangaan, tot het gaatje. Of dat nou zijn dood is of de schadevergoeding en de schuldbekentenis die hem toekomen.

Nu hij nog lucht heeft, vindt Koos, moet zijn verhaal en dat van zieke en overleden oud-collega’s worden gedeeld met de buitenwereld. Hij heeft zich ervoor opgepept na de zoveelste immuunkuur die de tumoren in zijn hoofd en longen eronder moeten houden.

Kaalschuren
,,In 1992 trad ik in dienst bij Defensie. Eerst als schoonmaker van materieel op de tankwerkplaats, maar ik kon al snel aan de slag als verfspuiter. Het werk in de hal met spuitcabines bestond uit het kaalschuren van legervoertuigen, zoals tanks, en ze overspuiten met verf. De verf die we in mijn beginperiode gebruikten, bleek bij inzet in woestijngebieden niet bestand tegen het zand; de laag sleet er in een paar maanden weer af. Het was verf op alkydbasis, eventueel verdund met terpentine. Omstreeks 1995 stapte Defensie over op tweecomponentenverf, bestaand uit verharder en chroom-6-verf. Die coating bleek wél bestand tegen het schurende woestijnzand.’’

,,We werkten vanaf dat moment met een papieren stofmasker op. De afzuiging van de spuitcabines deed het vaker niet dan wel. Na een tijd kregen we maskers met een koolstoffilter. Er werd niet gezegd dat de filters na 40 uur verzadigd waren en moesten worden vervangen. Dat hoorden we veel later pas. Ik werkte vaak een tot twee maanden met hetzelfde filter op. Dat hield uiteraard geen schadelijke stoffen meer tegen. Na afloop van het werk werd het masker in de spuitruimte aan een spijker in de muur gehangen. De filters bleven lucht aanzuigen en raakten nog sneller vol. Pas later zijn er luchtdichte kastjes gekomen waar we de filters in konden opbergen.’’

Afspraak
,,De afspraak was om twee uur te werken in de spuiterij en er dan een halfuur uit te blijven. Maar omdat we met weinig mensen waren, stonden we vaak uren achter elkaar te spuiten. Schilders van buiten gebruikten bij het onderhouden van de gebouwen heel andere materialen dan wij. Ze wilden vanwege de gezondheidsrisico’s bijvoorbeeld absoluut niet werken met de verdunner tolueen. Omdat Defensie nog een voorraad van 15.000 liter had staan, moesten wij die eerst opmaken. Je kon er weinig over zeggen, want er werd meteen gedreigd met ontslag. De meesten van ons hadden een gezin te onderhouden, dus dan slikte je het maar weer weg.’’

,,Op de tankwerkplaats werkten in die tijd toch zeker 450 man. Dat zijn er nu nog zo’n 150, want tanks heeft het leger niet meer. Van die 450 medewerkers is een flink deel ziek geworden, al heb ik de precieze cijfers ook niet. Ik weet van een groep van vijf mannen die gevechtskoepels moesten onderhouden. Van hen is alleen de oudste nog in leven. Hij is 56 jaar en nu ook ziek trouwens. De arbeidsinspectie is één keer langs geweest op de spuiterij, in 1998. Delen van de werkplaats werden toen afgezet met rood-wit lint. Daar mocht niemand meer komen. De ruimtes werden na driekwart jaar weer in gebruik genomen. Er was niks aangepast.’’

Het gebruik van verf met de kankerverwekkende toevoeging chroom-6 is hardnekkig binnen Defensie. Het wordt ook nu nog aangetroffen op materiaal van het leger.

Defensie dacht 30 jaar geleden met het later omstreden middel de oplossing te hebben voor de snelle slijtage van de verf-laag op voertuigen, tanks, helikopters en straaljagers. Chroom-6-verf bleek extreem goed te hechten op metaal en roestvorming tegen te gaan.

In 1998 ontstond voor het eerst twijfel over de chemische toevoeging. De vliegbasis Leeuwarden verbood het werken met chroom-6 van de ene dag op de andere, nadat gevaarlijk hoge concentraties waren gemeten. De ingreep noch de toenemende onrust onder Defensiepersoneel leidden daarna tot een verbod op chroom-6. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzocht de effecten van blootstelling vanaf 2015. De uitkomst luidde eerder dit jaar dat Defensie onvoldoende beschermende maatregelen nam en daarmee de zorgplicht schond. Na een compensatie-uitkering aan de slachtoffers tot maximaal 15.000 euro in 2016, stelde Defensie in juni 2018 een schaderegeling vast tot 40.000 euro.

Vakbond VBM diende tot dusver 50 aanvragen in namens slachtoffers of nabestaanden. Defensie kende er zes toe en wees er één af. Zeven aanvragen zijn in behandeling, de rest nog niet.

Zo ging het en niet anders, besluit Koos, dodelijk vermoeid. Had hij ‘gewoon’ kanker gekregen, dan had hij de link met zijn vroegere werk waarschijnlijk niet eens gelegd. Maar na achtereenvolgende tumoren aan de endeldarm, op zijn huid, op zijn longen (twee keer) en in zijn hoofd konden zelfs de specialisten er niet meer omheen. ,,Ze zeiden dat mijn lijf totaal is vergiftigd. We weten waar dat door komt en wie daarvoor verantwoordelijk is.’’

Hun cliënt staat honderd procent in zijn recht, stellen Martin de Witte en collega June van Oers van SAP Advocaten. De Witte: ,,Defensie wist al in 1998 hoe gevaarlijk het was om te werken met chroom-6. Op de vliegbasis in Leeuwarden werd de verf van de ene dag op de andere verboden. Níemand mocht er meer aankomen, omdat je er doodziek van kon worden. Het staat zwart-op-wit in briefwisselingen van Defensie. Het is niet te begrijpen dat het werken met chroom 6 in alle andere werkplaatsen van het leger gewoon doorging. Hoe konden de verantwoordelijken bij Defensie dat doen?’’

Ze hebben een sterkere zaak, als ziek geworden oud-collega’s van de Tankwerkplaats in Leusden of de nabestaanden van overleden werknemers zich aansluiten bij hun cliënt, zegt Van Oers. ,,Dan kunnen we meer druk zetten op Defensie. Dat is nodig, omdat vooralsnog alleen ziek geworden personeel van de vijf voormalige Navobases aanspraak kunnen maken op een vergoeding van Defensie. Zolang het onderzoek naar de andere werkplaatsen, zoals die in Leusden, niet is afgerond, moeten deze slachtoffers wachten. Niemand weet hoelang het nog duurt, terwijl de tijd letterlijk dringt. Onze cliënt weet niet hoelang hij nog te leven heeft.’’

De claim komt er, verzekert De Witte. ,,We gaan ze pakken. Over het bewijs maak ik me geen zorgen, over de duur van de zaak nog wel. Defensie kan de boel enorm vertragen. Hopelijk gebeurt dat niet en geven ze onze cliënt eindelijk waar hij recht op heeft.’
Omdat de geïnterviewde nog in dienst is bij Defensie, is op zijn verzoek een andere voornaam gebruikt en de achternaam weggelaten. De redactie beschikt over alle relevante documenten met betrekking tot zijn arbeidsverleden en ziekte.

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)