Defensie heeft weer minder personeel, maar terugloop neemt wel af

In 2017 vertrokken ruim 4,5 duizend personeelsleden bij Defensie. Met een instroom van ruim 4,2 duizend personen in hetzelfde jaar kent Defensie een teruglopend personeelsbestand. Wel is de afname in 2017 kleiner dan in de twee jaren daarvoor. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS naar defensiepersoneel, bekostigd door het ministerie van Defensie.

In het onderzoek zijn de personeelsstromen bij Defensie tussen 2015 en 2017 onder de loep genomen. Hierbij is gekeken naar de werksituatie van instromers in het jaar voordat zij instroomden, en bij uitstromers naar de werksituatie aan het eind van het jaar waarin zij uitstroomden. Cijfers over 2018 zijn nog niet beschikbaar.

De netto-uitstroom was in 2015 met ruim 1,5 duizend personen het grootst. In 2017 was het verschil tussen de in- en uitstoom afgenomen tot ruim 300 personen.

In 2017 telde Defensie bijna 54 duizend personeelsleden. Twee derde van hen is militair. Burgers maken 27 procent uit van het personeelsbestand; zij werken bijvoorbeeld op het ministerie als beleidsmedewerker. De overige 8 procent is reservist, en wordt vooral ingezet als er extra personeel nodig is.

Grootste groep instromend burgerpersoneel bestaat uit oud-militairen
Instroom van burgerpersoneel kwam in bijna 4 op de 10 gevallen vanuit Defensie zelf; dit waren voornamelijk militairen die een burgerfunctie gingen vervullen. Daarnaast stroomde een deel van het burgerpersoneel in vanuit een opleiding.




Het grootste deel van de militairen (54 procent) die in 2017 instroomden bij Defensie, kwam vanuit een opleiding. Een op de drie militairen maakte de overstap vanuit een baan in de marktsector. Driekwart van deze laatste groep kwam vanuit de sector handel, vervoer en horeca of uit de zakelijke dienstverlening.

Meer dan helft vertrekkende militairen naar marktsector
Van de militairen die Defensie in 2017 hebben verlaten, is 51 procent terecht gekomen in de marktsector. Rekening houdend met de grootte van de sectoren kwamen militairen relatief vaak in de bouwnijverheid en de zakelijke dienstverlening terecht. Voor het burgerpersoneel was het pensioen de grootste uitstroompost.

Bijna 10 procent van zowel militairen als het burgerpersoneel kwam bij een andere tak van de overheid terecht na vertrek bij Defensie. Burgerpersoneel komt het vaakst terecht bij de rijksoverheid. De meeste militairen die uitstroomden naar de overheid gingen bij de politie werken. Van de totale groep uitstromende militairen kwam iets minder dan 4 procent terecht bij de politie.

Aandeel vrouwen onder instromers relatief groot
Het aandeel vrouwen dat in 2017 instroomde bij Defensie was met bijna 20 procent groter dan het aandeel vrouwen onder het zittende personeel (14 procent). Daarnaast was onder instromers het aandeel dat jonger is dan 35 jaar dubbel zo groot als onder het zittend personeel. Ook uitstromend personeel was relatief jong vergeleken met het zittend personeel.

De verdeling naar migratieachtergrond was voor zittend, instromend en uitstromend personeel ongeveer gelijk. Ruim 85 procent had een Nederlandse achtergrond. Om voor Defensie te kunnen werken moet iemand in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit.




Bron: www.CBS.nl

Minister maakt militair modestatement op Prinsjesdag

Een stijlvolle jurk gemaakt van een patchwork van stukjes uniform van de 4 krijgsmachtdelen. Prinsjesdag is bij uitstek de gelegenheid om in een bijzondere creatie voor de dag te komen. En dat is precies wat minister Ank Bijleveld-Bijleveld vandaag doet met haar modestatement.

Bijleveld: “Dit jaar vieren we 75 jaar bevrijding. We staan stil bij de bevrijders van toen, maar ook bij de militairen die sindsdien voor onze vrede en veiligheid helpen zorgen. De outfit is een eerbetoon aan hen. Het is ook een statement om te laten zien hoe Defensie zich inzet voor hergebruik van oud-defensietextiel en duurzaamheid in het algemeen.”

Maar de creatie bevat meer symboliek. Zo is het hoedje een ode aan 75 jaar vrouwen bij de krijgsmacht. In 1944 traden namelijk de eerste vrouwen toe tot de krijgsmacht.

Zowel de jurk, als het hoedje en de handtas zijn gemaakt van verschillende kledingstukken en afgeschreven stoffen. Die is bijvoorbeeld van Defensiekleding die vanwege slijtage retour is genomen. Ook zijn er knipresten gebruikt van maatkleding van de kleermakerij van het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting-bedrijf (KPU) van Defensie.

Het hoedje is gemaakt door Hassing, de leverancier van alle militaire hoofddeksels. Daisy van Groningen ontwierp en maakte de outfit. Zij werkt als materiedeskundige bij het KPU-bedrijf. Haar taak bestaat onder meer uit het ontwerpen van kleding, die in een later stadium weer gemakkelijk te recyclen of hergebruiken is.

Verkleinen afvalberg
Daisy: “Het was een uitdaging en een eer om deze outfit te ontwerpen. Tegelijkertijd is het een mooie manier om te laten zien dat we met oude uniformen nieuwe producten kunnen maken. Het hergebruiken van Defensietextiel past goed in wat wij binnen Defensie willen bereiken: het verkleinen van de textielafvalberg.”

Bij het ontwerp hield ze rekening met de stijl en kleuren die passen bij de minister. De hoofdkleur is het donkergroen van het dagelijks tenue van de landmacht. De achterkant van de jurk is meer uitgesproken vanwege de kleurvlakken die verwijzen naar de andere krijgsmachtsdelen.




Hergebruik
Oude Defensie-uniformen worden ingezameld en door zo’n 80 mensen met een arbeidsbeperking beoordeeld op slijtsporen. Is daar geen sprake van dan wordt de kleding hergebruikt. Is het te beschadigd dan worden alle herkenningstekens verwijderd en wordt de kleding verknipt. Dat wordt als grondstof verkocht aan de markt. Defensie zamelt jaarlijks 6.000 pallets (zo’n 300 kilo per pallet) met textiel in. Hiervan wordt circa 35% hergebruikt en circa 60% wordt als grondstof of artikel verkocht. Circa 5% wordt nog maar vernietigd. Denk hierbij aan emblemen, naamlinten en ritsen.