Bauer over cyber commando: militaire capaciteit die aan belang wint

Het Defensie Cyber Commando (DCC) valt vanaf vandaag direct onder de Commandant der Strijdkrachten. Daarnaast is de leiding nu in handen van commodore Elanor Boekholt-O’Sullivan.

Luitenant-admiraal Rob Bauer noemde het DCC in defensief en in offensief opzicht, een militaire capaciteit die aan belang wint. “Een strategische effectbrenger, die onmiddellijk moet kunnen worden ingezet. Daarom is ook besloten deze capaciteit rechtstreeks bij de Commandant der Strijdkrachten onder te brengen. Dat doet recht aan de impact en het is logisch als het gaat om de noodzakelijke besluitvorming als het erop aankomt. Onderdeel van het militair besluitvormingsniveau in Den Haag. En dichtbij de politiek.”

Brigadegeneraal Hans Folmer droeg het commando over. Het is de eerste keer dat er een nieuwe commandant aantreedt bij het DCC sinds de oprichting 7 jaar geleden. Folmer omschreef de afgelopen jaren als ‘bedenken, ontwerpen, schetsen, proberen, oefenen, trainen, fouten maken, leren en nog meer leren tot wat er nu staat.’ “Nu constateer ik dat het een wereldreis is geweest, een rollercoaster van successen, teleurstellingen, kansen en tegenslagen maar vooral een fantastische tijd.”




Het DCC doet veel
Volgens hem staat DCC pas aan het begin van een lange ontwikkeling in een snel veranderende wereld. “Het DCC neemt deel aan alle grote oefeningen van de krijgsmacht, aan alle cyberoefeningen van de NAVO en het Cooperative Cyber Defence Center of Excellence (CCDCOE). Het DCC is ingezet in de eFP in Litouwen, ondersteunt andere overheden, zorgt voor cyberkennis binnen de gehele Defensieorganisatie en daarbuiten. Het DCC heeft verbindingsofficieren bij de US Army en het Duitse krijgsmachtdeel Cyber en Informatie, werkt samen met het CCDCOE, met het Nationaal Cyber Security Centrum en vele andere partners”, somde hij op.

Folmer ontving voor zijn werk uit handen van minister Ank Bijleveld-Schouten het Ereteken voor Verdienste in Zilver.

“Het Defensie Cyber Commando heeft in korte tijd indrukwekkend veel bereikt”, zei Bauer lovend. “Generaal Hans Folmer heeft daarin echt gepionierd. Een nieuw domein, terwijl iedereen moest bezuinigen. Hij kon bouwen aan nieuwe organisatie en daar werd ook geld voor vrijgemaakt. Maar zo konden we wel snel een eerste initiële capaciteit beschikbaar maken.”

Doorontwikkelen
Bauer stelde dat de afhankelijkheid van de digitale wereld toeneemt. “Die afhankelijkheid maakt ons ook enorm kwetsbaar. Eigenlijk dus geen tijd te verliezen. Folmer heeft in korte tijd het DCC uit de grond gestampt dat er nu staat, maar daarmee zijn we er nog lang niet. De initiële capaciteit moet worden doorontwikkeld tot een volwaardig onderdeel binnen de krijgsmacht. Een onderdeel dat mee oefent, mee traint en onlosmakelijk verbonden is met onze inzet.”

Het DCC levert geïntegreerde militaire operationele en offensieve cybercapaciteit voor de inzet van de krijgsmacht. Het coördineert en stemt cyberactiviteiten en -capaciteiten af binnen Defensie en met haar partners. Het DCC verwerft, verspreidt en borgt cyberexpertise.

Bron: Defensie

Defensie wil toch op het Marineterrein blijven

Al jarenlang is defensie bezig te vertrekken van het Marineterrein, maar nu ze eindelijk weg zouden zijn, heeft de krijgsmacht zich bedacht: defensie wil ‘om strategische redenen’ op het complex blijven.
Het ministerie voert nu gesprekken met de gemeente met de inzet om in ieder geval de helft van het terrein te behouden.

Dat de krijgsmacht nu terugkomt van een eerder genomen besluit, betekent een streep door de rekening van de gemeente. De stad heeft op het terrein onder meer innoverende bedrijven en openbaar recreatiegebied gepland. Ook moeten er woningen komen.
Het besluit om het Marineterrein te verlaten en te verkopen werd genomen in 2011, toen Defensie geconfronteerd werd met een bezuinigingsopdracht van 1 miljard euro.




Dreiging
In 2013 sloten Defensie en de gemeente een overeenkomst: de Koninklijke Marine zou het terrein stap voor stap verlaten en het terrein zou een openbare functie voor de stad krijgen.
Volgens bronnen binnen het ministerie is de wereld sindsdien veranderd. “In 2013 liepen er nog geen militairen in de straten van Brussel en Parijs,” stelt een ingewijde.

In het geval van een terroristische dreiging voor de stad Amsterdam ziet de krijgsmacht in het Marineterrein een ideale legeringsplaats voor militairen. Bovendien krijgt de krijgsmacht er sinds dit jaar weer geld bij.
De gemeente wil niet inhoudelijk reageren, maar bevestigt ‘in gesprek te zijn met Defensie’.

In gesprek
Op 1 juli zou de Koninklijke Marine het terrein verlaten, maar dat is niet gebeurd. Een woordvoerder zegt dat het vertrek van defensie op die datum ‘meerdere malen’ is besproken. “Het staat zwart op wit: ze zouden vertrekken.”
Volgens de gemeente kwam de Marine ‘kortgeleden’ ineens met de wens ‘een groot deel van het terrein’ te willen behouden. “Wethouder Udo Kock zal op heel korte termijn in overleg treden met minister Ank Bijleveld.”

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie wil alleen kwijt dat Defensie momenteel in gesprek is met de gemeente. “Dat heeft te maken met strategische heroverwegingen.”
Bij Defensie is ook het besef ingedaald dat eenmaal weggegeven grond in hartje Amsterdam nooit meer is terug te krijgen. Het Marineterrein is bovendien ideaal omdat het goed bereikbaar is per auto, er helikopters kunnen landen en boten kunnen aanmeren.

Fietsroutes
Al in de Defensienota, die minister Bijleveld en staatssecretaris Barbara Visser eind maart presenteerden, werd gesteld dat een aantal defensielocaties die zouden sluiten, tóch open zouden blijven. Het ging toen om vijf kazernes en een munitiecomplet, maar de bewindsvrouwen stelden ‘nog andere locaties te onderzoeken’.
Het Marineterrein wordt de laatste jaren langzaam maar zeker ontwikkeld. Defensie is al weg van een deel van het gebied en ook lopen er fietsroutes over het terrein.

Aan de achterkant is een brug gebouwd naar de Dijksgracht. Op de 12,7 hectare rijksgrond waren de afgelopen 360 jaar verschillende onderdelen van defensie gevestigd. Alleen een wervingsafdeling van het ministerie zou op het terrein terugkeren.

Bron: Parool / Defensie