‘Tientallen vastgelopen veteranen zwerven op straat’

Tientallen Nederlandse veteranen met psychische klachten zwerven op straat of slapen bij de daklozenopvang, aldus de Volkskrant. Het gaat om militairen die na terugkeer van hun missies kampen met ernstige psychische problemen. Volgens de krant krijgen zie van Defensie hier geen passende zorg voor.




Volgens het Leger des Heils gaat het om tientallen veteranen die een beroep doen op de opvang. Maar het vermoeden bestaat dat hun werkelijke aantal “in de honderden” loopt, zegt een lid van de directie in de Volkskrant. Volgens de krant blijkt uit gesprekken met hulpverleners, advocaten en veteranen dat veel militairen gebruik maken van de opvang uit psychische nood.
In veel gevallen gaat het om oud-militairen met het PTSS (posttraumatisch stressstoornis), die na hun terugkeer in Nederland ook tegen andere problemen zijn aangelopen en zich niet willen laten behandelen door zorgverleners.

Zorgplicht
Minister Ank Bijleveld van Defensie erkent dat Defensie een “bijzondere zorgplicht” heeft voor de veteranen en zegt zich hun lot aan te trekken. Volgens haar is het bekend dat er een kleine groep veteranen is bij wie de zorgbehandeling niet aanslaat of die zorg mijdt. Defensie kan niet beoordelen of er meer beschermd-wonenplekken moeten worden ingericht, omdat er geen zicht is op de omvang van de groep die daar behoefte aan heeft, aldus Bijleveld. Men moet ook in beeld willen zijn aldus de minister.

Veteranenloket
Defensie heeft voor veteranen met gezondheidsklachten het Veteranenloket opgezet. Daar krijgen de oud-militairen hulp bij het kiezen van de juiste zorg, bij het aanvragen van voorzieningen en uitkeringen. “Maar juist de ernstige gevallen worden daar niet bereikt”, zegt een jurist die veteranen met PTSS bijstaat, in de Volkskrant. Alleen de zelfredzame mensen wenden zich tot Defensie, anderen laten zich afschrikken door de bureaucratie of willen met rust gelaten worden, zegt hij.

Bron: NOS / Defensie (foto illustratief)

Mobilisatie-Oorlogskruis voor verzetsstrijder en matrozen

De 96-jarige verzetsstrijder J.J. van Eil ontving gisteren het Mobilisatie-Oorlogskruis. Chef Kabinet Defensiestaf kolonel Detlev Simons speldde hem het ereteken op. Matrozen Cornelis en Gerrit den Hoedt kregen de onderscheiding postuum. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, tevens Inspecteur der Veteranen luitenant-generaal Hans van Griensven overhandigde de versierselen aan nabestaanden van de broers.




Wanneer in West-Brabant de avond viel, gingen Van Eil en zijn medeverzetsstrijders van de Ordedienst op zoek naar Duitse soldaten. Die leverden zij aan de andere kant van de Maas uit aan de Engelse strijdkrachten. Dat deed de Ordedienst steeds vaker, omdat de geallieerden grote vooruitgang boekten in West-Brabant. De Ordedienst verborg ook de bemanning van een neergestort Engels vliegtuig en bracht ze achter de eigen linies.

Zeer trots
Nadat Van Eil vanuit zijn onderduikadres had deelgenomen aan de verzetsgroep, diende hij van 1946 tot 1947 bij de Mijn- en Munitieopruimingsdienst. In die periode ruimde de dienst 27.930 mijnen.

Voor geen van deze zaken kreeg Van Eil ooit erkenning. Hij zou ook nooit zelf erin vragen, maar zei zeer trots te zijn op het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Matrozen
De broers Cornelis en Gerrit den Hoedt werkten in de oorlog als matroos bij de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Cornelis kwam 18 september 1944 om. Een Engelse onderzeeboot torpedeerde het schip waarmee hij als krijgsgevangene werd vervoerd. Broer Gerrit overleefde de ramp, maar overleed later door ontberingen bij de aanleg van de Sumatra-spoorweg. Hij is begraven op het ereveld Leuwigajah te Cimahi op Java. Familieleden van de broers namen het Mobilisatie-Oorlogskruis in ontvangst.

Koopvaardij
In de beide matrozen eerde luitenant-generaal Van Griensven al het koopvaardijpersoneel. Weinigen weten dat de koopvaardijschepen en alle opvarenden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de overheid waren gevorderd. De schepen werden wereldwijd ingezet voor materieel- en troepentransport van de geallieerden. Zij kregen hiervoor de veteranenstatus en leverden een grote bijdrage aan de uiteindelijke overwinning. Maar zij leden ook zwaar. In dienst van Nederland kwamen 3.400 Nederlandse opvarenden om bij het uitvoeren van hun belangrijke en gevaarlijke taak.

Bron: Defensie