Combinatie van raket en granaat vervangt Goalkeeper

Bij de introductie (begin jaren ‘80) was het Goalkeeper-snelvuurkanon voor marineschepen hypermodern. Na bijna 40 jaar komt het einde van zijn levensduur in zicht en zoekt Defensie een vervanger voor het zelfverdedigingssysteem. Staatssecretaris Barbara Visser liet de Kamer vandaag weten hoe het staat met de zoektocht naar de opvolger.

De Goalkeeper is een zogenoemd close-in weapon system (CIWS). Het is bedoeld voor zelfverdediging op korte afstand tegen luchtdreigingen, waaronder antischip­raketten, en kleine oppervlaktedoelen. Dankzij een moderniseringsprogramma is de levensduur van de Goalkeeper verlengd tot 2025.

Ook de opvolger moet op relatief korte afstand lucht- en oppervlaktedoelen kunnen bestrijden. Het gaat vooral om antischipraketten, ongeleide raketten, drones en bemande of onbemande vliegtuigen. Bij de antischipraketten kan het gaan om wapens met zeer hoge snelheden en complexe vluchtprofielen. Ook het afvuren van grote aantallen raketten is een overweldigingstactiek van de tegenstander waar rekening mee wordt gehouden.

De nieuwe capaciteit moet daarnaast het hoofd kunnen bieden aan snel manoeuvrerende aanvalsboten met uiteenlopende wapensystemen.

2 soorten munitie

Uit onderzoek van Defensie en TNO blijkt dat deze dreigingen vragen om 2 soorten gestuurde munitie: een luchtdoelraket (Rolling Airframe Missile, RAM) en de 76mm DART-granaat. Voor de RAM-raket is een lanceerinrichting nodig en voor de DART-granaat een 76mm kanon.

Samen kunnen beide munitiesoorten het overgrote deel van de lucht- en oppervlakte-dreigingen bestrijden. De RAM-raket vliegt dankzij een eigen sturingsmechanisme zelfstandig naar een dreiging. De DART-granaat wordt naar het doel geleid met de Pharos-radar. Een vuurleidingssysteem coördineert de inzet van beide munitiesoorten. De radar en het vuurleidingssysteem zijn van Thales Nederland. Dit bedrijf smeedt de lanceerinstallatie, het kanon, de radar en het vuurleidingssysteem tot een goed werkend geheel.

Op welke schepen?

De nieuwe systemen komen in ieder geval op de huidige Landing Platform Docks (Zr.Ms. Rotterdam en Zr.Ms. Johan de Witt), het Joint logistic Support Ship (Zr.Ms. Karel Doorman) en de Anti-Submarine Warfare Frigates die vanaf 2028 in de vaart komen. Het toekomstige Combat Support Ship (Zr.Ms Den Helder) wordt voorbereid op plaatsing ervan, maar wordt er om budgettaire redenen nog niet van voorzien.

Planning

De Pharos-radar is vanaf 2028 beschikbaar. De andere componenten worden vanaf 2025 geleverd. Vanaf dan kan elk jaar een LPD of het JSS worden voorzien van de RAM-lanceerinstallatie, het 76mm-kanon en het vuurleidingssysteem. Tijdens deze ombouw worden de schepen voorbereid op plaatsing van de Pharos-radar. In de 1e gebruiksjaren is dus sprake van een gedeeltelijke capaciteit. Niettemin betekent het dan al een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de Goalkeeper.

Met het project is € 100 tot € 250 miljoen gemoeid. Nu het onderzoek is afgerond, moeten de aankoopcontracten worden geregeld. Die worden waarschijnlijk in 2022 gesloten.

Sale / Solden 2021Sale / Solden 2021

Nederland stuurt NAVO-vlootverband aan

Nederland neemt vandaag het commando over van Standing NATO Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG1). De komende 6 maanden ruimt het vlootverband explosieven in de Noordzee en Oostzee. Ook zorgt het dat de vloot elk moment klaar is voor militaire operaties.

De Koninklijke Marine heeft eens in de 5 jaar de leiding over dit vlootverband. “Dus dat voelt best bijzonder”, vertelt kapitein-luitenant-ter-zee Jan Wijchers. Hij stuurt SNMCMG1 de komende 6 maanden aan. “We hebben mijnenjagers uit onder meer Nederland, België, Duitsland, Estland en het Verenigd Koninkrijk onder ons. Een hele verantwoordelijkheid, maar vooral een eer.”

Het stafschip is het Belgische commando- en logistiek ondersteuningsschip BNS Godetia. “De samenwerking met de Belgen bestaat al 25 jaar, toen onze operationele marinestaven werden geïntegreerd tot 1 staf, Admiraal Benelux (ABNL). Dat een grotendeels Nederlandse staf opereert vanaf een Belgisch platform, is dus heel gebruikelijk.”

Den Helder, 9 December 2020. Een portret van KLTZ1 Jan Wijchers van de mijnendienst die zal aantreden als de nieuwe commandant SNMCMG1.

Veiligheid op zee
Nog steeds liggen er vele duizenden explosieven uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in zee. Wijchers: “Met mijnenbestrijdingsvaartuigen gaan we de wateren van Scandinavische landen en Baltische staten af om explosieven te zoeken. Met de mijnenjagers brengen we achtergebleven explosieven in kaart en als het mogelijk is vernietigen we ze. Zo leveren we een directe bijdrage aan de veiligheid op zee; vooral voor de zeevaart en visserij.”

Bij de bouw van windmolens in de Noordzee worden de laatste tijd veel bommen en mijnen gevonden. Door het omwoelen van de zeebodem komen de explosieven bloot te liggen en vormen ze een direct gevaar voor de omgeving. “Deze explosieven kunnen we heel gericht opsporen en ruimen.”

Coronamaatregelen
Het verband vaart dus ook voor de Nederlandse kust en doet in februari Den Helder aan voor een havenbezoek. De bemanning mag dan op de kade dit keer geen familie ontmoeten. De opvarenden blijven in een bubbel; een van de strenge maatregelen om te voorkomen dat een COVID-besmetting ontstaat aan boord.

Oefeningen
Het vlootverband neemt tijdens de inzet ook deel aan diverse oefeningen. Zo trainen de bemanningen in de Oostzee en bij Estland mijnenbestrijding in het hoogste geweldspectrum. Daarnaast oefenen ze wekelijks communicatie, zeemanschappelijke navigatie en calamiteitenbestrijding. Wijchers: “Zo houden we de operationele gereedheid op peil. De NAVO kan ons immers op ieder moment inzetten.”

Sale / Solden 2021Sale / Solden 2021