‘Dutchbatters laten megaclaim tegen de staat vallen’

Een miljoenenclaim van Dutchbat III-veteranen aan het adres van Defensie is van de baan. De oud-strijders trekken hun eis om schadevergoeding in, omdat ze er voldoende vertrouwen in hebben dat het ministerie zich zal inzetten voor eerherstel en goede nazorg, bevestigt hun advocaat Michael Ruperti berichtgeving van De Telegraaf.

Volgens Defensie zijn de veteranen nauw betrokken bij het onderzoek. ,,Een onderzoek dat duidelijk moet maken wat Defensie nog meer kan doen aan erkenning en zorg voor deze groep veteranen. Defensie hoopt dat dit hen helpt bij het verwerken van wat hen destijds is overkomen”, aldus een woordvoerder vanochtend. De oplossingen waarmee de onderzoekers moeten komen, moeten volgens de minister ,,recht doen aan de behoeften van veteranen”, aldus minister van Defensie Ank Bijleveld in de Veteranennota 2017-2018, die vorige week openbaar werd.




Massaclaim
In totaal schaarden 230 ex-Dutchbatters zich achter het initiatief om via een massaclaim rehabilitatie af te dwingen. Ze eisten 1000 euro voor elk jaar dat is verstreken sinds de val van Srebrenica in 1995. In totaal zou het dan om dik 8 miljoen euro gaan.

De veteranen zien nu toch af van die claim omdat ze vinden dat minister Bijleveld (Defensie) een goede stap in de richting van eerherstel heeft gezet. De uitkomsten hiervan moeten de basis vormen voor een goede oplossing voor de veteranen van wie de missie traumatisch verliep.

Doordringen
Volgens advocaat Michael Ruperti, die sinds 2016 met Defensie in overleg was over het dossier, was het de Dutchbatters nooit om geld te doen. ,,Dat was vooral een drukmiddel om Defensie ervan te doordringen dat er echt nog wat moet gebeuren om deze groep recht te doen”, aldus Ruperti in De Telegraaf.

Het Nederlandse bataljon Dutchbat III opereerde in 1995 in VN-verband in Srebrenica toen de enclave werd ingenomen door de Bosnische Serven. Die vermoordden uiteindelijk bijna 8400 moslimmannen en -jongens.

Bron: AD / Defensie

Minister bedankt Bikkels voor tomeloze inzet na orkanen Irma en Maria

“Wat een teamwork. Wat een inzet. En wat een bikkels.” Zo omschreef minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten de honderden hulpverleners die op Sint Maarten en de andere Bovenwindse Eilanden werkten na orkanen Irma en Maria. Vanmorgen reikte ze de Herinneringsmedaille voor Humanitaire Hulpverlening bij Rampen uit.

“Je zet de knop om. Je staat om 6 uur ‘s ochtends op, eet wat en dan volle bak aan de slag. Tot 7 – 8 uur ’s avonds – tot het donker wordt. En dat elke dag weer”, citeerde ze een van de hulpverleners. Enige honderden militairen, politieagenten en andere hulpverleners ontvingen in Nijkerk de in metaal gevatte dank voor hun inzet.




Doorgaan waar anderen stoppen
“Wat ik zelf zo bijzonder en indrukwekkend vind aan uw werk, is dat voor uw inzet eigenlijk geen vast plan bestaat. Er staat nergens beschreven wat je moet doen bij natuurgeweld. Wat je moet doen bij chaos, als niets het meer doet en burgers radeloos zijn.” Bijleveld somde tal van voorbeelden op van de inzet van hulpverleners. “Trots, is voor mij eigenlijk het woord dat hier het beste past. Als mens. Als Nederlander. En ook als minister van Defensie”, vatte ze het samen.

Ze zei dat de hulpverleners de eilandbewoners weer wat hoop hebben gegeven om zelf verder te gaan. “Om zelf de handen uit de mouwen te steken. Of, zoals een inwoner van Sint Maarten zo mooi tegen een van u zei: “We are down, but we are not out”. Bijleveld prees de mentaliteit van de hulpverleners. “Je gaat door waar anderen stoppen. Voor de samenleving. Voor mensen in nood.” De minister bedankte ook het thuisfront. “Zonder uw steun, zonder uw doorzettingsvermogen, geen missies en geen inzet. Dat weten we allemaal!”

Hulpverlening
Orkaan Irma groeide in september 2017 uit tot een storm in de zwaarste categorie en liet een spoor van vernieling achter op onder meer Sint Maarten. Een kleine 2 weken later raakte eilandstaat Dominica ook zwaar beschadigd toen orkaan Maria erover raasde. Militairen van de marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee herstelden samen met lokale autoriteiten verbindingen en wegen, hielpen bij het evacueren van gewonden en werden ingezet om plunderingen te voorkomen en de openbare orde en veiligheid te handhaven. Varend en vliegend Defensiematerieel leverde tonnen hulpgoederen af.

De noodhulp duurde uiteindelijk van 5 september tot 28 november 2017. Op het hoogtepunt waren meer dan 600 militairen op Sint-Maarten, terwijl nog eens 400 man hen ondersteunden vanaf schepen en de Benedenwindse eilanden.

Bron: Defensie