treinkaping-de-punt_Noventas-by-mindef_nimh

Aangifte advocaat tegen topambtenaar Defensie

Advocaat Liesbeth Zegveld heeft dinsdag in het proces over de mariniersactie bij de gekaapte trein in de Punt in 1977 aangifte gedaan tegen een aantal ambtenaren van de ministeries van Defensie en van Justitie en Veiligheid vanwege beïnvloeding van getuigen in een civiele zaak.
Onder hen is de hoogste ambtenaar van het ministerie van Defensie, secretaris-generaal Wim Geerts. Zegveld had al aangekondigd dat ze in deze zaak aangifte zou gaan doen.

Het gaat om ambtenaren die vorig jaar betrokken waren bij verschillende bijeenkomsten waarop oud-mariniers werden bijgepraat over het proces dat nabestaanden van twee doodgeschoten kapers voeren tegen de Nederlandse staat. Zegveld staat de nabestaanden bij. Een aantal mariniers werd dit najaar opgeroepen als getuigen om te vertellen over hun optreden dat een einde maakte aan een wekenlange kapingsactie door Zuid-Molukkers.




Ook is de aangifte gericht tegen ambtenaren die oude geluidsbanden van de actie overhandigden aan advocaat Geert-Jan Knoops, die ze aan de mariniers liet horen. Volgens Zegveld werden ze voorbereid en waren ze niet volledig vrij om te verklaren. Beïnvloeding is in het nadeel van haar cliënten en is ook strafbaar, aldus de advocaat. De aangifte is gedaan bij de hoofdofficier van justitie in Den Haag.
De nabestaanden willen boven tafel halen of de twee ,,onrechtmatig” zijn gedood omdat ze toen al gewond en weerloos op de grond lagen. Defensie sprak eerder de aantijgingen van zowel onrechtmatigheid als de beïnvloeding ten zeerste tegen.

Woensdag zal Zegveld aan de rechtbank in Den Haag vragen pleidooi te mogen voeren in het proces. De rechtbank zal later beslissen of dit kan of dat de zaak een schriftelijke vervolg krijgt.

Bron: Telegraaf / Defensie

treinkaping-de-punt_Noventas-by-mindef_nimh

Advocaat treinkapers klaagt Defensie aan

Oud-mariniers die onlangs voor de rechtbank in Den Haag zijn gehoord over de bevrijding van de gekaapte trein bij De Punt in 1977, hebben ongeloofwaardige verklaringen afgelegd doordat het ministerie van Defensie ze vooraf heeft voorbereid en beïnvloed. Dat vindt advocate Liesbeth Zegveld van de treinkapers, die Defensie aanklaagt.
Dat concludeert de advocate woensdag in het proces dat nabestaanden van twee doodgeschoten kapers hebben aangespannen tegen de Staat. Ze gaat aangifte doen vanwege de beïnvloeding van getuigen.

De nabestaanden van twee doodgeschoten Zuid-Molukse kapers willen weten wat er is gebeurd toen de mariniers na drie weken gijzeling de trein moesten ontzetten. Ze denken dat het doodschieten van Max Papilaja en Hansina Uktolseja onrechtmatig was, omdat ze al zichtbaar gewond en weerloos waren.
De verklaringen van de mariniers sterken hen in die overtuiging, zo blijkt uit een 120 pagina’s tellende analyse die Zegveld aan de rechtbank heeft verstrekt.




In september en oktober werden elf mariniers gehoord. De ongeloofwaardigheid blijkt volgens Zegveld onder meer eruit dat de mariniers hun eigen uitspraken en handelingen op geluidsbanden die veertig jaar geleden zijn gemaakt, niet zeggen te herkennen. Dat is volgens de mensenrechtenspecialiste ernstig, omdat hun verklaringen op belangrijke punten afwijken van wat te horen is. Dat komt doordat de getuigen vooraf de banden hebben kunnen horen en zo hun verklaringen konden voorbereiden, aldus Zegveld.

’Niet in vrijheid’
Zegveld stelt dat Defensie de fout in is gegaan door de geluidsbanden vooraf te overhandigen aan advocaat Geert-Jan Knoops, die ze liet horen aan de mariniers. Ook bevestigt dit haar vermoeden dat de mariniers „niet in vrijheid” konden verklaren. Defensie wilde de mariniers op één lijn krijgen, stelt ze. Daarom richt ze haar pijlen op de top van Defensie.

Geweldsinstructie
Ook de geweldsinstructie is cruciaal. Die hield in dat als de „terroristen” zich zichtbaar zouden overgeven, zij moesten worden aangehouden. Maar volgens Zegveld was niet duidelijk wat zij met gewonde kapers moesten doen die zich niet meer kónden overgeven.
Uit een mondelinge instructie maakten de mariniers op dat zij de kapers mochten uitschakelen. Dat betekent voor een marinier: schieten op de romp, zeiden ze voor de rechtbank. Volgens Zegveld is duidelijk dat de geweldsinstructie daarmee in strijd was met het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM).

Bron: Telegraaf / Defensie