Afghaanse ex-spion MIVD wil paspoort en schadevergoeding

Een voormalige Afghaanse informant van de militaire inlichtingendienst MIVD wil dat de Nederlandse overheid hem een Nederlands paspoort en een schadevergoeding van honderdduizenden euro’s geeft voor het werk dat hij heeft gedaan. Dat bevestigt advocaat Michael Ruperti na berichtgeving van De Telegraaf. De Afghaan werkte voor de MIVD tijdens de Uruzgan-missie van Nederland in Afghanistan.




Ruperti wil het liefst deze maand nog een gesprek met minister Bijleveld van Defensie over de zaak. “En dat we dan kunnen bekijken wat er allemaal geregeld kan worden om een rechtszaak te voorkomen”, zegt hij. “We hopen op een afspraak op korte termijn.”

Volgens Ruperti is de man zijn leven in Afghanistan niet meer zeker, omdat hij zijn tipgevers niet kan betalen. “Je bouwt wel ereschulden op”, zegt hij. “Mondeling doe je beloftes aan je informanten over betalingen. Het gaat in totaal om 250 informanten die nog geld krijgen, waar mijn cliënt nog schulden bij heeft.” De Afghaan wil volgens Ruperti vanwege die schulden niet naar Afghanistan. “De Taliban gaat met enige regelmaat bij zijn familie langs, om te vragen waar hij is. Het is er onveilig.”

‘De Baas’

De Afghaan, die volgens de krant als bijnaam ‘de Baas’ had, heeft volgens Ruperti voorkomen dat er aanslagen werden gepleegd op militairen in Uruzgan, door onder meer bij te dragen aan de ontmanteling van een fabriek waar bermbommen werden gemaakt. Ook zou de Afghaan van veel hinderlagen en bermbom- en raketaanslagen de locaties en tijdstippen hebben gemeld, zo zeggen twee militairen van het Korps Commandotroepen in de krant.

‘De Baas’ zou ook een gesprek tussen medewerkers van de MIVD en de Taliban hebben geregeld in Dubai. Een tolk en commando’s bevestigen dat verhaal, zegt Ruperti, ook al was het standpunt van de regering niet te praten met terroristen.

“Vaak liepen contacten tussen Nederland en de Taliban via tussenpersonen: mensen die aanvankelijk lid waren van de terreurbeweging, maar waren overgestapt naar de regering. Nederland en de Afghaanse overheid probeerden via het netwerk van deze oud-Talibanleden andere strijders over te halen de kant van de regering te kiezen”, zegt oud-Afghanistanverslaggever Peter ter Velde van de NOS.

Tijdelijke verblijfsvergunning
De Afghaan was tussen 2006 en 2014 actief voor de inlichtingendienst. Hij verblijft in Nederland op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning. Volgens zijn advocaat Ruperti wil hij vanwege de veiligheid het liefst met zijn familie naar het buitenland.

De missie in Uruzgan liep van 2006 tot 2010, na een NAVO-verzoek om bij te dragen aan de wederopbouw van Afghanistan. De missie kostte het leven aan 24 Nederlandse militairen.

Bron: NOS / Defensie (foto illustratief)

336 squadron oefent op grote hoogte boven immense zandbak in Arizona

Drie weken lang oefent 336 Squadron van Vliegbasis Eindhoven in de VS. Vanaf grote hoogte worden materialen uit een Hercules gedropt én wordt er zeer laag gevlogen. Boven de woestijn, dat is wel zo veilig.
Nee, boven pakweg de Oirschotse hei zou je dit niet zomaar kunnen doen: het droppen van pallets met brandstof, proviand, munitie en andere spullen. Zelfs een honderden kilo’s zware quad wordt uit de laadklep van een vliegende Hercules C-130 gerold om bungelend aan een enorme, gps-gestuurde parachute, tien kilometer lager terecht te komen.




En dus wijkt het in Eindhoven gelegerde 336 Squadron voor dit soort activiteiten uit naar Arizona. Drie weken lang is het squadron met twee Herculessen in Yuma te gast om zich in de enorme zandbak aldaar -de Sonora woestijn- te bekwamen in het droppen van parachutisten en materialen. ,,Én vliegen we op honderd meter hoogte”, licht luitenant-kolonel Jorrit de Gruijter telefonisch toe. ,,Dat kan hier fantastisch. De immense woestijn -even groot als heel Nederland- is zo plat als een dubbeltje en er woont nagenoeg niemand. Dus is er ook geen overlast.”

GPS-besturing
Ook al zou je het willen, een oefening als deze kán eenvoudigweg niet in eigen land, aldus de detachementscommandant. ,,In een dichtbevolkt gebied kun je geen droppings uitvoeren op tien kilometer hoogte. Je moet er altijd rekening mee houden dat de gps-besturing van de parachute uit kan vallen. En je wil echt niet dat zo’n pallet ergens halverwege Amsterdam terechtkomt. Hier is het risico verwaarloosbaar. Bovendien heb je hier met een terrein én klimatologische omstandigheden te maken die je ook in oorlogsgebied aantreft. Heel anders dan Nederland.” Overigens kunnen de paradroppings ook van pas komen in rampgebieden, om er bijvoorbeeld voedselpakketten -maar dan van geringe hoogte- te droppen.

De training -Desert Bull- is in meer opzichten bijzonder voor de luchtmacht: voor het eerst is het complete 336 Squadron op pad. Bijzonder is ook de samenwerking met het Korps Commandotroepen en de 11e Luchtmobiele Brigade, onderdeel van de landmacht. ,,Zonder elkaar is een missie als deze niet uit te voeren; de mensen van luchtmobiel bereiden de vracht voor die bestemd is voor de grondtroepen. Pathfinders zetten de zones uit waar de vracht moet landen en bereiden de landingstrips voor de vliegtuigen voor.”

Dagelijks maken de twee C-130’s drie vluchten; de eerste vindt vaak al voor dag en dauw plaats. Ook staan er avondtrainingen op het programma. De oefening -tot en met volgende week vrijdag- wordt gefaciliteerd door de Amerikanen. De Gruijter: ,,We mogen hun hangar gebruiken, overnachten op hún basis en gebruiken hún eetzaal. Fantastisch, die samenwerking.”

Bron: Eindhovens Dagblad / Defensie