De onrust op de ABC eilanden stijgt vanwege situatie Venezuela. Wat is positie van Defensie?

Aruba, Bonaire en Curaçao liggen als een soort Waddeneilanden voor de noordkust van Venezuela. Wat zijn de gevolgen voor dit Caraïbisch deel van het Koninkrijk nu Curaçao zich aanbiedt als ‘hub’ voor het verspreiden van Amerikaanse hulpgoederen?.

Over welke militaire middelen beschikt Nederland in dit deel van het Koninkrijk?

Ongeveer achthonderd Nederlandse militairen zijn hier actief, onder meer een squadron van het Korps Mariniers op Aruba en een roulerend detachement op Sint Maarten, een roulerend detachement van de landmacht op Curaçao, de Arubaanse Militie, Curaçaose Militie, De marechaussee en de zogeheten FRISC-troop, een eenheid die opereert op snelle vaartuigen. Ze beschikken over drie marinekazernes en het strategische transportschip Zr. Ms. Pelikaan (65 meter lang), terwijl ook het patrouilleschip Zr. Ms. Zeeland op dit moment door Caraïbische wateren vaart. De militairen treden op tegen drugstransporten, illegale visserij en milieudelicten, terwijl ze ook hulp bieden bij rampen en andere crisissituaties. De marechaussee voert politietaken uit, zoals grensbewaking. Eerst en vooral is hun taak de „grensverdediging van het Caraïbische deel van het Koninkrijk der Nederlanden”, zoals Defensie meldt op zijn website.

Welke verplichting heeft Nederland bij de defensie van de Benedenwindse Eilanden?

Ook al genieten de eilanden een bijzondere status, ze behoren tot het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat ook voor de eilanden artikel 97.1 van de Grondwet van toepassing is. Bij een eventuele aanval op een van de eilanden zal de Nederlandse krijgsmacht dus optreden. En, meldt Defensie: „Als het nodig is, kan Defensie de militaire aanwezigheid [in het Caraïbsich gebied, red.] uitbreiden.”

Artikel 5 van het NAVO-handvest (‘een aanval op één, een aanval op allen’) strekt zich niet uit tot de eilanden, daar ze onder de Kreeftskeerkring liggen en daarmee niet tot het Noord-Atlantische gebied behoren.

Lees meer hier.

Koninklijke Marine Reserve 125 jaar

De Koninklijke Marine Reserve bestaat 125 jaar. Afgelopen zaterdag werd het jubileum gevierd op het Marine Etablissement Amsterdam en in het naastgelegen Scheepvaartmuseum.

Staatssecretaris van Defensie Barbara Visser blikte terug op 1894. Frederik Hendrik Bonjer was toen gezagvoerder op stoomschip Spaarndam van de Holland Amerika Lijn. Hij trad dat jaar aan als 1e officier van de Koninklijke Marine Reserve. Zijn achterkleinzoon professor Jaap Bonjer droeg waar mogelijk ook zijn steentje bij aan de reservistengemeenschap. Niet voor niets kreeg hij in 2017 dan ook, namens het VU Medisch Centrum, de award voor reservistenwerkgever.




Als reservist-arts naar Texas
Hij was het immers die een medisch onderlegde reservist toestemming gaf voor Defensie naar de Verenigde Staten te gaan. “Professor”, citeerde Visser de gang van zaken “mag ik als reservist-arts 4 weken naar Texas, op oefening met luchtmobiel?” Ook het antwoord van Jaap Bonjer herhaalde de staatssecretaris: “Doen! Deze kans krijg je nooit meer.

Meerwaarde
Visser: “Dankzij deze flexibiliteit heeft betrokken reservist vele oefeningen kunnen meedraaien. Meerwaarde voor Defensie, meerwaarde voor het VU Medisch Centrum, meerwaarde voor betrokkene.”
Professor Bonjer is inmiddels als kapitein-luitenant ter zee arts ook zelf reservist. Uit handen van de staatssecretaris kreeg hij als eerste de munt voor marinereservisten: coin 0001.

Amsterdam, 16 februari 2019
Viering in het Scheepvaartmuseum van 125 jaar KM reservisten

Reservist prins Maurits
Tijdens het jubileum waren er ook genummerde, en dus unieke coins, voor andere reservisten. Onder hen prins Maurits van Oranje-Nassau.

Na een heildronk zorgde het Popcombo van het Trompetterkorps der Marechaussee voor de vrolijke noot tijdens de receptie.

Bron: Defensie