Veteranenorganisaties bundelen krachten

De 6 grootste veteranenorganisaties van het land gaan vanaf vandaag samen verder onder de naam Nederlands Veteraneninstituut. De instellingen zetten zich al jaren in voor veteranen, dienstslachtoffers en hun relaties. Door de samenvoeging wil het instituut nog beter inspelen op hun behoefte aan erkenning, waardering en zorg.

Vandaag is de officiële kick-off van het Nederlands Veteraneninstituut. In het programma wordt teruggekeken op de afgelopen periode, stelt brigadegeneraal Paul Hoefsloot zich voor en wordt de nieuwe organisatie symbolisch aan hem overgedragen. Het evenement is online van 16.00-17:00 te volgen.

1 toegangspoort
De organisaties brengen met de eenwording alle kennis, kracht en kunde samen. Het gaat om:
Stichting Veteraneninstituut
Stichting de Basis
de afdeling Zorgcoördinatie van het ABP/APG
het programmabureau van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen
de coördinatie Nuldelijnsondersteuning van het Veteranenplatform
de stichting Nederlandse Veteranendag

Minister van Defensie Ank Bijleveld: “Met de samenvoeging voorkomen we overlap en ontstaat meer ruimte voor innovatie. En met 1 toegangspoort voor vragen en dienstverlening (het Veteranenloket) op veteranengebied, is het Nederlands Veteraneninstituut sneller in staat om op nieuwe ontwikkelingen te reageren. Zo kunnen we in Nederland nog beter voor onze veteranen zorgen.”

Gezamelijke motivatie
Brigadegeneraal Paul Hoefsloot is per 1 januari aangetreden als directeur-bestuurder van het Nederlands Veteraneninstituut. “Er is de afgelopen tijd veel werk verzet om de samenvoeging te realiseren”, zegt hij. “Het is nu aan ons om de nieuwe organisatie samen vorm te geven. De motivatie is er zeker en we beseffen voor wie we het allemaal doen.”

Voormalig staatssecretaris van Defensie Jack de Vries is voorzitter van de Raad van Toezicht. De Vries: “De waardering en de zorg voor onze veteranen zijn van groot belang. Gelukkig zijn we dat in Nederland steeds meer gaan zien. Het nieuwe Nederlands Veteraneninstituut gaat dat nog meer versterken en het is mooi dat ik daaraan mag bijdragen.”