Minister Bijleveld op bezoek bij NatRes in Enschede

Ze moest met haar dienstwagen langs een versperring, bemand door militairen met een Colt-C7, het standaardwapen van de krijgsmacht. Het Korps Nationale Reserve (Natres) maakte gistermiddag geen half werk van het bezoek van bewindsvrouw Ank Bijleveld aan de kazerne in Enschede.




Drie pelotons reservisten vormen de enige gevechtseenheid van Defensie die nog aanwezig is in Twente, sinds de sluiting van de militaire vliegbasis, in 2007. Met het in Eibergen gelegerde peloton reservisten samen vormen ze de Foxtrot Compagnie van het tiende Natresbataljon. Gistermiddag kwam minister van Defensie Ank Bijleveld uit Goor op bezoek om kennis te maken en te luisteren naar wat er zoal leeft bij de reservisten.

Directe aanleiding was een serie artikelen in deze krant over Natres in Twente, stelde Bijleveld. Reden voor die media-aandacht was het nieuws over een tekort aan reservisten. „De bezetting was een jaar geleden 52 procent van wat wenselijk is en nu zitten we met 152 man op 83 procent”, zegt compagniescommandant kapitein Ard Bregman.

32 nieuwe reservisten
Volgens de Rijssenaar zijn er het laatste jaar 32 nieuwe manschappen ingestroomd. De meeste nieuwe rekruten hebben een ‘burgerbaan’, zoals dat wordt genoemd, of studeren nog. Minstens twee avonden in de maand en een zaterdag oefenen de reservisten in militaire taken. Vandaar de bijnaam ‘weekendsoldaat’. Wat sterk is verbeterd, is de duur van de selectie. „Die kon vroeger oplopen tot anderhalf jaar en duurt nu circa drie maanden. Is maar goed ook, want bij een lange selectieprocedure haakt het merendeel af.” Ank Bijleveld beweegt zich lenig tussen de manschappen. De bewindsvrouw is oprecht geïnteresseerd, stelt vragen waaruit kennis van de materie blijkt en heeft zich in het ruime jaar dat ze nu de baas is van Defensie het militaire jargon, dat bol staat van de afkortingen, eigen gemaakt.

Kamperen
Slechts één keer fronsen de reservisten in de kazerne de wenkbrauwen. Dat is als Bijleveld op het aanbod om met de Natres op bivak te gaan luchtig antwoordt: „Prima, ik houd wel van kamperen.” Even misprijzend gemompel. Als de excellentie denkt dat een bivak gelijk staat aan kamperen… Het is een slip of the tongue, want Bijleveld weet wel wat er speelt. Vooral als ter sprake komt dat sommige reservisten wel de overstap naar een vaste baan bij Defensie willen maken, vraagt ze door. Probleem daarbij is dat reservisten bij een switch niet hun huidige rang kunnen houden, maar onderaan in de pikorde moeten beginnen. Bovendien is Defensie zo georganiseerd dat ‘elke stap moet worden gemaakt’. Een korporaal kan niet worden gepromoveerd tot kapitein, want daar zitten nog een paar rangen tussen. „Onze organisatie moet flexibeler”, zegt Bijleveld. „Dat staat ook in de Defensienota die we hebben gepresenteerd, maar dat regel je niet van vandaag op morgen. Maar het moet wel gebeuren om talent te kunnen behouden.”

Libanon
In de kantine komt Herman Oorlog uit Enschede – toepasselijker kan een Natres-groepscommandant nauwelijks heten – de minister nog even bedanken. Bijleveld blijkt te hebben bemiddeld in een trip die Oorlog in november met dertien dienstmaten maakte naar Libanon. De Enschedeër was in 1980 in het kader de VN-missie als vredessoldaat gelegerd in het door een burgeroorlog verscheurd land. „Het was fantastisch om daar terug te zijn”, zegt Oorlog. „Heel mooi dat dit mogelijk werd voor ons.”

Bron: Tubantia / Defensie (foto illustratief)

Onderzoek Veteranenombudsman leidt tot aanpassing reservistenbeleid Defensie

Nationale ombudsman, tevens Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen, onderzocht een zaak van een getraumatiseerde reservist, wiens klachten niet naar behoren zijn opgepakt door Defensie. Dit en de slechte begeleiding van de veteraan had als gevolg dat de veiligheid van deze reservist, maar ook die van anderen in het geding zijn gekomen. De Veteranenombudsman heeft herhaaldelijk bij Defensie aangedrongen op behandeling van deze zaak. Dit heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd.




Defensie zendt de reservist in 2011 op een tijdelijk beroepscontract als timmerman en beveiliger uit naar Afghanistan. Getraumatiseerd door veelvuldige (dreiging van) raketaanvallen en zelfmoordaanslagen en door een aantal pest-incidenten door een beroepscollega, keert hij terug naar Nederland. Daar gaat het bergafwaarts: herbelevingen, slecht slapen, destructieve gedachten en steeds meer moeite om normaal te functioneren. De integriteitsorganisatie van Defensie besluit geen onderzoek te doen naar zijn melding van pesterijen. Daarnaast worden zijn klachten niet in behandeling genomen. Hierop doet de reservist melding bij de Veteranenombudsman. Ondanks het doorzenden van de klacht aan Defensie op grond van het vereiste van kenbaarheid wordt de klacht niet behandeld. Meerdere malen rappelleren door medewerkers van de Veteranenombudsman, leveren alleen feitelijke, summiere antwoorden op. De Klachtenregeling Defensie 2016 wordt niet gevolgd, waardoor een onderzoek en oordeel over de klachten van de reservist uitblijven.

De Veteranenombudsman vindt dat er onvoldoende zicht is geweest op het daadwerkelijke functioneren van de reservist na terugkomst in Nederland, ondanks eerdere berichtgeving over hem vanuit het uitzendgebied. Met als gevolg dat er nauwelijks sprake is geweest van gerichte begeleiding in de eerste jaren na repatriëring. De reservist wist niet welke weg hij kon bewandelen of waar hij met vragen terecht kon. De Veteranenombudsman vindt het zorgwekkend dat signalen van de reservist lange tijd niet gezien of herkend zijn door het kader van de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) en de betrokken medische diensten. Defensie geeft hiervoor geen eenduidige verklaring. Feit is wel dat de reservist nog langere tijd deelnam aan bewapende schietoefeningen. Gelet op zijn psychische staat in de periode na de uitzending had deze situatie op zijn minst voorkomen moeten worden, niet alleen voor de veiligheid van verzoeker maar ook voor de veiligheid van anderen.

De Veteranenombudsman oordeelt dat de minister van Defensie heeft gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid gelet op de bijzondere zorgplicht van Defensie naar veteranen. Dit oordeel heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de GLR nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd. Zo is een selectieprocedure ingesteld voorafgaande aan een uitzending. In deze procedure worden reservisten na hun individuele aanmelding voor een uitzending beoordeeld op hun inzetbaarheid. Ook wordt nu voorafgaand aan elke uitzending een Sociaal Medisch Team (SMT) bijeengeroepen. Om de reservisten die aangewezen zijn voor de missie te bespreken en mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen.

Bron: Nationale Ombudsman (foto illustratief)