stil-film-renze-klein_noventas-by-nrc_r-klein-c

Fotograaf in de clinch met Defensie om compromitterende video

Rinze Klein heeft als legerfotograaf schokkende incidenten gefilmd die plaatsvonden tijdens uitzendingen in Afghanistan en Tsjaad.
De getraumatiseerde combatfotograaf Rinze Klein ligt in de clinch met het ministerie van Defensie over compromitterende foto’s en video-opnames die hij maakte tijdens uitzendingen naar Afghanistan en Tsjaad. Het meest extreme voorbeeld is een door Klein gemaakte video van een soldaat die ten overstaan van vijftien collega’s tot vier keer toe probeert een grote lichtkogel in zijn anus te stoppen. De opname is door NRC bekeken.
De beelden zijn gemaakt tijdens een uitzending in 2008. Daarbij kreeg Klein op een avond het verzoek om een weddenschap over de lichtkogel te filmen. Hij wilde dat niet, maar durfde niet te weigeren.
Zodoende beschikt hij over een half uur opnames, waar een deel van de aanwezige militairen en onderofficieren juichend en fotograferend de vergeefse pogingen van de soldaat gadeslaat. Andere aanwezigen zijn zichtbaar minder enthousiast over hun aanwezigheid in de legertent.




Posttraumatische stressstoornis
Voor Klein, die door zijn werk als legerfotograaf kampt met een ernstige posttraumatische stressstoornis (PTSS), betekenden dit soort gebeurtenissen een omslag in zijn loopbaan. Klein vertelde begin november zijn levensverhaal in NRC.
De heftige beelden bleven daarbij onvermeld, omdat hij de excessen intern wilde houden en de beelden aan het ministerie wilde overdragen.

Inmiddels zijn Klein en zijn raadsman Ferre van de Nadort het vertrouwen verloren dat dit gaat lukken. Zij zoeken nu de openbaarheid om te laten zien dat de Defensie onzorgvuldig en bureaucratisch omgaat met misstanden. Klein: „Het lijken incidenten, maar deze omgangsvormen vind je overal terug bij Defensie. Ik probeer al vanaf begin augustus dit en een groot aantal andere misstanden te melden. Inmiddels weet ook de secretaris-generaal [de hoogste ambtenaar van het ministerie van Defensie] van de zaak, maar ze houden het af.”
Het ministerie laat in een reactie weten: „Defensie neemt deze zaak zeker serieus en er is daarom een afspraak met zijn raadsman gemaakt om te bespreken hoe Rinze Klein zijn melding in een veilige omgeving kan doen. Het gesprek is van belang omdat we meer informatie nodig hebben om met de zaak aan de slag te kunnen gaan. Met betrekking tot het incident moge het duidelijk zijn dat dit soort gedrag absoluut niet in de krijgsmacht thuis hoort.”
Eind november riep het ministerie de ‘Commissie sociaal veilige werkomgeving Defensie’ in het leven. Aanleiding waren berichten over wantoestanden op de kazerne van Schaarsbergen in de Volkskrant. Drie militairen vertelden daarbij over (seksuele) vernederingen en mishandelingen tijdens ontgroeningsrituelen.

Bron: NRC

foto veteranen

Ruim een kwart van de ex-soldaten met gevechtservaring voelt zich ondergewaardeerd

Na terugkomst van een verblijf in een oorlogsgebied is het soms lastig aarden in Nederland. Daarvan weten veteranen mee te praten. Het geldt vooral voor degenen met gevechtservaring, blijkt uit onderzoek. Veteranen met gevechtservaring voelen zich minder gewaardeerd dan veteranen zonder deze ervaring. Zij blijken na hun uitzending ook veel vaker last te hebben van gezondsheidsklachten dan hun collega’s die geen gevechten meemaakten. Dat blijkt uit een onderzoek van het Veteraneninstituut, waarvoor ruim vijfhonderd veteranen zijn ondervraagd.

‘Soms heb ik weleens het gevoel dat mensen bang voor me zijn’
‘Ik kan me voorstellen dat veteranen die op missies het gevecht zijn aangegaan zich vaak niet begrepen voelen’, zegt Jean Debie, voorzitter van de militaire vakbond VBM. ‘Media tonen nauwelijks wat onze militairen in den vreemde allemaal doen. Ze zouden dat veel beter in beeld moeten brengen.’
Daarbij kunnen ze wat hem betreft een voorbeeld nemen aan de documentaire Missie Uruzgan van National Geographic. ‘Na die uitzending kwamen veel mensen naar me toe die zeiden dat ze nu pas begrepen wat er op missies allemaal gebeurt.’ Om beter te tonen in wat voor situaties militairen terechtkomen, zou het ministerie van Defensie productiemaatschappijen in de arm kunnen nemen, suggereert Debie.
Ruim een kwart van de ex-soldaten met gevechtservaring voelt zich ondergewaardeerd door de samenleving. Bij veteranen die niet in de vuurlinie hebben gestaan, is dit ongeveer de helft daarvan.
Ex-militairen die op hun missies vuurgevechten hebben meegemaakt krijgen ook vaker last van gezondheidsklachten achteraf (38 procent) dan hun collega’s die geen wapens ter hand hebben genomen (16 procent).




‘Dat kunnen allerlei klachten zijn, en hoeft niet om ptss (posttraumatische stressstoornis) te gaan’, zegt Melanie Dirksen, die betrokken is geweest bij het onderzoek. 5 procent van de ex-militairen heeft na de missie symptomen die wijzen op ptss.
‘Het verbaast ons niet dat veteranen met gevechtservaring vaker klachten hebben’, zegt een woordvoerder van het Veteraneninstituut. ‘Een gevechtssituatie is een ingrijpende gebeurtenis. Militairen worden hiervoor opgeleid en getraind, maar niemand weet van tevoren hoe hij of zij reageert als ze daadwerkelijk in gevecht raken.’

Alle soldaten worden na hun uitzending door het ministerie van Defensie begeleid. Na drie maanden hebben zij een verplicht gesprek waarin wordt bekeken hoe de situatie er op dat moment voor staat. Na een half jaar ontvangen militair en thuisfront elk een vragenlijst om mogelijke problemen op te sporen. Als die er zijn, volgt een gesprek en eventueel hulp. Sinds de uitzending naar Irak (2003-2005) gaan militairen direct na de uitzending ook drie dagen naar Kreta om over hun ervaringen te praten.
Betrokken zijn bij een gevecht heeft ook positieve gevolgen: het leidt bijvoorbeeld tot een groter gevoel van trots over de eigen inzet. Volgens Debie is dat logisch. ‘Als je een vuurgevecht overleeft door gebruik te maken van trainingen die je jarenlang hebt gevolgd, dan levert dat een enorm trots gevoel op.’
Het ministerie van Defensie wil het onderzoek eerst inhoudelijk bekijken, voordat het reageert. De bevindingen worden vandaag door het Veteraneninstituut gepresenteerd.

Interview met veteraan Erik (32)
‘Toen ik de eerste keer terugkwam uit Afghanistan voelde ik me stiekem best wel een held. Ik voelde me als een olympische sporter die terugkeert met een medaille. Ik had iets gepresteerd. Ik had bijgedragen aan de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Maar die trots werd in Nederland niet beantwoord.
‘Ben je nu al terug?, werd gevraagd. Mensen zijn er helemaal niet mee bezig. Anderen vragen alleen maar of je iemand hebt doodgeschoten, of welke klachten je aan de missie hebt overgehouden. Aan veteranen kleeft het beeld dat ze er ptss aan overhouden. Zulke vragen worden uit goede bedoelingen gesteld, maar ik erger me eraan.
‘Natuurlijk heb ik in Afghanistan echt angstige momenten meegemaakt, maar zodra het is afgelopen, zakt de adrenaline weer en ga je verder. Ik heb als pantsergenist zes vuurgevechten meegemaakt, maar het heftigst was toen de Taliban ons beschoot met mortieren. Je hoort het als de mortier wordt afgevuurd en dan duurt het een paar seconden totdat hij inslaat, dus dan moet je maar afwachten. Na het vijfde of zesde schot hebben de infanteristen de vijand gelokaliseerd en uitgeschakeld.

‘De missies hebben mijn leven verrijkt, ik heb er geen klachten aan overgehouden. Ik ben een stuk sterker geworden, raak niet meer gestresst en heb ervaringen opgedaan waaraan ik nu als politieagent veel heb. Twee jaar geleden was een jongeman met zeventien messteken bewerkt, het bloed spoot eruit. Door wat ik in Afghanistan heb meegemaakt, wist ik dat ik de bloedbanen moest afknellen. Twee collega’s kwamen naar me toe: poeh, wat ben ik blij dat jij er bij was.
‘Met mijn oud-collega’s heb ik een band – dat kunnen burgers zich nauwelijks voorstellen, we hebben zoiets moois meegemaakt. Het is een cliché, maar het is een band of brothers. We komen ieder jaar minstens een keer bij elkaar met vrouwen en kinderen, en dan is het altijd weer liefde op het eerste gezicht. Als mij vannacht iets overkomt, staan ze binnen twee uur voor de deur, dat weet ik zeker. Vice versa zou dat net zo zijn.’
In verband met zijn huidige baan als politieagent wil Erik niet met zijn achternaam in de krant.

Interview met veteraan Marloes Woltjer (31)
‘Het was 6 april 2009, ik was die dag jarig. Het moest een heel gezellige dag worden. Ik had taart geregeld voor collega’s en was even op mijn kamer op Facebook aan het kijken, toen ineens een gigantisch harde klap klonk. Een raket sloeg in. Ik kreeg gelijk een verstikkend gevoel. Dan hoor je het alarm dat afgaat als er Nederlandse gewonden zijn gevallen, zie je de paniek in de ogen van de mensen en weet je: dit is niet goed.
‘Blinde paniek, natuurlijk. Dan hoor je weer een alarm dat er een raket is afgevuurd, en denk je alleen maar: rennen voor je leven. Later bleek dat er een Nederlandse militair was omgekomen.
‘Die situatie heeft mijn leven veranderd. Vanaf dat moment kan ik niet meer tegen onverwachte dingen of ruziënde mensen, dan knapt er iets. Ik word dan boos, onrealistisch en flap er dingen uit waar ik helemaal niet achter sta en spijt van krijg. Soms heb ik weleens het gevoel dat mensen bang voor me zijn.

‘Vorig jaar met Sinterklaas speelden we hier thuis een spelletje. Ik ben altijd bloedfanatiek, dus ik stond flink mee te doen, toen mijn zus tegen me zei: jij speelt gemeen. Ik zeg: ik speel helemaal niet gemeen. Dat is toen volledig geëscaleerd. Dat was het einde van Sinterklaasavond.
‘Het zal best een trauma zijn. Ik heb tests gedaan voor ptss, maar nooit naar de uitslag gevraagd. Ik hoef dat stempel niet op mijn hoofd te hebben. Ik weet van mezelf dat ik misschien een lichte vorm heb.
‘Toch is de missie het voor mij waard geweest. We hebben dikke lol gehad met zijn allen: ’s avonds een potje kaarten, met een gitaar bij het kampvuur. De periode heeft me gevormd. Ik ben een doorzetter geworden. Ik stort me voor de volle 300 procent op mijn werk in de ouderenzorg.
‘Maar naarmate ik ouder word, en ik zie hoe het in Afghanistan nog steeds uit de hand loopt, vraag ik me ook steeds vaker af: waar zijn we nou allemaal mee bezig geweest?’

Bron: Volkskrant / Defensie (illustratief)