knil-igk_noventas-by-maluku

Molukse veteranen ontvangen bij Defensie, veel demonstranten op de been

Een delegatie van Molukse KNIL-militairen krijgt van Defensie een officiële ontvangst op de kazerne in Hilversum. Ze hebben vanmiddag onder meer een gesprek met Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht Hans van Griensven. De bijeenkomst wordt gezien als een onderdeel van eerherstel voor de Molukkers.
Demonstranten van vier antifascistische organisaties hebben protesten aangekondigd bij de kazerne. Zij vinden dat de KNIL-veteranen oorlogsmisdadigers zijn. Ook zijn er tientallen Molukse sympathisanten aanwezig, onder wie leden van een motorclub, zegt verslaggever Robert Bas. “Een van hen zei tegen me: als ze onze opa’s uitmaken voor oorlogsmisdadigers dan pikken we dat niet.”
De politie is in groten getale aanwezig om de veiligheid te waarborgen en ook is de ME aanwezig.




De Molukse militairen hebben Nederlands-Indië verdedigd tijdens de Tweede Wereldoorlog en deden daarna mee aan de politionele acties. De veteranen voelden zich decennialang miskend door Defensie.
Vorig jaar besloot de Nederlandse regering al achterstallige uitkeringen te betalen aan KNIL-militairen en Indische ambtenaren en afgelopen zomer werd toegezegd dat ze ook een veteranenstatus konden krijgen. Ook dat werd gezien als een blijk van erkenning.

KNIL?
Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger was het Nederlandse koloniale leger en bestond van 1830 tot 1950. De KNIL-militairen moesten vechten tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Toen Nederland die strijd verloor en Indonesië onafhankelijk werd, kwamen de militairen in 1951 naar Nederland. Niet uit vrije wil: in het onafhankelijke Indonesië konden ze niet blijven, omdat ze daar werden beschouwd als collaborateurs.

Het verblijf in Nederland zou tijdelijk zijn. De militairen werden met hun gezinnen ondergebracht in speciale woonoorden. Sinds die tijd strijden ze voor officiële erkenning van hun status als oud-militair, een moeizame kwestie omdat de Nederlandse overheid op de meeste wensen en eisen niet wilde ingaan.

bron: NOS / Maluku

secretaris-generaal-Wim Geerts_Noventas by MiniDef

Waarom ook de secretaris-generaal van Defensie verantwoordelijkheid had moeten nemen

Dat Defensieminister Hennis op 3 oktober aftrad is vanuit haar ministeriële verantwoordelijkheid te begrijpen. Dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) Middendorp dat op diezelfde dag, twee dagen voor zijn commando-overdracht, deed is minder goed te verklaren.
Hoewel hij verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Nederlandse missies, valt hem bij een ongeval zoals dat in Mali niets te verwijten. Dat had anders gelegen als het zou gaan om ter plekke begane tactische of operationele fouten. Ik gok dan ook op het solidariteitsgevoel dat de CDS de minister wilde tonen.

Aan wie geen vragen gesteld zijn en wie zich ook niet heeft laten horen in het debat over het ongeval in Mali is de secretaris-generaal (SG) van Defensie, Wim Geerts. Hij is als hoogste ambtenaar binnen Defensie ambtelijk verantwoordelijk voor dit ongeval. Om die verantwoordelijkheid te kunnen uitleggen is het nodig de (onnodig) gecompliceerde bevelstructuur binnen Defensie uit te leggen, voor zover dat mogelijk is.




Na de minister is de SG de hoogste functionaris binnen Defensie. Hij geeft leiding aan de Bestuursstaf waarvan onder meer deel uitmaken: de Hoofddirectie Beleid, de Hoofddirectie Personeel, de Directie Financiën en Control en de CDS. De laatste staat dus op gelijk niveau met de andere genoemde directies, wordt altijd genoemd als de hoogste militair binnen Defensie, maar heeft over de andere directies geen zeggenschap. Hij geeft slechts direct leiding, gesteund door zijn door bezuinigingen sterk gekrompen Defensiestaf, aan de vier operationele commando’s van de krijgsmacht (landmacht, marine, luchtmacht en in beperktere mate marechaussee), vooral inzake operationele gereedstelling, en hij treedt op als militair adviseur van de minister.

De SG geeft ook direct leiding aan andere Defensieonderdelen: onder meer het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Deze laatste was door haar leiding aan het Defensiemunitiebedrijf verantwoordelijk voor de aanschaf, de opslag en het beheer van de munitie die twee militairen in Mali fataal werd en een derde ernstig verwondde. De DMO wordt rechtstreeks aangestuurd door de SG.

Uit bovenstaande kunnen we twee zaken afleiden. Ten eerste dat de bevelstructuur die in 2005 binnen Defensie is ingevoerd volkomen onoverzichtelijk is en niet naar behoren werkt. Het is belachelijk dat de hoogste militair binnen Defensie niet alle militairen aanstuurt en geen invloed heeft op bijvoorbeeld het defensiebeleid, het personeelsbeleid en het materieelbeleid. Dat was ook de uitkomst van het rapport-Franssen uit die tijd, dat nog altijd actueel is (lezenswaardig voor de nieuwe vaste Kamercommissie voor Defensie). En ten tweede dat er wellicht nog iemand opstaat om de heer Geerts wat vragen te stellen. Ambtelijke verantwoordelijkheid is namelijk ook medeverantwoordelijkheid, en soms moet je die nemen.

E.J. Kwint is luitenant-kolonel b.d. en analist Defensiebeleid en Krijgsmacht Nederlandse Officierenvereniging.

Bron: Volkskrant / Defensie