Geëxecuteerde KNIL-militairen krijgen postuum Mobilisatie Oorlogskruis

7 geëxecuteerde KNIL-militairen ontvingen vanmiddag op het militair ereveld in Loenen bij het Tarakanmonument postuum het Mobilisatie Oorlogskruis. Inspecteur der Veteranen luitenant-generaal Hans van Griensven overhandigde het eremetaal aan de nabestaanden.




Het gaat om korporaal Harm Ebbinge, 1e luitenant Johan Willem Storm van Leeuwen, sergeant-majoor Albert Jozeph Franciscus Schreuder, onderluitenant Karel Maurits Smit, soldaat David Petrus Maes, sergeant Jacobus Willem Hendrik Johannes Jacques Carolus Maigret en sergeant Willem Berghout.

De gedecoreerden behoorden tot de 215 militairen van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger die op 19 januari 1942 voor de kust van het eiland Tarakan zijn geëxecuteerd. De militairen bevolkten de kustbatterijen Peningki en Karoengan en wisten niet dat hun eenheid zich had overgeven. Zij vochten daarom door en boorden 2 Japanse mijnenvegers de grond in. Uit wraak executeerde de Japanse marine de militairen op de plek waar de mijnenvegers tot zinken waren gebracht.

Gewild aanvalsdoel
Het eiland Tarakan, voor de kust van Kalimantan, is ongeveer twee keer zo groot als Texel en vormde een gewild aanvalsdoel voor de Japanse troepen. Op het eiland werden jaarlijks ruim 6 miljoen vaten olie geproduceerd. Dat was 16% van de totale Japanse jaarbehoefte. Bovendien had het eiland een haven en een vliegveld. De eerste Japanse luchtaanvallen vonden vanaf 25 december 1941 plaats. Ze namen begin januari 1942 in hevigheid toe en vormden de voorbode van de Japanse invasie. Die begon op 10 januari. Garnizoenscommandant De Waal gaf opdracht om de olie-installaties te vernietigen en de olievoorraad, in totaal 100.000 ton, in brand te steken. Op 12 januari 1942 besluit luitenant-kolonel De Waal de wapens neer te leggen, maar de bemanningen van de kustbatterijen Peningki en Karoengan waren daar niet van op de hoogte.

“Het verhaal is u waarschijnlijk wel bekend”, aldus Van Griensven. “Maar ik vind het belangrijk om het te vertellen. Deze geschiedenis – en in het algemeen onze militaire historie – wordt nooit ‘voltooid verleden tijd’. De inzet van deze dappere mannen inspireert ons. De gruwelijke manier waarop zij zijn omgekomen, laat ons iedere keer weer beseffen wat oorlog echt inhoudt. Dat we moeten blijven vechten voor vrede en vrijheid. Die geschiedenis krijgt vandaag ook een gezicht.” Hij zei dat de nabestaanden trots moeten zijn op datgene waar zij voor stonden, voor vochten. “Zij hebben zich ingezet voor ons Koninkrijk en gaven daarvoor het hoogste offer.”

Bron: Defensie / Defensie door Roger Fotografie(foto illustratief herdenking 2017)

Marineveteraan Eduard Jacob en oorlogsspion Bram Grisnigt overleden

Marineveteraan sergeant-majoor b.d Eduard Jacob is eergisteren op 94-jarige leeftijd overleden als gevolg van een longontsteking. De voormalige vliegtuigmaker bij de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) stierf in een verpleeghuis in Julianadorp.




Jacob ging in 1941 bij de zeedienst in Nederlands-Indië. Toen daar in 1942 de oorlog uitbrak, vluchtte hij per schip met zijn marine-eenheid en belandde via Zuid-Afrika in Engeland. Daar werd hij bijgeschoold en ging aan de slag bij 320-Squadron Royal Dutch Naval Air Service.
Bijna 2,5 jaar geleden was Jacob nog bij een reünie in het Engelse Dunsfold. Vanaf die locatie opereerde in 1944 zijn oude 320-Squadron. Dat was in augustus 1940 in Engeland opgericht met geëvacueerd personeel en materieel van de MLD. De eenheid stond onder bevel van een Nederlandse commandant, maar werd ingedeeld bij het Coastal Command van de Royal Air Force.
Jacob sleutelde in de Tweede Wereldoorlog vooral aan de B-25 Mitchell bommenwerper. Daarna diende de veteraan van november 1945 tot maart 1949 nog in Nederlands-Indië en in Nieuw Guinea in 1960 en 1961.
Nadat Jacob weduwnaar was geworden, verhuisde hij naar het Militair Tehuis Bronbeek. Daar woonde hij bijna 10 jaar.

Nederland verliest laatste oorlogsspion
Met het overlijden van sergeant b.d. Bram Grisnigt, afgelopen vrijdag in Bergen op Zoom, verloor Nederland ook zijn laatste oorlogsspion. Grisnigt zou deze maand 96 jaar zijn geworden.
De Rotterdammer was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland opgeleid tot geheim agent. De verzetsstrijder werd met zijn maat Peter Hoekman in september 1943 boven Nederland gedropt om informatie over de Duitse bezetter door te spelen naar Londen. Door het inlichtingenwerk werd Grisnigt ook wel de Nederlandse James Bond genoemd.
In Duitse handen
Hoekman werd ongeveer 6 weken na de paradropping door de Duitsers doodgeschoten. Grisnigt viel 5 maanden later ook in Duitse handen. Daarna belandde hij in verschillende concentratiekampen. In april 1945 werd hij in Ravensbrück bevrijd.
Op hoge leeftijd vertelde de voormalig oorlogsspion zijn oorlogsverhaal nog op een basisschool. Ook riep hij in ‘De Wereld Draait Door’ op de in de Tweede Wereldoorlog gevallen militairen te blijven eren.

Lees ook zijn verhaal van afgelopen oktober in de Defensiekrant.

Bron: Defensie