Buitenlandse missies in gevaar door materiaalgebrek

De schaarste aan mensen en middelen beïnvloedt meer en meer onze Krijgsmacht. Gebrek aan materieel en uitzendbaar personeel speelt een belangrijke rol bij de afbouw van de huidige twee grote militaire missies. In Irak en Mali worden de Nederlandse activiteiten de komende maanden fors afgebouwd.

Het wordt voor Nederland steeds moeilijker om langdurig deel te nemen aan aan serieuze buitenlandse missies aldus defensiedeskundigen en insiders in Den Haag. Minister Hennis van Defensie trok eerder deze week al aan de bel in een brief aan de Tweede Kamer: ‘Het voortzettingsvermogen bij inzet is beperkt, onder meer vanwege de lage materiële gereedheid.’
Ook de Algemene Rekenkamer stelde onlangs vast dat Defensie piept en kraakt onder de bezuinigingen van de afgelopen decennia. Directeur Ko Colijn van instituut Clingendael: “we wisten al dat elk proces bij Defensie hapert omdat mensen en materieel koste wat kost naar het buitenland moeten: de missies hebben voorrang. Maar nu gaat het een stap verder: de missies zelf komen in gevaar. De negatieve cirkel is rond.”

Het meest zichtbaar is een en ander bij grootste Nederlandse missie van dit moment, 450 militairen in Mali. Deze staat nu onder grote druk. De kans is groot dat de uitzending na dit jaar niet of slechts gedeeltelijk wordt verlengd. Dat komt niet alleen door onenigheid tussen VVD en PvdA maar vooral vanwege materieelproblemen.

Chinook

Chinook

Onderhoud
De drie Chinook-transporthelikopters en vier Apache-gevechtshelikopters moeten hoognodig voor onderhoud terug naar Nederland, evenals de daar aanwezige Bushmasters. Zonder deze spullen kunnen militairen hun werk niet goed doen. Er zijn geen vervangende voertuigen beschikbaar en door bezuinigingen is er een chronisch gebrek aan onderhoudsmonteurs die uitgezonden kunnen worden.

Vermoedelijk zal er een compromis komen waarin de Mali-missie van Nederland wordt verkleind en uiteindelijk wordt afgebouwd. Duitsland zou al klaarstaan om de inlichtingentaak van de Nederlanders over te nemen. De eerste voortekenen zijn er al. Vorige week namen zij al het werk over van de Nederlandse eenheid (80 man) die in Mali met drones inlichtingen verzamelt.

De missie in Irak en Oost-Syrië wordt per 1 juli al flink verkleind. De zes F-16’s en de tweehonderd man ondersteunend personeel, stoppen volgende maand met hun bombardementen op IS, omdat de vliegers moeten trainen en het materieel nodig onderhouden moet worden. België neemt de taken over. De circa 150 Nederlanders die lesgeven aan Iraakse en Koerdische strijdkrachten blijven vermoedelijk wel na 2016.

terugtrek defensie missie_Noventas by Volkskrant (c)

Toenemende druk
De missie in Afghanistan werd in de afgelopen zes jaar afgebouwd van tweeduizend tot ongeveer honderd man. Die veteranen zijn momenteel bijna allemaal ingezet in Mali en Irak.
Ook de marine kampt met dit soort problemen. Er is slechts één marineschip beschikbaar om namens de EU mensensmokkel te bestrijden op de Middellandse Zee. Maar dat schip moest daarvoor onttrokken worden aan de NAVO-grensmissie voor de kust van Griekenland en dáárvoor aan de antipiraterijmissie nabij Somalië. Daar vaart nu nog maar één Nederlands marineschip in plaats van twee.
Ondertussen neemt de druk op Nederland om deel te nemen aan nieuwe missies niet af. Zo stuurt de NAVO ‘binnenkort’ troepen naar Polen en de Baltische Staten ter afschrikking van Rusland. Men kijkt daarvoor ook naar Nederland. Hennis overweegt de missie te ‘ondersteunen’, zei ze woensdag in de Kamer. Ze pleit voor het uitvoeren van de nieuwe missie ‘binnen de beschikbare middelen’. Materieel en personeel moeten dus van andere missies komen.

Bron: Volkskrant / Defensie