csm_header_emma_zit_bij_defensie_noventas-by-beam

”Ook bij defensie kunnen mannen niet zonder vrouwen”

Soldaatje spelen, oorlogsfilms kijken en gefascineerd zijn door soldaten: klinkt als een typische jongensjeugd. Niet voor Emma (19). Van kinds af aan heeft ze al bewondering voor defensie. Na een militaire basisopleiding van 19 weken wordt ze nu klaargestoomd voor het vak waar zij voor heeft gekozen: Patriot. ‘’Mannen houden wel rekening met mij en helpen me als dat nodig is. Maar als ik bij een manneneenheid binnenkom, merk ik dat ik me wel moet bewijzen.’’

Sterven voor je land
‘’Al sinds ik een klein meisje was, heb ik altijd vol bewondering gekeken naar defensie. Ik vond soldaten op 4 en 5 mei eng, maar vooral stoer en interessant. Ik groeide op met de verhalen van mijn vader uit de tijd dat hij dienstplicht had. Dat maakte me nog geïnteresseerder. Ik wilde iets gaan betekenen voor mijn land, deel uitmaken van iets belangrijks. Mijn vader was dolblij en zelfs jaloers omdat hij ook altijd weer in dienst wilde. Mijn moeder daarentegen was, net als iedereen, bang voor het feit dat ik op een dag op uitzending ga.’’




‘’Iedereen denkt bij uitzending alleen maar aan de kwestie van leven of dood. Wij militairen zien het niet zo. Ik train jaren lang om op uitzending te mogen, net als voetballers trainen voor een wedstrijd. Zij trainen hard en dagenlang en het is oneerlijk voor hen als ze niet mee mogen doen aan de wedstrijd. Op uitzending mag ik eindelijk wat betekenen voor de wereld en ik ben daar niet bang voor. Iedereen gaat een keer dood. Als ik dood ben gegaan terwijl ik iets goeds deed voor de wereld en voor mijn land, maakt dat mij helemaal niks uit.’’

Uitgeput worden tot je niet meer kan
‘’Ik begon met de opleiding VEVA. Dat is de perfecte opleiding voor 16- en 17-jarigen die meer over defensie willen weten. Je mag niet eerder bij defensie dan wanneer je 18 jaar oud bent. Na 1,5 jaar was ik klaar en had ik mijn visitekaartje voor defensie op zak. Toen begon ik aan de militaire basisopleiding. Daar leer je alles wat een militair moet weten en kunnen. De opleiding was echt loodzwaar. Wat ik wel begrijp, je wordt immers militair. Ze gaan je mentaal triggeren en gek maken. Je wordt zo uitgeput tot je op je breekpunt zit. Je moet alles uit jezelf halen en je grenzen opzoeken, tot het loodje gaan.’’

‘’Ik denk dat iedere militair op het punt heeft gezeten om op te geven. Je trekt het op een gegeven moment niet meer en het wordt je soms te veel. Maar dan wordt je juist geleerd om het om te schakelen en door te gaan. Ik was zo gemotiveerd om militair te worden, dat die drive mij altijd geholpen heeft weer op te krabbelen. Ik dacht: ‘Als dit er voor nodig is, dan moet ik dat maar doen.’’’

‘’Nu doe ik een militaire vakopleiding tot patriot, ook wel lancering genoemd. Patriot is de luchtverdediging van de luchtmacht. Wij bewaken het luchtruim en doen lanceringen, bijvoorbeeld om doelwitten uit te schakelen. Daar zit een enorm systeem achter wat ik helemaal onder de knie moet krijgen. Ik zit de hele week op de kazerne in Limburg. Op vrijdagavond heb ik weekendverlof en mag ik terug naar mijn ouders in Groningen. Als ik klaar ben met de vakopleiding kom ik in een eenheid terecht. Waarschijnlijk is dat hier in Limburg en daar blijf ik oefenen en trainen tot mijn uitzending.’’

Geloof en defensie
‘’Je moet bij defensie aangeven of je gelovig bent of niet. We hebben allemaal een dogtag die je altijd draagt en wordt afgebroken als je overleden bent. Op die van mij staat dat ik protestants ben. Binnen defensie is er ook een eenheid die op uitzending met je praat over je geloof en waar je de kans krijgt om te bidden. Ik neem mijn geloof ook erg mee in mijn vak en op deze manier wordt het heel fijn voor me gemaakt. Het feit dat ik ben aangenomen op deze kazerne, is voor mij een teken dat God het goed vindt dat ik straks voor mijn land ga vechten.’’

‘’Soms is het wel lastig. Ik vraag me vaak nog wel af hoe ik straks mijn geloof tot uiting moet brengen in mijn vak. Ik wil bijvoorbeeld niemand doden, geen militair wil dat. Maar ik weet wel dat als ik die tegenstander straks niet dood, hij mij eerst doodt. Zo zit deze wereld in elkaar. Ik hoop niet dat het ooit zover moet komen, maar als het moment daar is vraag ik mij wel af of God de reden dat ik die persoon dood, goed vindt. Omdat ik vecht voor meer vrede en vrijheid in de wereld, zie ik het niet als een zonde.’’

Gelijkheid binnen het team
‘’Binnen defensie worden mannen en vrouwen gelijk behandeld. Het is een echte mannenwereld. Maar ook binnen defensie kunnen mannen niet zonder vrouwen. We hebben natuurlijk wel onze eigen kleedkamer en slapen apart, maar de rest wordt gelijk getrokken. We krijgen dezelfde trainingen en hebben dezelfde toelatingseisen. Ik word niet gematst in het fysieke gedoe. Dat is ook wel belangrijk, omdat we een team zijn. Ik moet hen vertrouwen en zij mij. Ik zou het ook niet fijn vinden als ik anders werd behandeld. Ik wil net zo graag militair worden als zij dat willen.’’

‘’Inmiddels ben ik ook sterker dan sommige mannen binnen of buiten de opleiding. Ik heb daardoor een stuk meer zelfvertrouwen gekregen en dat straal ik ook uit. Ik voel me daardoor een stuk veiliger, omdat ik weet hoe ik mijzelf moet verdedigen en mijn krachten moet gebruiken.’’

Bron: Beam EO

Woensdrecht, 18 mei 2016 .Luchtmacht Reservisten (GLR)..Luchtmachtreservisten aan het werk op de VeVa in Woensdrecht..Een instructeur kijkt toe hoe de VeVa leerlingen over de hindernisbaan gaan.

Veel vertrekkers bij defensie: ‘Het is toch wel koud in zo’n bos’

“Ik zie om me heen steeds meer collega’s vertrekken naar een goedbetaalde baan buiten defensie”, zegt een onderofficier op de Johannes Postkazerne in Havelte. “Dan voel ik me op oefening weleens een loser. Het is toch wel koud in zo’n bos.”

De Nederlandse krijgsmacht kampt met een groot personeelstekort. Te weinig jonge mensen willen bij defensie werken, en de mensen die er wel werken gaan vaak weer weg.
Verslaggever Jeroen van Dommelen bezocht een kennismakingsdag voor schoolverlaters op de Johannes Postkazerne in Havelte.

“De mensen die hier vandaag zijn, zijn vaak dit jaar begonnen aan hun laatste schooljaar”, zegt majoor Benjamins, wervingsofficier. “Ze staan in februari voor een keuzemoment: wat ga ik na het behalen van mijn diploma doen? Dan behoort ook defensie tot de mogelijkheden.”

Wel gaaf die tanks
Een onderdeel van het kennismakingsprogramma is rondlopen met een bepakking van vijftig kilo. “Het ging niet, het was veel te zwaar”, zegt een leerling die met zijn klas op bezoek is. Ze worden opgeleid tot automonteur.
Het is voor de meesten geen droom om bij defensie te gaan werken, maar ze kunnen zich wel voorstellen dat het leuk werk is. “Niet om te schieten hoor, straks ga ik zelf dood”, zegt een andere leerling. “Ik wil werken als monteur.”
Op de kazerne staan pantservoertuigen en andere defensievoertuigen. “Het is wel gaaf die tanks, maar ook moeilijk,” zegt een andere monteur in spé. “Een auto is simpel. Bij tanks zitten er ook nog allemaal wapens op.”




De komende jaren zal het alleen maar moeilijker worden om nieuwe mensen te vinden. De traditionele doelgroep – schoolverlaters – wordt steeds kleiner. En de arbeidsmarkt trekt aan, zodat defensie moet concurreren met andere werkgevers.
Wervingsofficier Benjamins: “Dit jaar hebben we 3200 man aangesteld bij de krijgsmacht, van de 4000 aanstellingsopdrachten die we hadden. Er is nog veel werk te doen. Dus we zijn op allerlei plekken in het land met dit soort evenementen bezig.”
Ook Benjamins merkt dat aan de andere kant mensen defensie juist weer verlaten. Grote oorzaak van de leegloop is demotivatie door te weinig carrièremogelijkheden. De oudere medewerkers die langer moeten doorwerken houden topfuncties bezet waardoor een grote middengroep vast zit.

Alles op alles
En te weinig en gebrekkig materieel om goed mee te oefenen werkt ook bepaald niet motiverend. Jaren van bezuinigen hebben hun sporen nagelaten op de defensieterreinen, maar ook op de loonstrookjes van de militairen.
Minister Hennis heeft de Tweede Kamer laten weten dat alles op alles wordt gezet om personeel vast te houden en nieuw personeel aan te trekken.
“Defensie krijgt er van het nieuwe kabinet waarschijnlijk een tot anderhalf miljard euro bij. Daar kun je veel voor doen, maar de nieuwe minister van Defensie zal nog jaren bezig zijn met puinruimen”, concludeert Van Dommelen.

Bron: NOS / Defensie (illustratief)