Terugbetaling militairen VUT-equivalente premie en WUL-compensatie

Militairen betaalden van 1995 tot 2015 een VUT-equivalente premie. Defensie en de bonden hebben in 2015 besloten de VUT-equivalente premie te stoppen. Gebleken is dat deze inhouding al in 2014 had moeten worden gestopt, omdat toen de betaling van VUT-premie door burgers werd afgeschaft.

Dit wordt nu rechtgetrokken. Dat betekent dat militairen die in 2014 in dienst waren hun ingehouden VUT-equivalente premie terugkrijgen.

WUL-compensatie
Het deels wegvallen van de wet uniformering loonbegrip (WUL-)compensatie (als gevolg van het stoppen van de VUT-equivalente premie) wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014 structureel hersteld.

In mei heeft Defensie hier uitvoering aan gegeven. Begin juni ontvangen (oud-)militairen die het betreft hierover schriftelijk bericht.




Verhuizing mariniers naar Vlissingen pakt miljoenen euro’s duurder uit

De verhuizing van de mariniers van Doorn naar Vlissingen pakt miljoenen euro’s duurder uit. Defensie betaalt ruim 8 miljoen euro aan de drie bouwconsortia die nog altijd in de race zijn voor de nieuwe marinekazerne in Vlissingen. Het lange wachten en de onzekerheid zijn aanleiding om de oorspronkelijke tendervergoeding van 1 miljoen euro op te hogen naar 2,75 miljoen euro per consortium. Dat schrijft staatssecretaris Barbara Visser van Defensie in een brief aan de Tweede Kamer.

Zij vindt een extra tegemoetkoming van 1,754.500 miljoen euro voor de kazerne op zijn plaats “vanwege het verstoren en opschorten van de dialoog, de lange doorlooptijd en onvoorziene kosten.”

De drie consortia zijn SPV Bestevaer (Denys, Willemen, BBGI), MAKZ (Macquarie) en SPV Consortium (Besix en Epico). Alle drie de consortia dingen nog altijd mee naar de opdracht met een waarde van meer dan 100 miljoen euro, zo bevestigt een woordvoerder van Defensie.




Nog altijd is het de bedoeling dat de 1800 mariniers verhuizen van Doorn naar Vlissingen. Het is dus ook de bedoeling om de opdracht te gunnen, bevestigt de woordvoerder van het ministerie. Ook al schuift de oorspronkelijke gunningsdatum van juli 2019 naar achteren. En daarmee ook de opleveringsdatum van begin 2022.

Bij de mariniers zijn inmiddels grote twijfels over de verhuizing. Het blijkt echter lastig die beslissing terug te draaien.