Marechaussees stomen Nigerezen klaar voor grenstoezicht

Documentfraude, migratiestromen en wet- en regelgeving. Daarover gingen de lessen die instructeurs van de Koninklijke Marechaussee gaven aan 260 Nigerese politieagenten. Gisteren kregen ze hun certificaat. De marechaussees gaven de afgelopen 2 weken les in grenstoezicht op de politieschool in de hoofdstad Niamey.




De Nigerese agenten behoren tot een nieuwe mobiele grenseenheid, de Compagnie Mobile de Controle de Frontieres (CMCF). Het team wordt ingezet tegen irreguliere migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze eenheid, CMCF 2, wordt gefinancierd door Duitsland en Nederland. Dit gebeurt op verzoek van Niger zelf. De teams moeten het strategisch gelegen land beschermen tegen de vele dreigingen vanuit buurlanden.

Goede bijdrage
Marechaussee-1 Djibi gaf 1 van de 18 klassen les: “Het was kort, maar we hebben echt een goede bijdrage geleverd aan hun opleiding. De agenten waren gemotiveerd en deden actief mee in de les.”

De grensmodule vormde het laatste deel van de opleiding, die in maart begon. De Nigerezen kregen daarnaast onder meer militaire training van Belgische Special Forces en politie-instructies van EUCAP Sahel, de Europese civiele capaciteitsopbouwmissie in het Afrikaanse land.

De Nederlandse teamleider majoor Wouter wenste de agenten veel succes met hun belangrijke taak aan de grens. “Vandaag is het einde van een intensieve periode. U heeft dit resultaat behaald dankzij uw enthousiasme en leergierigheid.”

De eenheid sloot de ceremonie af door als dank uit volle borst een lied in de eigen taal te zingen.

Bron: Defensie

Militairen goede bemiddelaars in crisissituaties

Militairen voelen sympathie en loyaliteit voor zowel de krijgsmacht als voor hun civiele crisispartners. Dat maakt hen in crisissituaties goede bemiddelaars. Het is de voornaamste conclusie van onderzoeker aan de Faculteit Militaire Wetenschappen Jori Kalkman. Vandaag promoveerde hij aan de Vrije universiteit in Amsterdam op zijn proefschrift: ’Focus on the frontline. Civil-military collaboration in domestic and European crisis management’.




De Nederlandse krijgsmacht is steeds vaker actief tijdens nationale en Europese crisissituaties. Samenwerking met lokale partners is bij dergelijke rampen en verstoringen van de openbare orde onvermijdelijk. Dat gezamenlijke inzet gestroomlijnd verloopt, is dan van levensbelang. Jori Kalkman bracht in kaart hoe militair personeel samenwerking met partners als politie, brandweer en vrijwilligersorganisaties in de praktijk vorm geeft.

Betere reputatie
Kalkman: “Militairen bemiddelen tussen de uiteenlopende verwachtingen en belangen die zij ervaren. Ze hebben oog voor de organisatiebelangen van Defensie, maar houden ook rekening met wat de crisissituatie vereist en wat samenwerkingspartners van hen nodig hebben. Op die manier bevorderen ze civiel-militaire samenwerking in nationale en Europese crisisbeheersing. Daarnaast worden crisissituaties beter bestreden en dragen deze militaire vertegenwoordigers bij aan een betere reputatie van de Nederlandse krijgsmacht.

Analyse crisissituaties
Voor zijn onderzoek analyseerde Kalkman crisissituaties in binnen– en buitenland. In Nederland interviewde hij de militaire vertegenwoordigers en civiele partners als politie en brandweer en observeerde hen tijdens crisisoefeningen. Om een idee te krijgen hoe er in crisissituaties wordt samengewerkt met buitenlandse civiele partijen beschouwde Kalkman de inzet van de Koninklijke Marechaussee tijdens de Europese vluchtelingencrisis op het Griekse eiland Chios.

CV
Na zijn bachelor Politicologie aan de Vrije Universiteit, waar hij afstudeerde op Israëlische militaire inzetten, volgde dr. Jori Kalkman een 2-jarige master International Development Studies in Wageningen. Tijdens die studie liep hij stage bij de Verenigde Naties in New York, afdeling vredesmissies. Hij onderzocht daar de crisisontwikkelingen, gevechten en humanitaire hulpverleningsbehoefte in Zuid-Soedan en Somalië. Ook maakte hij voor het eerst kennis met een militaire werkomgeving.

De combinatie van zijn interesse in crisis en rampen en het werken in een militaire organisatie leidde hem naar zijn promotieonderzoek aan de Faculteit Militaire Wetenschappen, waar hij in 2015 startte.

Vanuit de faculteit werd hij begeleid door hoogleraar civiel-militaire interactie professor Myriame Bollen en door universitair hoofddocent strategisch organiseren & veranderen dr. Erik de Waard.

Bron: Defensie