Erkenning voor maritieme mijnenruimers

Mineurs van de zogenaamde Kathy Mijnen Party hielpen na de Tweede Wereldoorlog met het zeemijnenvrij maken van de Nederlandse kust. 5 van hen kregen daarvoor vandaag in Den Helder de duikcoin en EOD-speld. 4 andere veteranen konden vanwege hun hoge leeftijd niet naar de marinestad komen. Zij krijgen de onderscheidingen thuis.

Met de uitreiking bedankt de marine alsnog de mannen voor hun inzet en toewijding bij het ruimen van duizenden Duitse zeemijnen. Daaronder de zogenaamde Kustenmine A of Kathymijn, waarnaar de eenheid is genoemd.

Zware omstandigheden
Commandant Defensie Duikgroep luitenant-kolonel der mariniers Edwin Hofma bedankte de mannen voor hun dienst. Hij herinnerde de aanwezigen eraan hoe deze jonge jongens destijds moesten werken: “Zij waren summier opgeleid, deden risicovol werk onder moeilijke omstandigheden en dat met tekorten aan mankracht, middelen en uitrustingstukken. Bovendien moesten de ruimwerkzaamheden onder grote maatschappelijke druk worden uitgevoerd.”

Onvergetelijke dag
De 85-jarige Louis Guldemond zet zich al jaren in voor de erkenning van deze vergeten groep. “Het is een onvergetelijke dag. De beleving van het mijnenruimen staat in mijn geheugen gegrift. Met deze erkenning voelt het alsof ik een last kwijtraak.” Ook Joop Mens (84) is trots op de onderscheidingen. Hij vindt het jammer dat zijn maten het niet meer kunnen meemaken. “In 2002 waren we nog met 28 man. Nu met 9”.




Onderscheidingen
De ‘duikcoin’ wordt uitgereikt aan mensen die veel hebben betekend voor de duikgemeenschap. De ‘maritieme EOD-speld’ is voor mensen die werkzaam zijn binnen de Maritieme Compagnie van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Achteraf bezien was de ‘Kathy Mijnen Party’ de voorloper van de huidige compagnie.

Opnieuw vragen over asbest in Potocari Dutchbat

Verschillende media berichten vandaag dat sommige Dutchbat-veteranen zich zorgen maken over de aanwezigheid van asbest rond de toenmalige compound in Potocari (1995). Vanwege die zorgen heeft Defensie hier destijds onderzoek naar laten doen en hieruit bleek dat het personeel geen onverantwoord risico heeft gelopen.




Defensie was al in 1994 bekend met de aanwezigheid van asbest in de batterij- en accufabriek naast de compound van Dutchbat. Om die reden was het personeel niet toegestaan dit gebouw te betreden. Op 28 mei 1996 heeft zich ter plekke een overstroming voorgedaan waardoor water en modder via het gebouw op de compound terecht kwam. Omdat het personeel vreesde dat asbest zich over de compound had verspreid heeft defensie destijds metingen verricht. Uit de genomen monsters bleek dat de asbest die op het fabrieksterrein was gevonden, niet op de compound terecht was gekomen. De conclusie van het onderzoek dat militairen geen onverantwoord risico voor de gezondheid hebben gelopen, is destijds echter niet gecommuniceerd. Iets wat wel had moeten gebeuren.

Personeel dat op compound Potocari is geweest kon zich op last van de toenmalige minister vanaf het jaar 2000 alsnog laten registreren in verband met de aanwezigheid van asbest. Dit ondanks dat er slechts een zeer geringe kans is, dat iemand aan asbest is blootgesteld. Dat geldt eveneens voor andere gevaarlijke stoffen, zoals chemisch en radioactief afval. Dutchbatters die zich toch zorgen maken, kunnen zich hiervoor nog steeds laten registeren via het veteranenloket. Bel 088 334 00 00 of e-mail naar het veteranenloket: info@veteranenloket.nl