Defensie en UWV mikken op inzet reservisten

“UWV en Defensie zetten zich ieder op hun eigen manier in om Nederland een land te maken waarin mensen graag wonen” Dit zei Jose Lazeroms, lid raad van bestuur UWV, op het hoofdkantoor te Amsterdam. Zij ontving gisteren van staatssecretaris Barbara Visser het 1e exemplaar van de Handreiking reservisten bij UWV.

Het boekje geeft reservisten en hun civiele leidinggevenden inzicht in de rechten en plichten van reservisten. Zo zijn er duidelijke afspraken te maken over hun inzet. Dit moet de inzet vergemakkelijken van UWV-werknemers als reservist. Beide organisaties spraken bovendien af om de onderlinge samenwerking te intensiveren.




Verankerd in de maatschappij
Staatssecretaris Visser benadrukte dat vrede en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Om altijd en overal over voldoende en gekwalificeerd personeel te beschikken, streeft Defensie naar samenwerking met externe partners. Dit én het delen van capaciteiten heeft de voorkeur boven concurreren om schaars personeel, aldus de staatssecretaris. Visser: “De intentie van het reservist-zijn is samenwerking en met hun inzet verankert Defensie zich bovendien in de maatschappij.”

Defensie heeft de ambitie om het aantal en de inzet van reservisten te verhogen. Door meer gebruik te maken van reservisten neemt het aanpassingsvermogen en de flexibiliteit van de krijgsmacht toe. Zo kan Defensie effectiever inspelen op een steeds sneller veranderende omgeving. UWV steunt deze ambitie en geeft medewerkers die reservist zijn (of dat willen worden) hiervoor de ruimte.

Opmaat delen capaciteit
Eerder werden al handreikingen opgesteld voor reservisten bij het Rijk, de waterschappen, de provincies en gemeenten. Defensie werkt op dit moment aan een handreiking voor het bedrijfsleven. De handreikingen vormen daarnaast een 1e stap naar het delen van capaciteiten met civiele partijen.

Bron: Defensie

Onderzoek Veteranenombudsman leidt tot aanpassing reservistenbeleid Defensie

Nationale ombudsman, tevens Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen, onderzocht een zaak van een getraumatiseerde reservist, wiens klachten niet naar behoren zijn opgepakt door Defensie. Dit en de slechte begeleiding van de veteraan had als gevolg dat de veiligheid van deze reservist, maar ook die van anderen in het geding zijn gekomen. De Veteranenombudsman heeft herhaaldelijk bij Defensie aangedrongen op behandeling van deze zaak. Dit heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd.




Defensie zendt de reservist in 2011 op een tijdelijk beroepscontract als timmerman en beveiliger uit naar Afghanistan. Getraumatiseerd door veelvuldige (dreiging van) raketaanvallen en zelfmoordaanslagen en door een aantal pest-incidenten door een beroepscollega, keert hij terug naar Nederland. Daar gaat het bergafwaarts: herbelevingen, slecht slapen, destructieve gedachten en steeds meer moeite om normaal te functioneren. De integriteitsorganisatie van Defensie besluit geen onderzoek te doen naar zijn melding van pesterijen. Daarnaast worden zijn klachten niet in behandeling genomen. Hierop doet de reservist melding bij de Veteranenombudsman. Ondanks het doorzenden van de klacht aan Defensie op grond van het vereiste van kenbaarheid wordt de klacht niet behandeld. Meerdere malen rappelleren door medewerkers van de Veteranenombudsman, leveren alleen feitelijke, summiere antwoorden op. De Klachtenregeling Defensie 2016 wordt niet gevolgd, waardoor een onderzoek en oordeel over de klachten van de reservist uitblijven.

De Veteranenombudsman vindt dat er onvoldoende zicht is geweest op het daadwerkelijke functioneren van de reservist na terugkomst in Nederland, ondanks eerdere berichtgeving over hem vanuit het uitzendgebied. Met als gevolg dat er nauwelijks sprake is geweest van gerichte begeleiding in de eerste jaren na repatriëring. De reservist wist niet welke weg hij kon bewandelen of waar hij met vragen terecht kon. De Veteranenombudsman vindt het zorgwekkend dat signalen van de reservist lange tijd niet gezien of herkend zijn door het kader van de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) en de betrokken medische diensten. Defensie geeft hiervoor geen eenduidige verklaring. Feit is wel dat de reservist nog langere tijd deelnam aan bewapende schietoefeningen. Gelet op zijn psychische staat in de periode na de uitzending had deze situatie op zijn minst voorkomen moeten worden, niet alleen voor de veiligheid van verzoeker maar ook voor de veiligheid van anderen.

De Veteranenombudsman oordeelt dat de minister van Defensie heeft gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid gelet op de bijzondere zorgplicht van Defensie naar veteranen. Dit oordeel heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de GLR nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd. Zo is een selectieprocedure ingesteld voorafgaande aan een uitzending. In deze procedure worden reservisten na hun individuele aanmelding voor een uitzending beoordeeld op hun inzetbaarheid. Ook wordt nu voorafgaand aan elke uitzending een Sociaal Medisch Team (SMT) bijeengeroepen. Om de reservisten die aangewezen zijn voor de missie te bespreken en mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen.

Bron: Nationale Ombudsman (foto illustratief)